Posterous
Redactie is using Posterous to post everything online. Shouldn't you?
Dodo_thumb
 

Cultureel Persbureau

Cultuurjournalistiek online

IDFA 2009 – Sinaasappels als propagandafruit

Net wanneer je het wel gehad denkt te hebben met documentaires rond het Palestijns-Israëlische conflict is daar de wereldpremiere van Jaffa, The Orange's Clockwork. De Israëlische filmmaker Eyal Sivan dook jarenlang in de beeldarchieven en zet de geschiedenis van Palestina en Israël nog eens op een rijtje aan de hand van de beroemde Jaffa sinaasappel. Hoe met behulp van het zonnige fruit een heuse mythe werd gecreëerd.

De sinaasappel! Het is logisch en toch onverwacht, een verrassingseffect waarmee Sivan, die naar eigen zeggen graag prikkelt tot debat, gelijk de aandacht heeft. Het begint met een vrolijk citruslied, maar de boodschap is serieus genoeg en Sivan wisselt ironische, soms zelfs hilarische observaties moeiteloos af met gedegen analyses en aangrijpende getuigenissen. Hij trakteert ons op een overvloed aan historisch foto- en filmmateriaal en projecteert dat soms plompverloren op de muur bij historici die hij commentaar laat leveren. Een schitterende les in kijken.

Sivan laat niet alleen zien hoe het de Palestijnse en later Israëlische sinaasappelteelt verging onder invloed van de politieke veranderingen, maar ook hoe filmbeelden van de sinaasappel, geplukt door frisse joodse meisjes en weggedragen door Arabische sloofjes, een centrale rol speelden bij het creëren van de zionistische mythe over het tot bloei brengen van verdorde land.

Jaffa, zo legde Sivan later in de talkshow uit, gaat niet alleen over wat die propagandafilms laten zien, maar ook wat ze juist niet laten zien. Beeldmateriaal van het bloeiende Palestijnse leven uit het begin van de vorige eeuw is geheel uit het zicht geraakt. In de sinaasappelfilms zijn wel Palestijnse plukkers te zien, maar nooit Palestijnse boomgaardeigenaren. En wees gerust, Sivan vergeet de Palestijnse propaganda niet. Daarin is de sinaasappel een bloedsinaasappel geworden.

Leo Bankersen


Creative Commons LicenseArtikelen en nieuwsitems van het Cultureel Persbureau en de bij het artikel vermelde auteur worden in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-Niet-commercieel-Geen Afgeleide werken 3.0 Nederland licentie.
Geplaatst op 23 - 11 - 2009 door Leo Bankersen 
// 0 Comments

Bambie 14 gaat minder over moord en doodslag dan over vriendschap en liefde

Robbert van Heuven
Het schijnt dat de meeste moorden worden gepleegd door een bekende van het slachtoffer. Misschien omdat hevige liefde en redeloze woede eigenlijk heel dicht bij elkaar liggen? Jochem Stavenuiter en Paul van der Laan van bewegingstheatergroep Bambie, raakten in ieder geval zo gefascineerd door de correlatie tussen liefde en doodslag dat ze er een voorstelling over maakten: Bambie 14: Reconstructie van een liefde. De voorstelling zou enkele jaren geleden al gemaakt worden samen met Marlies Heuer en René van het Hof, maar die samenwerking liep helaas vast. Wel deden ze een vooronderzoek in Frascati 3, waarbij het publiek elke dag de vorderingen van het tweetal kon volgen. De nieuwe voorstelling is, twee jaar later, de uitwerking van dat onderzoek.
Over liefde en doodslag gaat die voorstelling dus, over crime passionel en over moord met voorbedachte rade. En vooral over twee mannen die in een huiskamer uit de jaren ‘20 proberen die gruwelijkheden te reconstrueren. In eerste instantie proberen de twee mannen oude politiefoto’s uit die periode na te spelen. Een gaat in een onmogelijke positie op de grond liggen of in een kast zitten om een lijk na te doen, de ander zet zich er huilend naast. Dat reconstrueren van een misdaad uit liefde neemt vervolgens steeds extremere vormen aan: de mannen proberen de ander over te halen een moord te plegen, of tot een crime passionel te verleiden door een vreemdgaande echtgenote in scène te zetten. Om uiteindelijk gezamenlijk het verhaal van George na te vertellen, die de man van zijn minnares wil omleggen.
Het is altijd een genoegen om Jochem Stavenuiter en Paul van der Laan aan het werk te zien. Prettige bewegers zijn het, met een fijn gevoel voor precisie en een groot gevoel voor humor. En de oprichters van Bambie staan eindelijk weer eens met zijn tweeën op de vloer. In eerdere voorstellingen speelden ze samen met gastspelers en Van der Laan stond in Bambie 13 zelfs niet eens op het podium. Het vertrouwen in elkaar en het plezier dat ze aan elkaars aanwezigheid beleven, geeft de voorstelling een mooie extra laag. Want hoezeer de mannen ook met moord en gruwelijkheden bezig zijn, dat gebeurt altijd vanuit een soort vriendschap of collegialiteit. Zo helpen ze elkaar om een been in een onmogelijke positie in een kastje te vouwen om zo natuurgetrouw mogelijk een rigor mortis na te spelen, of de een rolt de ander liefdevol in een tapijtje en vraagt zorgzaam of het wel gaat als de ander daarbij met een harde bonk zijn hoofd stoot. Die plezierige omgang met elkaar heeft ook een nadeel. Zoals Bambie 13, is ook Bambie 14 weer vooral heel erg geestig en plezierig om naar te kijken. Maar moord en doodslag, zeker vanuit liefde gepleegd, hebben natuurlijk ook een zwarte, schurende kant en die laat Bambie teveel liggen. Is dat heel erg? Nou, nee, het is vooral een gemiste kans om de voorstelling iets meer diepgang te geven. Blijft over een mooi gemaakte, geestige voorstelling over moord en andere gruwelijkheden, maar vooral ook over vriendschap.

Bambie 14: Reconstructie van een liefde van Bambie (Paul van der Laan en Jochem Stavenuiter), regie: Hans Man in ’t Veld. Gezien 21 november 2009, speelt nog tot en met 26 februari 2010. www.bambie.org.


Creative Commons LicenseArtikelen en nieuwsitems van het Cultureel Persbureau en de bij het artikel vermelde auteur worden in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-Niet-commercieel-Geen Afgeleide werken 3.0 Nederland licentie.
Geplaatst op 23 - 11 - 2009 door Redactie Cultureel Persbureau 
// 0 Comments

Ro theater maakt van Snorro een vrolijk maar veilig toneelfeest volgens beproefd recept

Door Hans van Dam
De vrolijke chaos van de familievoorstelling is weer helemaal terug. Naar voorbeeld van de Engelse 'Christmas Pantomime' is er met 'Snorro, de gemaskerde held' gelukkig weer een heerlijk spektakel afgeleverd voor jong en oud. Met de nieuwe reeks familievoorstellingen wil het Ro Theater zijn oude kersttraditie nieuw leven inblazen en dat is op het eerste gezicht goed gelukt. Na de geniale start in 2007 met 'Lang & Gelukkig' ging het vorig jaar mis met 'Het Misverstandt'. Maar dit jaar is alles uit de kast getrokken om het fenomeen opnieuw te laten slagen. Met de tijdloze televisie-icoon Zorro als voorbeeld is het feest van familiebrede herkenbaarheid goed ingezet.
Rondom het dubbelleven van de gemaskerde held is een heerlijke reeks aan actiescènes, aanstekelijke liedjes, publieksdeelname en decorvondsten opgezet. Met prachtige dubbelrollen van o.a. Loes Luca en Gijs Naber krijgt de cast met Dick van den Toorn als Snorro wederom vleugels. Het verhaal van Don Duyns onder regie van Pieter Kramer speelt heerlijk ironisch met een mengelmoes van actualiteit, onderbroekenlol en populaire cultuur. Maar om deze energie de zaal in te pompen is toch echt het gereedschap van de goede acteur nodig. Gijs Naber weet als premiejager El Gringo tot grote hoogte te stijgen. Hij maakt met zijn ratelslangmimiek een sterk uitvergroot cartoonachtig karakter dat werkelijk van het toneel af spettert. Bovendien is zijn vertolking van Michael Jacksons 'Bad' met het Mexicaans orkest Mariachi Tierra Caliente dusdanig swingend dat je zijn tekst "Michael Jackson heeft het van mij gejat" werkelijk zou gaan geloven. En Loes Luca is vooral als het "achterlijke nichtje" Dolores zeer aandoenlijk. En tenslotte is de onvermijdelijke travestierol van Marcel Musters als de moeder van Dolores heerlijk vakkundig overdreven. Zien dus, dit muzikaal toneelfeestje voor jong en oud.
Maar onder de geslaagde oppervlakte speelt de pijn van de vliegende start van de reeks in 2007 gevolgd door het inzakken in 2008 nog voelbaar mee. 'Snorro, de gemaskerde Held' volgt krampachtig de blauwdruk van 'Lang & Gelukkig'. Dat is op zich niet erg - verander nooit een winnend team - maar het plot is hierdoor toch minder spontaan en wat aan de lange kant, en het decor is op sommige momenten net te mager uitgewerkt. Vooral het einde komt te gemakkelijk uit de lucht vallen, net als bij 'Lang & Gelukkig' overigens.
Het Ro Theater schrijft zijn eigen leerproces. Dit is duidelijk een moment van goed gekozen bezinning. Volgend jaar graag wat minder veilig.

'Snorro, de gemaskerde Held' door Ro Theater. Bijgewoond: 21 november 2009 in de Rotterdamse Schouwburg. Speelperiode t/m 7 februari 2010


Creative Commons LicenseArtikelen en nieuwsitems van het Cultureel Persbureau en de bij het artikel vermelde auteur worden in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-Niet-commercieel-Geen Afgeleide werken 3.0 Nederland licentie.
Geplaatst op 22 - 11 - 2009 door Redactie Cultureel Persbureau 
// 0 Comments

Happy Days door Leny Breederveld een aardig toneelavondje met Beckett, maar ook niet meer dan dat.

Door Robbert van Heuven
Ergens in een woestijn zit een vrouw tot haar middel in het zand. Ze kan nergens heen, dus filosofeert ze wat voor zich uit, haalt herinneringen op aan vroeger, maakt kleine plannen om haar dag structuur te geven en probeert een gesprek te beginnen met haar man die even verderop in een hol woont. Happy Days van Samuel Beckett is een toneelstuk dat volledig hangt op de taal en de vervreemde gedachtekronkels die daarmee worden opgeroepen. Spannend is het dus wanneer een prominent bewegingstheateractrice als Leny Breederveld er voor kiest om juist dat stuk te spelen.
Dat Breederveld uit het bewegingstheater komt, blijkt het best uit de kleine momenten waarop haar personage nog iets van beweging is toegestaan. Met aandacht en precisie pakt ze haar handtas uit, bestudeert ze de inhoud, vijlt ze haar nagels. Dat werkt mooi, omdat het voor Winnie, de vrouw in de zandhoop, de belangrijkste dingen zijn die ze op een dag te doen heeft. Dit wordt een gelukkige dag, herhaalt ze na bijna elke handeling als een mantra. Een gelukkige dag, ondanks alles.
Meer moeite heeft Breederveld met de meanderende Becketiaanse zinnen die zich herhalen, dan weer een onverwachte richting inslaan, een niet verder uitgediepte associatie oproepen, en zwenken tussen concreet, absurdistisch en poëtisch. Zo'n tekst  vraagt om heldere en scherpe keuzes in regie en tekstbehandeling. Die blijven uit, waardoor de tekst en de voorstelling alles kan betekenen en daardoor juist aan betekenis verliest.
Het wordt de makers ook niet makkelijk gemaakt. Als sinds jaar en dag zitten de erven Beckett als haviken op de overgeleverde teksten. Geen letter mag er aan veranderd worden en de mise-en-scène dient exact zo te worden uitgevoerd als vijftig jaar geleden bedacht. In Nederland dient men zich te bedienen van de inmiddels toch wat belegen geworden vertaling van Jacoba van Velde. Zo ingesnoerd in decor, voorschriften en archaïsche vertaling is er voor een moderne maker bijna geen beginnen aan om van een Beckett stuk geen museumtoneel te maken. De Wachten op Godot van Koos Terpstra en van Erik Whien of Krapps laatste band van Johan Simons leren ons dat die restricties ook tot memorabel theater kunnen leiden.
In het geval van Happy Days gebeurt dat niet. Hoe uitdagend het spelen van deze tekst ook voor Breederveld mag zijn, ze slaagt er niet in helder te krijgen waar voor haar de tekst over gaat en waarom zij juist deze tekst zou moeten spelen. Daardoor rest vooral een aangenaam toneelavondje waarop het publiek weer eens ouderwets kennis kan nemen van de bizarre wereld van Samuel Beckett en van zijn mooie teksten. Maar ook niet meer dan dat.

Happy Days van Samuel Beckett, regie: Ted Keijser, spel: Leny Breederveld en Dik Boutkan, gezien 20 november 2009. De voorstelling speelt nog tot en met 14 februari 2010. www.allesvoordekunsten.nl


Creative Commons LicenseArtikelen en nieuwsitems van het Cultureel Persbureau en de bij het artikel vermelde auteur worden in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-Niet-commercieel-Geen Afgeleide werken 3.0 Nederland licentie.
Geplaatst op 22 - 11 - 2009 door Redactie Cultureel Persbureau 
// 0 Comments

Toeschouwers twitteren live vanuit de zaal bij Toneelgroep Amsterdams Roman Tragedies (via @remcovanrijn)

Je kon al eten tijdens deze zes uur durende marathon, naar voetbal kijken en een rondje lopen over het toneel, maar nu heeft Toneelgroep Amsterdam ook een live twitterfeed toegevoegd aan het multimedia-spektakel Romeinse Tragedies, dat vanavond voor de llaatste keer in The Barbican staat.


Creative Commons LicenseArtikelen en nieuwsitems van het Cultureel Persbureau en de bij het artikel vermelde auteur worden in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-Niet-commercieel-Geen Afgeleide werken 3.0 Nederland licentie.
Geplaatst op 22 - 11 - 2009 door Redactie Cultureel Persbureau 
// 0 Comments

'Unmissable': Toneelgroep Amsterdam verovert Londense harten met Romeinse Tragedies

Toneelgroep Amsterdam stond in het Londense theater The Barbican met de Shakespearemarathon Romeinse Tragedies en we zijn benieuwd hoe het bevallen is. Ivo van Hove meldde ons gisteren al dat er een apart applaus was voor Hans Kesting die wegens zijn vorige week gebroken voet aan een rolstoel gekluisterd is: 'Kesting zelfs in rolstoel een open doekje voor zijn speech!', mailde hij. Maar dat is de regisseur. We hebben daarom vandaag even gekeken naar de Britse kranten en tot nu toe heeft alleen de Britse krant The Guardian de recensie online geplaatst. En die liegt er dus niet om.
Lyn Gardner vindt de voorstelling 'onmisbaar' en roemt vooral de laatste zestig minuten van de zes uur durende marathon:

Director Ivo van Hove gleefully reinvents these tragedies of private obsessions and passions, political ambitions and expediency to make it seem as if Shakespeare is not only our contemporary but only finished writing the plays this morning. The final hour of the final play, Antony and Cleopatra, is about as good as theatre gets; combining astonishingly inventive stagecraft with glorious acting, raw as an open wound, totally invested and decidedly unpretty. I'd happily see it all again for those 60 minutes.”
Het hele verhaal staat hier:

http://www.guardian.co.uk/stage/2009/nov/21/roman-tragedies-lyn-gardner-review

Opgeslagen bij  //   nieuws   theater  

Creative Commons LicenseArtikelen en nieuwsitems van het Cultureel Persbureau en de bij het artikel vermelde auteur worden in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-Niet-commercieel-Geen Afgeleide werken 3.0 Nederland licentie.
Geplaatst op 22 - 11 - 2009 door Redactie Cultureel Persbureau 
// 0 Comments

IDFA 2009 - Een vader die gokt is een vader die alles durft in John Appels The Player

Een van de twee Nederlandse films in de IDFA competitie voor lange documentaires is The Player van John Appel, die 1999 grote bekendheid verwierf met zijn aangrijpende film over André Hazes. The Player is zijn meest persoonlijke film tot nu toe. Een onderzoek naar wat de gokker drijft, met als uitgangspunt een portret van zijn overleden vader. Deze was niet alleen een succesvol makelaar maar ook een hartstochtelijk speler in het casino en op de renbaan.

Een vader om trots op te zijn, zo wordt al snel duidelijk. Want er viel altijd wel iets spannends te beleven. Op vakantie de tent opzetten in de tuin van wildvreemden die even niet thuis waren bijvoorbeld. Of wild parkeren, en dan eens afwachten of een bon onder de ruitenwisser zou komen.

Het duurt even voor The Player de balans vindt tussen sterk gevisualiseerde impressies van het werkterrein van de speler en de nogal traditionele interviews. De kracht van Appels film, waarin de herinnering aan zijn vader fungeert als raamwerk voor nog drie gokkersportretten, zit hem vooral in de open en genuanceerde benadering, zonder romantisering of veroordeling.

De echte gokker gaat door waar andere mensen niet verder durven. Wie risico neemt betreedt een andere wereld, een wereld waarin de toekomst volledig open ligt. De ware speler voelt zich boven anderen verheven en neemt zijn verlies zonder een spier te vertrekken.

Dat het eerder een levenshouding is dan een verslaving blijkt uit de fraaie anekdote over de Mercedes, die Appels vader zonder aarzelen uitleende aan een onbekende die beweerde even snel ergens naar toe te moeten. Nooit teruggezien. En geen spijt. Je moet een gokje durven nemen, en de nieuwsgierigheid naar de afloop had gewonnen. Maar het kan ook griezelig ver gaan. Dat verhaal bewaart Appel voor het laatst.

Leo Bankersen


Creative Commons LicenseArtikelen en nieuwsitems van het Cultureel Persbureau en de bij het artikel vermelde auteur worden in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-Niet-commercieel-Geen Afgeleide werken 3.0 Nederland licentie.
Geplaatst op 21 - 11 - 2009 door Leo Bankersen 
// 0 Comments

Jammer dat Béjart zulke afgezaagde beelden kiest en de meest voor de hand liggende keuzes maakt voor zijn onavontuurlijke wereldreis

Door Maarten Baanders
Als je op wereldreis gaat, wat stel je je dan voor? Als je Maurice Béjart heet, krijg je het ene bruisende, zonnige en oogstrelende visioen na het andere. Wie dat mee wil maken, kan gaan kijken naar zijn choreografie ‘Reis om de wereld in 80 minuten’.
In een grote reeks dansscènes zien we een reiziger (Etienne Béchard), die door een in het zwart geklede gestalte (Gil Roman) de wereld in wordt gestuurd. Een beetje streng is die zwarte gestalte. Waar de reizende jongen zich ook bevindt, telkens duikt dat geheimzinnige personage op om hem aan te sporen, hem wakker te maken om hem eraan te herinneren dat hij de reis voort moet zetten, of om razend te dansen op muziek van Mozart als de reis hem te gezapig wordt.
De reiziger komt overal: in het lieftallige Griekenland, het extatische Afrika, in Venetië met zijn theatrale allure, in het mierzoete Wenen, het exotische India, het zacht mysterieuze China, het swingende San Francisco, het uitbundige Brazilië. Telkens ontmoet hij opzwepende groepsdansen en virtuoze solo’s en duetten. De kleurige kostuums en de veelheid aan muziek zorgen voor een overweldigende show. De dans is klassiek, maar op ingehouden en subtiele wijze vermengd met verwijzingen naar traditionele dansen uit al die landen.
Vooral in solo’s en duetten, maar ook in menige groepsdans blijkt dat het Béjart Ballet Lausanne over uitstekende dansers beschikt. Schijnbaar moeiteloos voeren zij hun bewegingen uit met een grote precisie, energie en vaart. Julien Favreau met zijn koninklijke gestalte in de Egyptische scène, Daria Ivanova met haar weemoedige solo aan de Griekse kust, Elisabeth Ros met haar prachtig zorgvuldig uitgevoerde solo in Venetië, Keisuko Nasuro als de viriele verliefde soldaat, Kateryna Shalkina en Oscar Chacon in hun meeslepende duet op muziek van Wagner, Catherine Zuasnabar met haar wonderlijk soepele en heftige Afrikaanse dans: het zijn parels om te zien.
Maar Béjart biedt meer dan alleen schoonheid en vrolijkheid. De voorstelling is ook een beeld voor de reis door het leven, met zijn belangrijkste elementen: liefde, zelfinzicht en dood. Het is jammer dat Béjart hiervoor zulke afgezaagde beelden kiest en de meest voor de hand liggende keuzes heeft gemaakt. Wat doet als hij de liefde wil uitbeelden? Dan wordt in een sentimenteel plechtige stijl een rode roos het toneel op gedragen. Wanneer die in het balletschoentje van een aanbeden dame terechtkomt, is het mierzoete tafereeltje compleet. En de dood uitbeelden, dat doe je het gemakkelijkst door een schedel het toneel op te dragen, die de vergankelijkheid van al die levensvreugde doet beseffen. En de reis naar zelfkennis kun je trefzeker symboliseren door de reiziger zichzelf regelmatig bij een spiegel tegen te laten komen. En willen we naar China, dan is er de draak die ons de weg wijst. En in Wenen wordt Weens gewalst, terwijl San Francisco in deze voorstelling niets anders te bieden heeft dan een belegen jaren twintig sfeer, waarbij de dansen overigens veel te netjes uitgevoerd worden om te kunnen spetteren, zoals dat in die onstuimige jaren gebruikelijk was.
De dans kent veel mooie momenten, maar door alle clichés wordt ‘Reis om de wereld in 80 minuten’ niet het verrassende avontuur dat een wereldreis zou moeten zijn.

Béjart Ballet Lausanne, ‘Reis om de wereld in 80 minuten’. Gezien: 18 november, Carré, Amsterdam. Aldaar nog te zien t/m 22 november



Creative Commons LicenseArtikelen en nieuwsitems van het Cultureel Persbureau en de bij het artikel vermelde auteur worden in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-Niet-commercieel-Geen Afgeleide werken 3.0 Nederland licentie.
Geplaatst op 20 - 11 - 2009 door Wijbrand Schaap 
// 0 Comments

Glansrol Frans Timmermans & Mabel Wisse Smit als Mabel van Oranje op TEDxAMSTERDAM

                       
Click here to download:
Glansrol_Frans_Timmermans_Mabe.zip (209 KB)

In de geest van het motto IDEAS WORTH SPREADING  brengt de 'locale' variant van TED; TEDxAMS vandaag in het Koninklijk Instituut voor de Tropen in Amsterdam mensen en sprekers samen in een TED-like Experience. En hoe! Korte inspirerende voordrachten van politici, wetenschappers, kunstenaars en trendsetters live en in een simultaan casting online op 20 locaties in Nederland. Circa 4500 mensen droomden van een kaartje. 9 van de 10 leden van de community werden teleurgesteld. Maar niet getreurd, alles is LIVE goed te volgen of later via de community op NING van TED.

Kort na de opening door Job Cohen was een glansrol weggelegd voor staatssecretaris Frans Timmermans die in onberispelijk Engels sprak over 'fear as funn'. Angst als de ideale tegenstander voor het overwinnen van problemen. Timmermans toonde zich een welbespraakte kosmopoliet met een missie: global governance betekent ook het aanspreken van alle burgers op de eigen individuele verantwoordelijkheid om noodzakelijke veranderingen te steunen en in gang te zetten. De politiek heeft die internationale context en omgeving nodig om de ware problemen daadwerkelijk te kunnen oplossen. En juist daar speelde Mabel Wisse Smit, hier gepresenteerd als Mabel van Oranje, handig op in met een onbedoelde verspreking. In haar mooie speech “Breakthroughs and transformations” verwees Mabel naar Obama, niet als de president van de VS maar als 'the president of change'. Mabel van Oranje is directeur van The Elders, een club van "wijzen" opgericht door Nelson Mandela en zij sprak Timmermans en de zaal toe met een betoog over de vijf noodzakelijkheden voor het afdwingen van fundamentele doorbraken en verandering. Gebaseerd op ervaring, zo leek, want het Dayton-akkoord zag zij niet als een ware doorbraak.

Hier komen ze:

  1. Je moet geloven dat het onmogelijke mogelijk is. Geloof in je visie, missie en overtuiging dat verandering mogelijk is. 
  2. Wees pragmatisch
  3. Maak samen het verschil Iedereen kan het verschil maken maar niet alleen. Je hebt "many drops of water" nodig en een netwerk om dicht bij mensen met invloed te komen.
  4. Leiderschap, iemand moet de positie hebben om leidend te kunnen zijn: er zijn er drie a) formele - politici b) oud-politici of leiders die boven de partijen staan en onafhankelijk de 'waarheid kunnen spreken' zonder dat hun status wordt aangetast.  c) informele leiders - gewone en tegelijkertijd uitzonderlijke persoonlijkheden; zoals Carmen; HIV besmet, 15 jaar en haar hele leven misbruikt die desondanks de kracht vindt om te strijden en les te geven.
  5. Geduld, zoals Mandela, denk aan de lange termijn. 

Dat de organisatie TEDxAMS in krap een half jaar tijd met inzet van NING zo'n evenement in elkaar heeft gedraaid is een uitzonderlijke prestatie. Precies in de geest van "many drops of water" want van een krachtig netwerk kun je zeker spreken. Deze nieuwe Generation We is uit hun schulp gekropen en laat ons zien dat we met netwerken 3.0 daadwerkelijk veranderingen en doorbraken kunnen forceren. Mits de vijf noodzakelijkheden van Mabel of Orange in acht worden genomen.

Opgeslagen bij  //   media  

Creative Commons LicenseArtikelen en nieuwsitems van het Cultureel Persbureau en de bij het artikel vermelde auteur worden in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-Niet-commercieel-Geen Afgeleide werken 3.0 Nederland licentie.
Geplaatst op 20 - 11 - 2009 door Erik Lint 
// 2 Comments

Een Zwarte Zon in Schiedam

Roland Schimmel, Zonder titel, 200 x 170 cm, acryl op doek, 2008

Door Anne Berk

De zinsbegoochelende, tot het uiterste geperfectioneerde schilderijen van Roland Schimmel trekken internationaal de aandacht. Tot en met 20 december is zijn museale werk te zien in de KetelFactory in Schiedam, een nieuwe veelbelovende kunstruimte.

Illusie
De muurschildering met animatie ‘Zwarte Zon’ van Roland Schimmel (Hooglanderveen, 1954) trekt je blik als een magneet. De straat en het verkeer bestaan niet meer. Je ogen fixeren zich op de perfecte zwarte cirkel die omkranst lijkt te worden door gloeiend licht. Zoals wanneer de maan voor de zon schuift bij een zonsverduistering. Of is het een zwart gat? Je probeert het zwart te doorboren met je blik, de diepte te peilen, maar vergeefs. Het zwart is ondoorgrondelijk. Een mysterie. Waarna je aandacht zich verlegt naar het lokkende, vibrerende licht. Wit vloeit naadloos over in geel, oranje, rood, paars en dan blauw. Na jaren van experimenteren beheerst Schimmel de techniek tot in de perfectie. De heldere kleuren zijn laag na laag aangebracht met airbrush. De illusie is volmaakt. Je verliest jezelf in deze ijle, haast onstoffelijke wereld. Wordt erin ondergedompeld. Het zwart roept witte lichtvlekken op, nabeelden die lijken te zweven als zeepbellen in de wind. Je oog heeft er geen vat op en dat schept onzekerheid, die nog groter wordt doordat Schimmel met de beamer beelden op de wandschildering projecteert. Het zwart intensiveert en verandert in een zinderende zwarte zon. Wat zie je eigenlijk?

Ongrijpbaar visioen
Schimmel begon zijn loopbaan in de jaren zeventig in de hoogtijdagen van de abstracte kunst, die louter kleur en vorm wilde zijn. ‘What you see is what you see’, zei de Amerikaanse schilder Frank Stella, maar wat zie je eigenlijk als je naar kleur kijkt? Schimmel tast de grenzen af en verkent de effecten van lichtbreking, reflectie, complementaire contrasten en nabeelden. Waarneming is niet statisch. Je kunt je ogen niet vertrouwen, want de informatie die de hersenen via het oog bereikt wordt vervormd. ‘De lichtgevoelige receptoren in het netvlies geven signalen af die even later doven. Het beeld gloeit echter nog na op het netvlies en dan ontstaat het tegendeel van de oorspronkelijke impuls,’ aldus de wetenschappelijke verklaring. Schimmel begeeft zich op hetzelfde terrein als de Op-Art kunstenaars. Maar zijn werk is onstoffelijker dan dat van een Victor Vasarely. ‘Onze waarneming is beperkt. Wij kunnen de werkelijkheid niet kennen’, stelt Schimmel. En hij schept een ongrijpbaar visioen van vibrerend licht.

Schimmel zal zijn werk op 13 december toelichten in het programma ‘Distillatie’ en dat belooft een bijzondere middag te worden. De KetelFactory is een nieuwe kunstruimte in Schiedam waar de geëxposeerde werken worden omlijst met discussies en lezingen. Organisator (en kunstenaar) Winnie Teschmacher streeft naar hoge kwaliteit en inhoudelijke verdieping, en dat is hier gelukt. Het bedrijf Nolet Distillery wilde iets terug doen voor de stad en fungeert als mecenas.

Roland Schimmel, Zwarte Zon en Karin van Pinxteren, beelden en schilderijen
t/m 20 dec. in De KetelFactory
Hoofdstraat 44, Schiedam
010 - 473 81 23
open vr t/m zo 13-17 uur
http://www.deketelfactory.nl



Creative Commons LicenseArtikelen en nieuwsitems van het Cultureel Persbureau en de bij het artikel vermelde auteur worden in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-Niet-commercieel-Geen Afgeleide werken 3.0 Nederland licentie.
Geplaatst op 20 - 11 - 2009 door Lies Holtrop 
// 0 Comments