Happy Days door Leny Breederveld een aardig toneelavondje met Beckett, maar ook niet meer dan dat.
Door Robbert van Heuven
Ergens in een woestijn zit een vrouw tot haar middel in het zand. Ze kan nergens heen, dus filosofeert ze wat voor zich uit, haalt herinneringen op aan vroeger, maakt kleine plannen om haar dag structuur te geven en probeert een gesprek te beginnen met haar man die even verderop in een hol woont. Happy Days van Samuel Beckett is een toneelstuk dat volledig hangt op de taal en de vervreemde gedachtekronkels die daarmee worden opgeroepen. Spannend is het dus wanneer een prominent bewegingstheateractrice als Leny Breederveld er voor kiest om juist dat stuk te spelen.
Dat Breederveld uit het bewegingstheater komt, blijkt het best uit de kleine momenten waarop haar personage nog iets van beweging is toegestaan. Met aandacht en precisie pakt ze haar handtas uit, bestudeert ze de inhoud, vijlt ze haar nagels. Dat werkt mooi, omdat het voor Winnie, de vrouw in de zandhoop, de belangrijkste dingen zijn die ze op een dag te doen heeft. Dit wordt een gelukkige dag, herhaalt ze na bijna elke handeling als een mantra. Een gelukkige dag, ondanks alles.
Meer moeite heeft Breederveld met de meanderende Becketiaanse zinnen die zich herhalen, dan weer een onverwachte richting inslaan, een niet verder uitgediepte associatie oproepen, en zwenken tussen concreet, absurdistisch en poëtisch. Zo'n tekst vraagt om heldere en scherpe keuzes in regie en tekstbehandeling. Die blijven uit, waardoor de tekst en de voorstelling alles kan betekenen en daardoor juist aan betekenis verliest.
Het wordt de makers ook niet makkelijk gemaakt. Als sinds jaar en dag zitten de erven Beckett als haviken op de overgeleverde teksten. Geen letter mag er aan veranderd worden en de mise-en-scène dient exact zo te worden uitgevoerd als vijftig jaar geleden bedacht. In Nederland dient men zich te bedienen van de inmiddels toch wat belegen geworden vertaling van Jacoba van Velde. Zo ingesnoerd in decor, voorschriften en archaïsche vertaling is er voor een moderne maker bijna geen beginnen aan om van een Beckett stuk geen museumtoneel te maken. De Wachten op Godot van Koos Terpstra en van Erik Whien of Krapps laatste band van Johan Simons leren ons dat die restricties ook tot memorabel theater kunnen leiden.
In het geval van Happy Days gebeurt dat niet. Hoe uitdagend het spelen van deze tekst ook voor Breederveld mag zijn, ze slaagt er niet in helder te krijgen waar voor haar de tekst over gaat en waarom zij juist deze tekst zou moeten spelen. Daardoor rest vooral een aangenaam toneelavondje waarop het publiek weer eens ouderwets kennis kan nemen van de bizarre wereld van Samuel Beckett en van zijn mooie teksten. Maar ook niet meer dan dat.


