Nederlandse film lokt publiek met label Dutch Angle (en zindert Carmen van het Noorden wel genoeg?)
In Utrecht bruist de Nederlandse film, maar als straks het feest voorbij is doemt de harde werkelijkheid weer op. Een kwestie die de laatste jaren al vaker is gesignaleerd betreft de artistieke Nederlandse film. Op buitenlandse festivals blijkt die zoetjesaan steeds meer aandacht te trekken, maar in eigen land is er voor auteursfilmers als bijvoorbeeld Mijke de Jong (Het zusje van Katia) en Nanouk Leopold (Wolfsbergen) nauwelijks publiek. Kennen we onze eigen kwaliteit niet?
Om daar iets aan te doen heeft het Nederlands Film Festival, samen met andere betrokkenen uit de filmwereld, het label Dutch Angle bedacht. Dat moet een soort keurmerk en herkenningsteken worden voor kleinschalige, persoonlijke en met grote intensiteit gemaakte films waarbij het drama meer onder de huid gaat zitten dan dat alles keurig wordt uitgelegd. Dat label kan op een dvd-box staan, maar ook gebruikt worden door een producent om bij de bioscoopuitbreng de aandacht te trekken. Ter gelegenheid daarvan werd vandaag op het festival door verschillende deskundigen dat kennelijk moeilijk aan de man te brengen kwaliteitsproduct nog eens van alle kanten bekeken. Daarvoor waren ook buitenlandse critici en sales agents uitgenodigd, want die Dutch Angle-films mogen dan leuk meedraaien in het festivalcircuit, daarmee zijn ze nog niet aan buitenlandse distributeurs of televisiestations verkocht. Het zusje van Katia (in eigen land 4215 bezoekers) is inmiddels door 25 festivals geselecteerd, viel driemaal in de prijzen, maar is nog nergens verkocht. Waarom doen wij het niet net zo goed als pakweg de Denen? Nou, de Denen hebben bijvoorbeeld iemand als Lars von Trier als vaandeldrager, terwijl de enige Nederlandse naam die het buitenlandse publiek kent (Paul Verhoeven) naar Amerika vertrok. Zo werden er nog wel een paar handen vol suggesties gedaan, zonder dat er veel nieuws op tafel kwam. Misschien was de Nederlandse film gewoon niet sexy, waagde iemand. Geen Cinema met een hoofdletter die een gevoel van urgentie uitstraalt, te burgerlijk misschien, te weinig lef. Wat verder nauwelijks werd aangeroerd is het banale feit dat de Denen er gewoon veel meer geld in stoppen. En iemand als de befaamde Zweedse grootmeester Ingmar Bergman heeft eerst jarenlang matige films gemaakt voor hij doorbrak. Zijn we in Nederland bereid aankomend talent zo lang te koesteren? Durven we te geloven in filmmakers en geven we ze alle kansen? Niet echt. Onze meest uitgesproken auteur Alex van Warmerdam moet telkens weer sappelen om een productie rond te krijgen.


