Topbarok in tweede concert uit vocale serie in het Concertgebouw: een en een is veel
Door Ellen Segeren
Even kijken hoe Van Dale synergie ook alweer omschrijft. Als een‘situatie waarin het effect van twee of meer samenwerkende of
gecombineerde organen of functies groter is dan de som van de effecten
die elk van de organen of functies alleen zou kunnen opwekken’. Het
publiek in het Concertgebouw in Amsterdam was op 10 januari getuige
van zuivere synergie tussen het Freiburger Barockorchester, het
Collegium Vocale Gent en vier vocale solisten in hun uitvoering van
twee Bach-cantates. En dat terwijl de ensembles en solisten op
zichzelf al meer dan genoeg te melden hebben. Het was dan ook een
volle bak: velen hadden de kans gegrepen om deze twee topensembles en
de uitmuntende solisten aan het werk te horen in het tweede concert
uit de vocale barokserie, en ze werden bepaald niet teleurgesteld. In een bescheiden bezetting onder leiding van Masaaki Suzuki openden
koor en orkest met Höchsterwünschtes Freudenfest (BWV 194), een
cantate die Bach in 1723 componeerde voor de inwijding van het orgel
van de kerk van Störmthal. De solisten namen ieder een van de drie
stemmen per koorparti j voor hun rekening. Het leidde tot een prachtig
mengend en transparant koorgeluid. Gepaard aan de heldere en diffuse
klank van het orkest vormde het een verfijnd geheel. In het basrecitatief en de aria liet Dominik Wörner een aangenaam
licht en melodieus geluid horen, zij het met een iets te nadrukkelijke
dictie, die verraadt dat hij opera en grote oratoria op zijn
repertoire heeft. Daarna was het de beurt aan de jonge Duitse sopraan
Dorothee Mields, die al een tijdje tot de vaste solistenploeg van
Philippe Herreweghe behoort. Heel begrijpelijk gezien haar lichte
timbre en haar vermogen om ondanks het vrijwel ontbreken van vibrato
toch niet te klinken als een veredelde jongenssopraan. De ideale
Bach-soliste. Het tweede deel van de cantate werd geopend door tenor Christoph Genz,
die een wat onevenwichtige en weinig dynamische indruk maakte. Zijn
ogen waren aan de partituur geplakt en hij klonk weinig overtuigend.
Een sprankelend duet van sopraan en bas volgde, waarbij Mields en
Wörner het recitatief aan weerszijden van de dirigent ten gehore
brachten en Mields voor de aria aan de kant van de bas aanschoof. De
cantate werd besloten door een kippenvelkoraal, dat ondanks al die
solistische pracht deed verlangen naar meer. Een cadeautje was bewaard gebleven tot na de pauze, toen altus Damien
Guillon zijn opwachting maakte. Met een enorm vocaal gemak, een
grandioze beheersing en een bijzondere muzikaliteit maakte hij samen
met Mields de Trauer-Ode cantate tot een feest voor het oor. De musici
mochten hun heerlijke ademende slotkoraal als toegift herhalen voor
een opgetogen publiek, dat na het horen van deze onbetwiste top van de
Europese barok er thuis Van Dale niet op hoefde naslaan. Een en een is
veel.
Meer informatie: http://www.fredluiten.nl/
Het derde concert uit de vocale barokserie geven Michael Chance en
Lisa Larsson op 25 april, en in het slotstuk uit de serie, op 31 mei,
wordt Andreas Scholl begeleid door de Akademie für Alte Musik Berlin.


