Door Willem Jan Keizer

Het Gergjev Festival opende dit weekend met een paar teleurstellingen, maar gelukkig ook een onvergetelijk hoogtepunt. Dit speelde zich zondagnamiddag allemaal af in het Nieuwe Luxor Theater in plaats in van de Doelen waarvan de grondige verbouwing pas medio september zal zijn afgerond.

Het Nieuwe Luxor, waarvan de bouw mede te danken was aan de eis van Valeri Gergjev om opera in Rotterdam te realiseren, heeft zich in de loop der tijd steeds minder van dit festival aangetrokken om zich uiteindelijk als partner in de organisatie hieruit zelfs helemaal terug te trekken. Door de verbouwing van de Doelen zijn beiden plotseling tot elkaar veroordeeld. Niet tot groot genoegen: de entourage was minimaal, zelfs afwezig. Geen festivalgedruis, geen bijzondere aankleding van de foyers. Na afloop van het concert spoedde iedereen zich richting uitgang in plaats van nog even na te kaarten.

Het Rotterdams Philharmonisch Orkest zat op een licht aangepast podium en de akoestiek beviel naar omstandigheden prima. Gergjev zelf was zowaar op tijd om een gloednieuwe bewerking van een jeugdzonde van Claude Debussy te dirigeren. Colin Matthews boog zich over dit rudimentaire deel van een symfonie voor twee piano’s. Net als bij Debussy’s preludes had Matthews geen grip op de Franse muziek, op de instrumentatie en orkestratie. Waar elke Franse componist uit die tijd in het koper koos voor de zachter klinkende kornetten, koos Matthews onverkort voor trompetten. Elke orkestgroep kreeg bij toerbeurt keurig zijn deel. De viriele, masculiene behandeling van de celli en de kopergroepen, terwijl de houtblazers daarbij ver achter bleven, paste niet in het beeld dat we van de fenomenale orkestrator Debussy kennen, zoals in bijvoorbeeld ‘La Mèr’. Slechts op één moment dook een vleugje Rusland op bij de violen – een inspiratiebron van Debussy voor dit onaffe werkje. Hij kwam met enige regelmaat over de vloer bij Nadezjda von Meck, de muze van Tsjaikofski. Matthews doet deze componist absoluut tekort; te Engels en te schools.
Een geweldige ontdekking deed het concert direct omslaan. Het achterover leunen was gedaan, de punt van de stoel werd opgezocht.

Een volgende première betrof het al in 1999 gecomponeerde 5e pianoconcert van Rodion Sjtsjedrin. Wat een vondst, dit stuk, minstens zo belangrijk als bijvoorbeeld het pianoconcert van Ligeti. Lyriek in het orkest, gepaard aan ragfijne, repetitieve en soms gortdroge motieven op de piano. In zijn opzet een echt ouderwe ts pianoconcert, mét cadensen en al, maar wat een intensieve belevenis. Soms twinkelde de piano in duet met licht slagwerk van achteruit het orkest en in het slotdeel – beginnend als een Russische variant op de Amerikaan John Adams – donderde het werk naar het daverende slotakkoord waarbij solist Denis Matsuev beide onderarmen diende in te zetten. Matsuev speelde met de duvel op de hielen en kwam absoluut weg met een paar flinke misslagen in de rechtererhand. Gergjev leidde met passie. Daar waar hij in het werk van Debussy nog slordigheden tolereerde werd deze compositie van Sjtsjedrin een al vroeg hoogtepunt in dit festival.

Voor je verder leest...

Inmiddels zijn al bijna 300 mensen met een hart voor kunst lid. We groeien snel! Alleen dankzij onze leden kunnen we dit soort verhalen blijven vertellen.

Word ook lid, door HIER te klikken!

In vergelijking hiermee stak de complete liedercyclus Des Knaben Wunderhorn van Gustav Mahler braafjes en bleekjes af. De stereotypische motieven schreef Mahler tussen 1892 en 1901 als losse liederen. De cultstatus van Mahler vereist echter een oeverloos gepalaver over de juiste volgorde in uitvoering. Wat een onzin: juist de tientallen verschillende toonsoorten waarin deze muziek beschikbaar is zorgen ervoor dat elke zanger of zangeres er zijn ding mee kan doen, onafhankelijk van stemsoort of timbre. Deze wetenschap maakt verdere discussie over of ‘Urlicht’ nu aan het slot moet of middenin compleet overbodig. Wat Mahler had bedacht wordt zo door de dames en heren solisten weer onderuit gehaald, ofschoon Ekaterina Gubanova en bariton Markus Werba er verder een prima uitvoering van gaven.

Gergjev Festival Rotterdam, openingsconcert in het Nieuwe Luxor Theater m.m.v. Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Valeri Gergjev, Denis Matsuev-piano, Ekaterina Gubanova en bariton Markus Werba-zang. Bijgewoond: zondagmiddag 30 augustus.

Elke ochtend ons nieuws in je mailbox?

Wanneer je lid wordt kun je elke dag een update in de mail krijgen, met onze laatste berichten.

Word ook lid, door HIER te klikken!


Al lid? Login

Informatie: www.gergievfestival.nl