Door Leo Bankersen

Wat er precies gebeurd is weten we niet, maar voor de jonge vrouw die weigert haar naam te zeggen en zich ‘You’ laat noemen is het genoeg om zich met een schild van agressieve onafhankelijkheid te wapenen. Een paar harde, ontregelende jump-cuts verder heeft ze haar Nederlandse bezit al achter zich gelaten en staat ze in een Ierse vuilnisbak naar eten te zoeken. “Do you need help?”, vraagt een bezorgde voorbijgangster. “Do you?”, bitst ze terug.

Is Nothing Personal, de eerste lange speelfilm van de Pools-Nederlandse Urszula Antoniak echt zo goed als die prijzenregen in Locarno doet vermoeden? Absoluut. Scherp en precies, met nauwelijks dialoog maar daardoor niet minder veelzeggend, tekent Antoniak voor ons uit wat er zich afspeelt tussen twee mensen die door pijn en verlies op de bodem van hun bestaan zijn teruggeworpen. You (Lotte Verbeek), en de oudere weduwnaar Martin (Stephen Rea), die elkaar in een ruige uithoek van Ierland ontmoeten en een stroef bondgenootschap sluiten.

In een landschap van zompig veen vindt Antoniak onverwachte momenten van poëzie, zonder daarmee de ernst van de zaak te verdoezelen. Alles, de spanning, het wantrouwen, het verlangen naar overgave zit in de beelden van het hier en nu. Hier zijn geen ingewikkelde verhalen nodig om tot de essentie te komen. Het gezicht van Verbeek, ontdaan van iedere camouflage, spreekt boekdelen. Of kijk wat haar handen zeggen, wroetend in de aarde, of het zeewier strelend. Het is de strijd tussen de hunkering naar contact en het besef dat ieder mens uiteindelijk alleen is. Nothing Personal is een film die onder je huid kruipt, schrijnend ontroerend en aangrijpend, gemaakt met een warm hart, maar zonder gemakkelijke uitweg.

Nothing Personal beleefde gisteren op het Nederlands Filmfestival zijn Nederlandse première, maar komt pas in december in de bioscoop (digitaal en op 35 mm). Distributeur Cinema Delicatessen hoopt met dat uitstel de uitbrengdrukte na het festival te vermijden en wil ook de tijd nemen voor een goede promotie. Het zou immers mooi zijn als die vervelende patstelling – de beste Nederlandse films draaien wel op buitenlandse festivals maar vinden geen thuispubliek – nu eens doorbroken kon worden.