Minister Plasterk heeft vorige week laten weten dat hij hoopt dat  de collectie-Scheringa ondanks het beslag door ABN-AMRO als collectie voor Nederland behouden blijft. Een gezelschap  kunstpausen onder wie Martijn Sanders is  hem daarin inmiddels bijgevallen. Hoe sympathiek dat misschien ook klinkt – er kan voor Nederland nooit genoeg kunst behouden blijven – de argumenten om de collectie nu als zodanig te behouden zijn wel erg mager.

Voor een collectie is het niet  genoeg dat er, zoals in Spanbroek  het geval was, een aantal prachtige  en unieke schilderijen in zitten. Het is ook niet genoeg dat alle schilderijen in de collectie eenzelfde etiket (‘realistisch’) dragen. Realistische kunst is op zichzelf nog niets. Realisme komt zonder verdere onderbouwing neer op: ‘kunnen zien wat het voorstelt’. Voor iemand die voor het eerst een  kunstmuseum binnenloopt, is dat misschien ook wel het eerste wat opvalt: sommige schilderijen ‘stellen iets voor’ en andere niet. Maar wie een beetje beter kijkt, weet dat het in de beeldende kunst toch in de eerste plaats om  andere waarden gaat: de manier van expressie, het levensgevoel dat  tot uitdrukking wordt gebracht,  het coloriet, de penseelvoering, de emotie die eruit spreekt,  de intentie van de maker, het ritme, het handschrift, de waarden,  en vaak ook nog om allerhande verwijzingen naar andere sferen en culturen en om commentaar op tradities en stromingen.

Op al deze vlakken hangt de collectie Scheringa als los zand aan elkaar. Ook ‘het wrange’ dat oud-directeur Emily Ansenk nu noemt (NRC Handelsblad, 25 oktober) en de ‘condition humaine’ zijn wel erg onbepaalde begrippen om het behoud van de collectie te rechtvaardigen, zeker als je ziet aan welke schilderijen zij daarbij denkt. Die etiketten passen bovendien net zo goed op veel non figuratieve kunst. Ook Marc Rothko schilderde de condition humaine. Een tijd lang was het inderdaad niet erg ‘ín’ om figuratief werk te maken, maar die tijd ligt inmiddels zo ver achter ons dat nu geen argument meer is. De hele woorden ‘figuratief’ en ‘realistisch’ behoren inmiddels zelfs tot een andere tijd. Met de criteria die Ansenk nu probeert te omschrijven zou het museum voortaan net zo goed videokunst of installaties kunnen gaan aankopen.   

Kort gezegd zijn er drie argumenten denkbaar waarom een collectie in de huidige tijd als collectie behouden zou moeten worden. Het is eerste is dat er een duidelijke onderlinge samenhang uit  spreekt. Het Van Gogh Museum  richt zich op één belangrijke schilder en op anderen die met hem  qua tijd en werkwijze in verband staan. Dat rechtvaardigt het Van Goghmuseum. Ook de totstandkoming van een collectie kan zodanig zijn dat deze bescherming verdient. Het naoorlogse idealisme van een Willem Sandberg in een tijd van ontwrichting en wederopbouw is nog steeds voldoende reden om zijn aankopen bij elkaar te houden. Net zoals het oplevende nationalisme aan het eind van de negentiende eeuw nog steeds een reden is het Rijksmuseum te koesteren. En ten slotte kan  een collectie beschermenswaardig  zijn als deze getuigt van een eigen visie die in andere collecties ontbreekt.?

Op deze drie argumenten is de afgelopen dagen wel geregeld gezinspeeld, maar steeds zonder veel overtuiging. Er is voor wie tot vorige week in Spanbroek  rondliep, zoals gezegd maar weinig  samenhang te ontdekken in de vaste collectie. Ook de totstandkoming ervan is weinig tot de verbeelding sprekend, eerst via adviezen van collega- miljonairs als Mien en Loek Brons en  daarna behoorlijk lukraak –  en soms tegen de zin van Scheringa zelf –  uitgebreid met een curieuze reeks peperdure maar weinig verwante namen uit het buitenland. Wat hebben een gemaniëreerde Tamara de Lempicka,  een dromerige Jan Mankes en een  eerder naar camp neigende Terry Rodgers nu met elkaar te maken?  En  wat doet een uit weer een heel andere  traditie voortkomende Marlene  Dumas daar dan weer tussen? Die  verdient zelfs de naam ‘realist’ niet.

Voor je verder leest...

Inmiddels zijn al bijna 300 mensen met een hart voor kunst lid. We groeien snel! Alleen dankzij onze leden kunnen we dit soort verhalen blijven vertellen.

Word ook lid, door HIER te klikken!

Goed, Dirk Scheringa is nu even  een bekende Nederlander, en om  die reden mogen we kortstondig  nieuwsgierig zijn naar de ontwikkeling van zijn smaak, maar zijn  bekendheid ontleent hij toch eerder aan zijn standwerkerkunsten bij het verkopen van ongedekte leningen aan niet vermoedende boeren en buitenlui dan aan zijn worteling in de Nederlandse cultuur of geschiedenis. Iedere nouveau riche heeft vanouds de neiging snel prestige  te kopen met het aanleggen van een kunstcollectie of het sponsoren van een volkssport, en Dirk  Scheringa deed toevallig beide, maar daarmee ben je nog geen ervaren en doelbewuste collectioneur.

Tot slot: er is in Spanbroek eigenlijk nauwelijks verzameld vanuit een visie, laat staan een visie die in de andere Nederlandse musea ontbreekt. Het heeft geen eigenheid. Was het maar een museum voor Nederlandse magisch realisten geworden, of wat daar voor door gaat! Dat is er in ieder geval nog niet. Maar onder invloed van de twee opeenvolgende directrices is juist dat idee uit het begin geheel losgelaten. Er zijn nu weliswaar verschillende schitterende individuele werken te vinden van kunstenaars die nergens anders in ons land te vinden zijn. Het is, bijvoorbeeld, een schande dat geen enkel ander Nederlands museum ooit een Lucian Freud kocht in de tijd dat hij nog betaalbaar was. Maar waarom Spanbroek hem uiteindelijk aanschafte is een raadsel. Lucian Freud zou eerder in  het Stedelijk Museum thuishoren, waar hij mooi naast de Baselitz, de Soutine en de Beckmann zou kunnen hangen. Zoals de Willinks, de Kochs  en de Kets nu al niet zouden misstaan in het Utrechtse Centraal Museum of in het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem, waar deze schilders al  veel langer en waarschijnlijk ook veel gerichter en selectiever verzameld zijn.

Elke ochtend ons nieuws in je mailbox?

Wanneer je lid wordt kun je elke dag een update in de mail krijgen, met onze laatste berichten.

Word ook lid, door HIER te klikken!


Al lid? Login

Nederland heeft zo langzamerhand wel genoeg grote musea voor beeldende kunst. Het gaat er nu  om ze volledig, actueel en toegankelijk te  houden, en om ze aan te vullen  met alles wat er – toevallig of niet – nog aan moois op de markt gaat komen. Een veiling van de collectie Scheringa zou daarvoor een – ongezocht – buitenkansje kunnen zijn.

Verscheen eerder in NRC Handelsblad van 26 oktober 2009.