Door Willem Jan Keizer

Op de vraag wat muziek eigenlijk uitdrukt, antwoordde Igor Strawinsky: ,,Muziek verwijst slechts naar zichzelf”. Decennia lang was dit het uitgangspunt van componisten, vooral ook die van de naoorlogse Darmstadter Schule. Daar werd een radicale breuk met het verleden bewerkstelligd, vooral een breuk met het subjectivisme van de romantiek waarvan werd gezegd dat het de weerslag was van de aanloop naar oorlog en geweld. Het DoelenKwartet plaatste gisteravond de muziek van ‘Darmstadter’ Pierre Boulez, in casu drie delen uit het Livre pour quator, tegenover delen uit Bach’s Das musikalisches Opfer.

Hiermee brak het DoelenKwartet met de gewoonte om contemporaine muziek op zichzelf te laten klinken, voor zich te laten spreken. Dit is een trend die al langer bestaat en die steeds meer navolging krijgt. Pianist Krystian Zimerman plaatste eens de delen van de Fünf Klavierstücke van Anton Webern tussen de individuele werken van een traditioneel opgebouwd pianorecital en collega Pierre-Laurent Aimard koppelde piano-études van Ligeti aan opnamen van muziek van Pygmeeën.

De combinatie Bach-Boulez is minder vreemd dan zo op het eerste gezicht lijkt. Het barokke voortspinningsprincipe blijkt Boulez op zijn eigen manier toe te passen en zijn strijkkwartetten rollen net zo logisch voort als de werken van Bach. Door beide componisten om en om te spelen ontstond een onverwachte eenheid. Bovendien werden diverse technieken aan elkaar gekoppeld. Pizzicato’s klonken aan weerskanten, bij Boulez leidend tot een herfstige regenbui. Razend lastig en goed gekozen – Boulez werd in context geplaatst.

Voor je verder leest...

Inmiddels zijn al bijna 300 mensen met een hart voor kunst lid. We groeien snel! Alleen dankzij onze leden kunnen we dit soort verhalen blijven vertellen.

Word ook lid, door HIER te klikken!

Ook het knetterende Bartók-pizzicato paste Boulez veelvuldig toe. Daarom was de keuze voor het vierde strijkkwartet al even logisch: hier paste componist Béla Bartók deze hard-klappende techniek voor het eerst toe. Hoewel Bartók in technische zin een groot vernieuwer bleek – ook glissandi, breeduit in het kwartet te horen, gaf hij een nieuwe betekenis – is zijn idioom eigenlijk eenvoudig te begrijpen met enige basiskennis van de Hongaarse taal. Zijn ritmiek is sterk linguïstisch van aard en door dit te vervlechten in zijn muziek ontstaat de logica die deze taal in zich draagt.

Minder voor de hand liggend in dit traject vol logica zijn de aforistische werken van de Hongaarse, enigszins wereldvreemde componist György. Zijn strijkkwartet uit 1959 noemde hij brutaalweg opus 1, om aan te tonen dat hij de lessen van Anton Webern begrepen had en zelfs verbeterd. Weberns opus 1 is een prachtige, aan Bach refererende passacaglia; Kurtág leverde hier op zijn karakteristieke wijze commentaar op. Zo breide het DoelenKwartet een ronde cirkel. De complexiteit van de muziek van Pierre Boulez vereiste een dirigent. Hans Leenders dirigeerde het kwartet, iets dat we niet zo vaak zien. Celliste Rebecca Smit droeg een klein steentje bij in het Musikalisches Opfer.

Concert: DoelenKwartet met medewerking van Hans Leenders, dirigent, Rebecca Smit, cello. Werken van Boulez, Bach, Kurtág en Bartók. Gehoord: 18/10, Eduard Flipse-zaal, De Doelen, Rotterdam.

Elke ochtend ons nieuws in je mailbox?

Wanneer je lid wordt kun je elke dag een update in de mail krijgen, met onze laatste berichten.

Word ook lid, door HIER te klikken!


Al lid? Login