Door Willem Jan Keizer

Rotterdam – De Doelen eert dit seizoen de componist Pierre Boulez (1925) met een serie concerten onder de titel ‘Who’s afraid of Boulez?’. Kennelijk naar analogie van het schilderij van Barnett Newman, want de Red Sofa, de knalrode praatstoel voor uitleg voorafgaand aan het concert, komt er aan te pas. Dit is een vinding van een paar jaar geleden om op laagdrempelige wijze het publiek vanuit die stoel bij te praten over de te spelen muziek. De kleuren Yellow en Blue denken we er dan maar zelf bij.

Die angst was niet zo heel groot, want de Jurriaansezaal van de Doelen was flink vol bij het eerste concertdeel dat door Ralph van Raat solo werd gevuld. Van Raat hoort tot de top van pianisten die gespecialiseerd zijn in de muziek van de laatste honderd jaar. Hij koppelde de aforistische ‘Notations’  en de ‘Sonate no. 2’ van Boulez aan Van Beethovens ‘Sonate no. 31 in As’. De werken van Boulez stammen uit een vroege periode (respectievelijk uit 1945 en 1948), de Beethoven-sonate komt juist uit een late periode van de componist, 1821. De overeenkomst, zo legt Van Raat uit, zit hem in de zoektocht naar compositorische vrijheid, die door beide componisten bereikt wordt in het uiteen laten vallen van de traditionele sonatevorm.

De Sonate van Beethoven was bij deze gelegenheid duidelijk voorbeeldmuziek, want Van Raat zag geen kans om dit werk verdere glans mee te geven. Al is het niet zijn repertoire, hij had best meer moeite mogen doen om de fraseringen af te maken en de noten diepte en betekenis mee te geven. In Boulez was dit eveneens het probleem. Ritmisch was er teveel onduidelijk in de uitvoering, terwijl de geconcentreerde hoeveelheid noten die Boulez voorschrijft aan duidelijkheid niets te wensen overlaat. Dat is temeer jammer daar de matige, en voor wat betreft de statuur van Ralph van Raat zelfs ondermaatse uitvoering het zicht op de redenering achter de combinatie Boulez/Beethoven belemmerde.

Ritmisch was vooral het intrigerende ‘Répons’, in de grote zaal uitgevoerd door Asko | Schönberg met dirigent Reinbert de Leeuw. Dit werk voor ensemble, live electronica en zes solisten – twee keer piano, harp, twee keer slagwerk en cimbalom – vereist een grote ruimte, waarbij het publiek in het midden kan plaatsnemen om de ruimtelijkheid van de muziek tot zijn recht te laten komen. De steeds herhaalde korte toonreeks, een muzikaal eerbetoon aan de Zwitserse maecenas Paul Sacher, kwam in veel, steeds weer anders gekleurde varianten voorbij.

Voor je verder leest...

Inmiddels zijn al bijna 300 mensen met een hart voor kunst lid. We groeien snel! Alleen dankzij onze leden kunnen we dit soort verhalen blijven vertellen.

Word ook lid, door HIER te klikken!

Ook bij dit werk valt de sterk gecomprimeerde partituur op, maar ondanks de enorme dichtheid aan noten blijft de helderheid intact, mede dankzij de prima uitvoering. Boulez ging in dit werk uit 1981-1984 spaarzaam om met de per computer gegenereerde klanken en dat is absoluut een pré. Te vaak blijkt bij dit soort composities de techniek binnen het decennium totaal achterhaald, waardoor het vinden van de juiste synthesizer bij de door de componist aangeleverde software een crime is. De titel ‘Répons’ verwijst niet alleen naar de compositorische opzet van vraag en antwoord (Responsorium), het duidt ook aan hoe de muziek door de ruimte wordt gekaatst. Een geweldige ervaring.

De Doelen: Who’s afraid of Boulez? M.m.v. Ralph van Raat-piano en Asko | Schönberg o.l.v. Reinbert de Leeuw. Pauline Post, Gerard Bouwhuis-piano, Godelieve Schrama-harp, Ger de Zeeuw, Joey Marijs-slagwerk, Michiel Weidner-cimbalom, Jan Panis-techniek.

Elke ochtend ons nieuws in je mailbox?

Wanneer je lid wordt kun je elke dag een update in de mail krijgen, met onze laatste berichten.

Word ook lid, door HIER te klikken!


Al lid? Login

Bijgewoond: maandagavond 23 november.