War Games and the Man Who Stopped Them

Door Leo Bankersen

Bij een opening moet er iets te beleven zijn, en daaraan voldoet War Games and the Man Who Stopped Them van de Pool Dariusz Jablonski ruimschoots. De film waarmee de 22ste editie van het International Documentary Filmfestival Amsterdam vanavond van start ging is zelfs al een spionagethriller genoemd.

Hoofdpersoon is de Poolse kolonel Ryszard Kuklinski. Het kan zijn dat u nog nooit van hem gehoord heeft, maar volgens sommigen is hij de belangrijkste spion van de Koude Oorlog en heeft hij er persoonlijk voor gezorgd dat het in de jaren zeventig niet tot een kernoorlog is gekomen. Of dat ook echt zo is weet je ook na het zien van de film nog steeds niet, al heeft Jablonski niet de neiging dit standpunt te relativeren. Achteraf gezien is ook de titel wat hoogdravend.

Maar Jablonski voert wel een illustere reeks getuigen op – van kopstukken van CIA en Warschaupact tot de voormalige Poolse president Lech Walesa. Stukje bij beetje componeren ze een verhaal dat in een avontuurlijk jongensboek niet zou misstaan. En dat Kuklinski, die wilde voorkomen dat Polen een slagveld werd, een held is, daar is iedereen het wel over eens (al zijn de meningen in Polen nog altijd verdeeld). Een tragische held zelfs, want uiteindelijk zag Kuklinski zich gedwongen met zijn gezin halsoverkop naar Amerika te vluchten. Zijn beide zoons kwamen daar op nooit geheel opgehelderde wijze om het leven.

Jablonski doet bovendien bijna obsessief zijn best om het maar geen saaie reeks talking heads te laten zijn. De met hulp van computeranimaties tot stand gekomen uitbeeldingen van een Russische aanval zijn bijna te veel van het goede. Zelfs van gewone foto’s heeft hij met een speciale techniek bewegende scènes gemaakt.

Spannend voor Jablonski zelf was de vraag of hij de film ooit af zou kunnen maken. Nauwelijks had hij na jarenlang geduldig aandringen de medewerking van Kuklinski verkregen, of zijn held kwam te overlijden. Ook dat zit er allemaal in, net als het onduidelijke gezeul met de urn met as die hij van Kuklinski’s weduwe in handen krijgt gestopt. Soms krijg je het gevoel dat Jablonski zich bij het maken door zijn obsessie heeft laten meeslepen, dat het allemaal wat strakker en helderder had gekund, met minder bombastische donderslagen. Maar er zullen in de komende tien dagen ongetwijfeld ook nog veel documentaires volgen die je weer hevig doen verlangen naar de dramatische toon van Jablonski.

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij lid wordt of ons steunt met een donatie.
Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen.