Voor choreograaf Joost Vrouenraets was de periode waarin hij werkte bij Maurice Béjart beslissend. Hij gaat inmiddels allang zijn eigen weg, met zijn groep Gotra Ballet, maar Béjart Ballet Lausanne heeft hem uitgenodigd om als gastchoreograaf een nieuw werk te komen maken: Ex Orbis.

‘Ik was als kind al onder de indruk van Maurice Béjart,’ vertelt Vrouenraets. ‘Zonder het te weten! Ik zag de film Les uns et les autres, met daarin de dans op de Bolero. Die danser op die rode tafel! Ik dacht meteen: dit is het! Die scène heb ik eindeloos bekeken. Het was een choreografie van Béjart. Maar dat wist ik op dat moment nog niet.’
Veel later, na zijn opleiding Jazztheater- en Showmusicaldans aan de Theaterschool Amsterdam klopte Vrouenraets bij Béjart aan. ‘Ik had de opleiding voltooid, maar ik miste iets. Ik wilde dieper in de dans duiken en deed auditie bij Béjarts school. Eigenlijk was ik één dag te oud. Voor die opleiding mocht je niet ouder zijn dan twintig. En ik werd op de dag van de auditie 21!’

foto Pascal Moors
Toch werd hij toegelaten. Maar toen hij na vier maanden klaar was, was het nog niet genoeg. En Béjart wilde ook graag dat Joost bleef. Hij werd betrokken bij Les clowns, een choreografie van Béjart die veel succes had en bekroond werd met een uitvoering tijdens de G8 in Genève in 2003.

Joost Vrouenraets danste mee in beroemde Béjart-producties als De Vuurvogel en Sacre du printemps. ‘Ik heb mijn rol in de Sacre helemaal uitgeschreven, pas voor pas,’ zegt Vrouenraets. ‘Ik ben chaotisch, maar door het op deze manier vast te leggen, plaats ik de dans buiten mijzelf en kan ik er van buitenaf naar kijken. Dat geeft houvast en ik zie dan duidelijker wat de inhoud van die passen is. Het is als met kijken in de spiegel. Je ziet dingen van jezelf die je zonder spiegel niet ziet.’

Lichamelijk
Net als bij Béjart ligt bij Vrouenraets het accent op het maken van choreografieën, niet op het zelf dansen. ‘Toch ben ik fysiek ingesteld, altijd op zoek naar de lichamelijke sensatie. Als ik aan een choreografie werk, kijk ik wat de dansers doen. Dan voel ik hoe mijn lichaam daarop reageert. Het is die lichamelijke reactie die me zegt of het goed zit met de choreografie of dat er iets moet worden veranderd.’
‘Maurice Béjart heeft een andere identiteit dan ik, maar er is wel verwantschap. Hij heeft iets in mij wakker gemaakt wat essentieel voor mij is. Maar nu ik mijn eigen weg ga, ben ik objectiever naar zijn werk gaan kijken, meer van een afstand. Voor sommige van zijn kwaliteiten heb ik nu meer oog dan vroeger. Maurice had het vermogen terug te gaan naar zijn kindertijd. Er zit veel eenzaamheid in zijn werk. En het verlangen iets te bereiken wat niet te bereiken valt. Hij verloor zijn moeder toen hij nog jong was. Dat heeft hem gevormd. Ik heb van Maurice liefde voor mensen meegekregen. Hij kon fenomenaal conflicten tussen mensen verzachten. Hij was een filosofisch mens. Dat had hij van zijn vader, die filosoof was. Maurice had zo zijn eigen manier om na te denken over de mensen die hem bezighielden. Hij kende de moeder van Freddie Mercury en zei eens dat als Mozart en Freddie elkaar in de hemel zouden ontmoeten, dat ze dan meteen samen piano zouden gaan spelen. Hij was er niet de man naar om de dood zwaar op te vatten. Toen hij op een dag een telefoontje kreeg dat er een vriend van Marcia Haydee (een danseres met wie hij had gewerkt, red.) was overleden, was zijn reactie: doorwerken. Hij ging meteen weer de studio in. Door na zo’n gebeurtenis direct door te gaan met het leven, voelen we onze existentie, vond hij. Toen Maurice zelf overleed, was Gilles bezig Béjarts nieuwste choreografie in te studeren. Ook hij werkte gewoon door na het overlijdensnieuws.’

Als Vrouenraets over zijn band met Béjart praat, klinkt er bijna iets bovennatuurlijks mee. Joost klopte eens bij Béjart in diens kantoor aan. Toen Maurice de deur opendeed, zie hij, zonder naar de vloer te kijken: ‘Wij hebben dezelfde schoenen aan.’ Joost keek en inderdaad: ze waren beiden blootsvoets! Ook op momenten waarop beslist moest worden wat Joost Vrouenraets voor zijn ontwikkeling in de dans moest doen, was er een woordloze overeenstemming tussen hem en zijn leermeester.

Voor je verder leest...

Inmiddels zijn al bijna 300 mensen met een hart voor kunst lid. We groeien snel! Alleen dankzij onze leden kunnen we dit soort verhalen blijven vertellen.

Word ook lid, door HIER te klikken!

 

Identiteit
Niet gemakkelijk om met zo’n indrukwekkende erfenis een eigen identiteit als choreograaf te vinden. Joost Vrouenraets is er intensief mee bezig. Andere mensen zijn hierbij van essentieel belang. Dramaturg Guy Cools is zo iemand. Hij stelde vragen als: wat is de essentie van je werk? Wat wil je? ‘Ik kon dat toen niet zeggen, maar ik was blij met deze confrontatie,’ vertelt Vrouenraets. ‘Je moet weten wat je wilt, anders zwem je in de oceaan.’
Vrouenraets’ werkwijze veranderde. Ging hij vroeger volledig af op zijn eigen fysieke sensatie, tegenwoordig geeft hij improvisatieopdrachten aan zijn dansers. ‘Het gaat mij om urgentie. Urgentie in de zin van: we willen veel, maar hebben weinig tijd in het leven. Maar ook: als je iets op een publiek wilt overbrengen, een verhaal of een beweging, dan moet je urgentie voelen. Anders ben je de aandacht van de toeschouwer kwijt. Iedere fractie van een seconde is daarbij van levensbelang. Wat je het publiek laat zien is als met luchtbelletjes in water, als schuim. Het is er even, spat al uit elkaar en is alweer weg. Als je het niet gezien hebt is het verdwenen.’

Joost Vrouenraets heeft een coach: Florian Verheijen, die ondermeer werkt als productieleider van Danshuis Station Zuid. ‘We gaan peuteren in de chaos in mij. Florian vroeg me om een foto van mezelf. Die kopieerde hij in spiegelbeeld. Hij knipte de foto en de kopie in twee helften, links en rechts en plakte de twee linker- en de twee rechterhelften aan elkaar. Met deze twee foto’s liet hij me de dualiteit in de mens zien. Wat je ook doet of denkt, altijd voert één van de twee delen van jezelf de boventoon. Florian droeg me op de twee foto’s van mijn gezichtshelften een naam te geven. Dat werkte confronterend. Ik noemde de één Hugo, de ander Toine. Hugo is zacht, spiritueel, gaat graag met mensen om, hecht aan familie en huis, is als een monnik, zit stevig in elkaar en rijdt bij voorkeur in een four wheel drive auto. Toine daarentegen is een freak, let constant op alles om zich heen, zijn auto is een Lotus, en hij krijgt het waarschijnlijk snel aan zijn hart.’ Het zette Vrouenraets aan het denken. Als hij aan een choreografie werkt, wie voert dan de boventoon: Hugo of Toine?

Elke ochtend ons nieuws in je mailbox?

Wanneer je lid wordt kun je elke dag een update in de mail krijgen, met onze laatste berichten.

Word ook lid, door HIER te klikken!


Al lid? Login

Cirkel
In Ex Orbis wil Vrouenraets zijn fascinaties verwerken. Al jaren heeft hij de gewoonte in een schrift zijn ideeën en uitwerkingen te noteren, net zoals hij jaren geleden de passen van de Sacrevolledig uitschreef. Bij het observeren van de mensen om hem heen had Vrouenraets de ‘existentiële ervaring’ dat ieder in een eigen cirkel leeft. Orbis betekent immers ‘cirkel’ of ‘wereld’.
‘Het leven is cyclisch. In die cirkel van het bestaan creëert men kaders, hokjes die het leven ordelijk en vertrouwd maken. Je kunt denken aan een huis om in te wonen, maar ook aan familie, groepen waarin we onze plaats hebben, en ook aan structuren in ons denken. Daar voelen we ons beschermd bij. Toch wringt er iets. Een mens komt nu eenmaal in contact met mensen die buiten de vertrouwde structuren vallen, mensen die hun eigen cirkel hebben. Zo gebeuren er dingen die tegen het vertrouwde leven ingaan. Als cirkels van mensen elkaar overlappen, ontstaan er relaties.’ Vrouenraets wil in zijn choreografie hierop inzoomen, als een voyeur kijken naar twee mensen die zich tussen massa’s andere mensen bevinden, zien hoe hun cirkels elkaar overlappen, hoe ze op elkaar inwerken.