Door Ellen Segeren

Iedereen is muzikaal. Met die stelling gooit Henkjan Honing de knuppel in het hoenderhok van degenen die daar anders over dachten. In het kakelverse vak muziekcognitie is nog van alles te ontdekken, maar er zijn al genoeg spectaculaire bevindingen voor een uiterst toegankelijk wetenschappelijk boek: ‘Iedereen is muzikaal’.

Je bent universitair hoofddocent muziekcognitie aan de UvA. Wat is dat voor vak?

“Het is een wetenschap die geïnteresseerd is in uitvoering en uitvoerder. Het heeft raakvlakken met taalkunde, neurologie, psychologie en informatica. Tempo is een mooi voorbeeld: hoe hoor je dat iets sneller of langzamer klinkt? Muziekwetenschap schiet dan tekort. Hoe meer noten, hoe sneller? Dat is niet zo, want in langzame muziek kunnen veel noten zitten. Als je het probeert aan een computer uit te leggen, lukt dat niet. Een ontdekking die cruciaal is geweest in mijn leven, trouwens.”

In het boek gooi je de stelling overhoop dat muziek geordend geluid is, zoals velen op school hebben geleerd.

“Muziek is luisteren naar geluid en er betekenis aan toekennen. Als je naar wolken kijkt, kun je niet anders dan daar structuur in zien, terwijl die niet zo bedoeld is. Dat doen onze hersenen automatisch, in een actief proces. Het is een hart onder de riem van mensen die zichzelf niet muzikaal vinden. Het verklaart bijvoorbeeld waarom bepaalde ritmes interessant zijn en andere niet. Er is een themaatje, een cliché dat ook aanslaat bij mensen die geen muzikale bagage hebben. De noot die niet komt, veroorzaakt spanning. Je kunt er computermodellen van maken waarom dat zo is. Het ligt aan de actieve rol van de luisteraar.”

http://www.iedereenismuzikaal.nl/vb/2009/08/luistervoorbeeld-3e.html

In het boek neem je stelling tegen de vrees dat ‘ongeletterde’ luisteraars oppervlakkig zouden luisteren.

“Klopt. In NRC stond een stuk van Bas van Putten [23 november: ‘Laat de popiejopies van Radio 4 afblijven’] waarin hij suggereert dat de klassieke luisteraar allerlei verheven dingen hoort en de liefhebber van André Hazes toch lager staat. In het boek noem ik Daniel Barenboim en Elmer Schönberger die hetzelfde zeggen. Ik word daar ontzettend kriegel van, omdat het een onnodig soort wij-zij-gevoel oproept, van de musicus die alles kan tegenover de luisteraar die niets kan. Uit onderzoek blijkt dat experts het in bepaalde taken niet beter doen dan gewone luisteraars, ze kunnen het alleen beter benoemen. In sommige gevallen doen gewone luisteraars het zelfs beter. Mensen die veel naar rockmuziek luisteren, horen daar meer in dan klassieke toppianisten die die luisterervaring niet hebben. Wie ben ik om de luisterervaring van André Hazes-luisteraars naar beneden te halen? Alleen omdat er minder akkoorden in gebruikt worden? Ik geloof niet dat Bach of Beethoven groter zijn dan componisten van bepaalde Braziliaanse of Afrikaanse muziek.”

Daarin speelt een culturele component ook een rol, zoals je beschrijft over het vermogen van het volgen van onregelmatige ritmes in bijvoorbeeld Balkanmuziek.

“Het blijkt dat baby’s van zes maanden dat vermogen hebben. Als ze tien maanden zijn al niet meer, dan hebben ze het afgeleerd als het niet in de cultuur hoort en niet wordt ontwikkeld.”

Je stelt ook dat het brein minder ontvankelijk wordt voor muziek waar je nooit naar luistert.

O, ja: Je hoeft geen lid te zijn om dit te kunnen lezen. We hebben wel leden nodig om dit te kunnen schrijven. Word daarom nu lid.

“Mijn slogan is: luister veel en gevarieerd, op alle leeftijden. Op latere leeftijd duurt het langer voordat je nieuwe muziek doorgrondt, kinderen kunnen dat makkelijker. Rond de leeftijd van tien maanden worden de hersenen qua ritmegevoel minder flexibel, maar als je ze een paar weken allerlei ritmes laat horen, horen ze weer wel verschil. Bij taal gebeurt dat fixeren veel later, wat bewijst dat gevoel voor muziek vooruitloopt op taal. Baby’s kunnen direct intonaties en de emotionele betekenis daarvan interpreteren. Dat heeft een sociale functie.”

Ligt daar ook de evolutionaire noodzaak?

Voor je verder leest...

Inmiddels zijn al bijna 300 mensen met een hart voor kunst lid. We groeien snel! Alleen dankzij onze leden kunnen we dit soort verhalen blijven vertellen.

Word ook lid, door HIER te klikken!

“Dat is moeilijk aan te tonen, er bestaan veel theorieën over. Daar wordt pas vijf jaar onderzoek naar gedaan. De bevindingen bij baby’s waren een grote doorbraak hierin. We onderzoeken of andere diersoorten dat soort vaardigheden met ons delen.”

Zoals de dansende kaketoe in het beroemde YouTube-filmpje?

“Ja, dat is een mogelijke uitzondering. We bekijken eerst of de meetmethodes kloppen, want hij danst eigenlijk maar op 10% van de muziek mee. We willen uitzoeken of hij het echt kan en waarom, of het bij de soort hoort. Daarin gaan we samenwerken met biologen.”

http://www.iedereenismuzikaal.nl/vb/2009/08/luistervoorbeeld-4f.html

In het filmpje op YouTube danst hij steeds in hetzelfde tempo, maar in het filmpje waarin het tempo wordt verhoogd, danst hij ook sneller.

“Toen ik dat zag, heb ik iemand een fles wijn moeten geven. Ani Patel heeft dat onderzocht, zijn toelichting staat ook op de website. We willen dat snappen. Kaketoes zijn zeer sociale dieren. Snowball, deze kaketoe, danst ook alleen als het baasje erbij is. Dat zou kunnen suggereren dat sociale cohesie meespeelt.”

Nog een opvallend experiment: als je kinderen de Klokhuis-tune een halve toon hoger laat horen, zeggen ze: dit is fout. Ze hebben dus een absoluut gehoor.

“Dat is zo, maar een absoluut gehoor heeft niks met muzikaliteit te maken. Het is een cognitieve vaardigheid, en Nederlanders zijn van vaardigheden altijd erg onder de indruk. Toch is het heel gewoon. Als je mensen vraagt om Stayin’ alive van de Beegees te zingen, doet 70% dat op de juiste toonhoogte en in het goede tempo. In Amerika wordt het gebruikt als geheugensteuntje voor reanimatie: 103 beats per minuut. Dieren hebben wel een absoluut, maar geen relatief gehoor. Speel je voor een zangvogel zijn eigen liedje hoger af, dan wordt het voor die vogel een ander liedje. Een relatief gehoor is veel bijzonderder, dat hebben alleen mensen.”

Beethoven hechtte veel waarde aan de toonsoort c-mineur voor een bepaalde lading. Dat zou moeten wijzen op kenmerken van toonsoorten.

Mijn intuïtie zei al dat het onzin moest zijn en Nicola Dibben heeft in een experiment kunnen laten zien dat dit niet klopt. Het heeft niet met toonsoort te maken, maar met register of klankkleur. Manipuleren met klankkleur is lastig, maar ik zou dat nog wel eens systematischer willen uitzoeken.”

Elke ochtend ons nieuws in je mailbox?

Wanneer je lid wordt kun je elke dag een update in de mail krijgen, met onze laatste berichten.

Word ook lid, door HIER te klikken!


Al lid? Login

Je draagt het boek op aan je neefjes en nichtjes. Waarom? 

“De wetenschap heeft mijn levensloop bepaald, dus ik heb geen kinderen, maar wel neefjes en nichtjes van tussen de vier en twaalf jaar. Die zijn allemaal bezig met muziek. Het is de volgende generatie, daar moet het van komen. Ik hoop dat ze veel en gevarieerd luisteren, niet bij Bach blijven hangen. Dat ze nieuwsgierig blijven.”

Henkjan Honing: Iedereen is muzikaal
ISBN 978 90 468 0598 5
Nieuw Amsterdam Uitgevers