Door Willem Jan Keizer

Het Rotterdams Philharmonisch Orkest heeft iets met Russen en Osseten. Na twintig jaar Valeri Gergjev stond er afgelopen vrijdagavond in de Doelen een streekgenoot van de fameuze dirigent bij het RPhO op de bok. Toegan Sochjev studeerde, net als Gergjev, bij de fameuze Ilja Moesin in Sint Petersburg. En ook hij concerteerde met pianist Alexander Toradze. In 2007 smeet hij als artistiek directeur de deur van de Welsh National Opera achter zich dicht na een naar zijn idee mislukte productie van Verdi’s ‘La Traviata’ en een slechte recensie. Hoewel hij al eerder in ons land dirigeerde, was het vrijdagavond zijn eerste keer in Rotterdam.

 

De onervarenheid zal de nog jonge dirigent (geboren in 1977) vanzelf wel afleggen, hoewel die hem in de Doelen nog wel hier en daar dwars zat. Het lastige celloconcert van Henri Dutilleux ‘Tout un monde lointain’  (1970, naar een gedicht van Baudelaire) vereist die broodnodige ervaring. De componist zet in wezen het laat-negentiende eeuwse Frans impressionisme voort met muziek die zich inderdaad laat beluisteren als een goed gedicht.

 

Het fijne filigrain dat Dutilleux in de strijkers van het orkest weeft had breder uitgesponnen mogen worden, maar de aan Messiaen refererende slagwerkpartijen gedijden beter onder de exacte slag van Sochjev. De draden die Dutilleux voor de cellist spon zitten in deze compositie meestal verknoopt met de randen van het orkest (bij slagwerk, contrabassen) en monden soms uit in een fijn tikje op een klein belletje. Dat ging herhaaldelijk mis.

 

Toch was het geen slechte uitvoering, integendeel. Cellist Gautier Capuçon bespeelt een fenomenaal klinkend instrument, door Matteo Goffriler in 1701 gebouwd en in diepbruine hoogglans afgelakt. De toon is soepel, buigzaam en gelijkmatig gedoseerd in alle registers, met een sonore lage onderstroom. Hiervan maakt Capuçon graag gebruik in het alle registers omvattende concert van Dutilleux. En op de dynamiek van het werk had Toegan Sochjev wel degelijk een goede grip.

Voor je verder leest...

Inmiddels zijn al bijna 300 mensen met een hart voor kunst lid. We groeien snel! Alleen dankzij onze leden kunnen we dit soort verhalen blijven vertellen.

Word ook lid, door HIER te klikken!

 

Voor de suite ‘Pelléas et Mélisande’ van Gabriel Fauré is niet zozeer ervaring nodig, als wel een overmatige hoeveelheid talent. Hoe Sochjev het klaar speelde om van zulke saaie muziek zo een prachtige uitvoering te bewerkstellingen is een raadsel. Her en der hield de dirigent sterk in om de spanning op te voeren – spanning die de componist niet eens zozeer in de muziek had aangebracht. Net als in Rachmaninovs ‘Symfonische dansen’  dat het concert afsloot, liet Sochjev alle hoekjes en gaatjes van de compositie horen, zeer tot waardering van zowel publiek als orkest. Het RPhO heeft een reputatie om dirigenten in het slotapplaus in hun sop gaar te laten koken, maar Sochjev verdiende met zijn optreden een dikke voetroffel. Een hogere waardering is in Rotterdam niet denkbaar.

 

Grote zaal de Doelen: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Toegan Sochjev m.m.v. Gautier Capuçon, cello. Werken van Fauré, Dutilleux en Rachmaninov. Gehoord: vrijdagavond 11 december.

Elke ochtend ons nieuws in je mailbox?

Wanneer je lid wordt kun je elke dag een update in de mail krijgen, met onze laatste berichten.

Word ook lid, door HIER te klikken!


Al lid? Login