Door Erik Lint 

Foto’s: Jan Versweyveld.
Filmstills Teorema: Anne Wiazemsky als Odetta, Laura Betti als huishoudster Emilia, Terence Stamp als de gast en Silvana Mangano als de moeder Lucia. 

Met een trefzeker en compromisloos requiem zijn Ivo van Hove en Jan Versweyveld van Toneelgroep Amsterdam erin geslaagd de beroemde roman en speelfilm Teorema uit 1968 van Pier Paolo Pasolini te ensceneren als een metafoor voor ontworteling en verlies van oorspronkelijkheid en authenticiteit. Gitzwart, dat wel, en vanaf het begin ogenschijnlijk hermetisch, afstandelijk, literair en gesloten. Maar met een kale en dwingende interpretatie van de gast, die met zijn onregelende vitaliteit en sensualiteit in het familieleven binnendringt, legt Van Hove een vergrootglas op de ziel van de maatschappij. Hij ontregelt, confronteert en ontmaskert de holle verstandhoudingen in het gezin, waarna de moeder, de vader, dochter, zoon en Emilia niet langer in staat zijn elkaar en de wereld om hen heen te verdragen. 
Voor de scenografie liet Jan Versweyveld zich inspireren door de woestijn en de onleefbare binnenwereld van de familie zoals Pasolini die schetst. Hij ontwierp een bijna dystopisch toneelbeeld door de wanden en vloer van een desolate ruimte te bekleden met donkergrijs tapijt. We zien een vlakte, een lavalandschap of een huis met toegangsdeuren tot een andere wereld, of een kleurloze industriële leefruimte zonder warmte; doods. Zo laat hij de fictieve binnen- en buitenwereld met het mentale beeld van de woestijn samenvallen. Die grauwgrijze ruimte wordt subtiel doorbroken met lichte lijnen van onbewerkt hout; kopse kanten van uitneembare elementen als kastjes, deurtjes, laden, schuifwanden en muren die lijken te zweven door lichtbakken die doen denken moderne buiten– en binnenverlichting onder bruggen, pleinen, tafels of banken.
Hier zien we een bijna formele indeling van het toneel waarbij de constructie zichtbaar is en die doet denken aan minimal art en Donald Judd. Het is misleidend omdat de eenvoudige vormen niet simpelweg eenvoudig zijn. Zeker niet na de prachtige transformatie van het toneel tot een getroffen buitenruimte na de ‘storm’ vanwege het definitieve vertrek van de gast die enkel verwoesting en leegte zal achterlaten. In pakweg een minuut is de ruimte volledig onttakeld. 
Met de aanblik van die dystopische wereld en jongste dag begin je als toeschouwer tegen het einde te verlangen naar een vonkje hoop en verlossing. Die krijgen we slechts ten dele met het mooie verstilde afscheid van Emilia (Frieda Pittoors) want daarna, na de slotmonoloog van Paolo de vader, troost Van Hove ons niet met een sprankelend licht of liefdevol voorportaal van de dood, zoals wij die nog zagen in Kreten en Gefluister en De Dame met de Camelia’s. Integendeel; hij kiest compromisloos voor zwart, voor de afgrond van een onleefbare wereld. Hij laat de toeschouwer als verweest achter.
De deur en het pad dat voor de eenvoudige gelovige dienstmeid Emilia open lag blijft voor de tot inkeer gekomen vader en grootindustrieel – een magistrale rol van Jacob Derwig – definitief gesloten. Veertig jaar na Pasolini biedt deze bewerking van Teorema geen ‘writers convenience’; geen oplossing of eenvoudig houvast, maar enkel de aanblik van een naakte vader die niet anders rest dan zijn mond open te sperren van smart en de wereld te accepteren en te verdwijnen in zichzelf; in de anti-materie van het niets. Er is geen ontsnapping mogelijk, geen vlucht naar de toekomst, een horizon of woestijn. Geen uitweg naar de nacht op het plein, zoals in de enscenering van TA & Emio Greco | PC in 2003, maar enkel een landschap als gevangenis. En dat is mooi, confronterend en pijnlijk tegelijk. Ons rest alleen de confrontatie met onze eigen ‘niet-authenticiteit’ en verlangen naar die andere voorindustriële wereld die wij volgens Pasolini al lang verloren zijn. 

Stylistisch gezien lijken Van Hove en Versweyveld eerder het fotografische talent van Antonioni te volgen. In de films van Antonioni lijkt de close-up ondergeschikt aan het landschap waarin de personages zich bevinden. Ook Toneelgroep Amsterdam omarmt met Teorema dit principe van het ‘landschap’ waarmee de personages en ook de acteurs nietig lijken te worden waardoor duidelijk wordt dat ze tegelijkertijd onderdeel zijn van een grotere structuur; de hedendaagse maatschappij. Met het licht en de ruimte laat Versweyveld zien dat het filmkader en de decoupage van de film Teorema op toneel is te vervangen door een brede mise-en-scène en door een unheimische biotoop die is opgebouwd uit een donkere vlakte. Een grijs (wand)tapijt waarin alles lijkt op te lossen en vermorzeld te worden tot een onontkoombare manifeste eentonigheid van de ziel waardoor je het wel zou willen uitschreeuwen. En gelukkig gebeurt dit ook tijdens het prachtige afscheid van de zoon Pietro (Eelco Smits) op muziek van Nirvana. Hij breekt dwars door die schil van beklemming heen. 

 ‘Pasolini was niet de rationele, politiek denkende intellectueel, maar een kunstenaar die het recht opeist tegenstrijdig en impulsief te zijn, instinctief als een dier bijna’, schreef Rudi Fuchs in Tussen Kunstenaars. Anders dan Antonioni durft Pasolini nadrukkelijker rauw en ongepolijst te zijn door dichter op de huid van de acteurs te komen. Hij is emotioneler, impulsiever ook. De schoonheid en onderhuidse zindering van zowel de verstilde als uitbundige scènes van Pasolini zijn haast niet te evenaren. Pasolini schakelt robuust van sacraal, introspectief naar pathetisch expressief. Hij kijkt je aan, dringt zich aan je op, kruipt onder je huid. Juist vanwege het ontbreken van de close-up en de daaraan gekoppelde vraag ‘wie kijkt naar wie’ maakt dat je, eenmaal in het theater, je realiseert dat ondanks de heldere keuzes van Van Hove/Versweyeld zich ook een gemis openbaart. De nabijheid van de getormenteerde aanblik van Anne Wiazemsky, Laura Betti en Silvana Mangano en het oogcontact met Terence Stamp [YouTube] raak je kwijt en daarmee verlies je ook een zeker verlangen naar empathie, en onderhuids contact met de acteurs. 

 Maar aan de andere kant wordt dit gemis aan zintuiglijkheid ruimhartig gecompenseerd door de muzikaliteit van deze voorstelling. De ‘compositie’ Eric Sleichim bestaat uit een soundscape van de woestijn, strijkkwartetten van Beethoven in het eerste deel van de voorstelling en delen uit Five Movements for String Quartet van Anton Webern uitmondend in een pijnlijke keten van sinusklanken die terecht door TA wordt omschreven als ‘een menselijke schreeuw vol hoop en wanhoop’. Sleichim heeft de langzame liturgische cameravoering over de zwarte lava van de Etna omgevormd tot een compromisloos requiem voor Odetta (Hadewich Minis) en Pietro; de kinderen van moeder Lucia (Chris Nietvelt) en vader Paolo. Die muzikale onderstroom heeft als prettige consequentie dat de acteurs zich gedragen voelen. Zeker de slotmonoloog van Jacob Derwig lijkt als een partituur uitgeschreven. Weliswaar zonder vastgezette klank, maar waarschijnlijk met vaste cadans speelt Derwig met de rug naar de zaal en zuigt hij de gehele ruimte naar zich toe. Een paradoxale ervaring want de ruimte wordt in een surround sound (mooi uitgevoerd door Peter Zwart) uitgedijd terwijl het niet ten koste gaat van het eenvoudige beeld van een acteur die op een stoel met de rug naar de zaal afscheid neemt van het leven. Hij kan rustig in zichzelf verdwijnen, in zijn hervonden authentieke ik, in de anti-materie van het universum. Prachtig en dwingend compromisloos theater. Als een requiem.  

Over de rustbank mijn profiel
Van achterhoofd tot hiel;
min-ik zo duidelijk omlijnd,
dat hij alleen hoeft op te staan
en naar de slaapvertrekken gaan
om u te vragen of het licht
uit kan, de antichambre dicht.
 

Voor je verder leest...

Inmiddels zijn al bijna 300 mensen met een hart voor kunst lid. We groeien snel! Alleen dankzij onze leden kunnen we dit soort verhalen blijven vertellen.

Word ook lid, door HIER te klikken!

Slot van het laatste gedicht Anti-Materie
van Gerrit Achterberg. 

Teorema is geselecteerd voor New York Lincoln Center Festival 2010 

Overige inspiratiebronnen en hyperlinks:
Een prachtig ‘work in progress’:
een Wind/Woestijn installatie van Erwin Driessen op Facebook.
Max Neumann,
zonder titel, 2004
Alberto Burri,
Mixoblack 1, 1990
Jannis Kounellis:
Senza titolo, 2002
Jannis Kounellis – interview:
http://channel.tate.org.uk/media/40716599001
Anton Webern: complete music for string quartet. 

Elke ochtend ons nieuws in je mailbox?

Wanneer je lid wordt kun je elke dag een update in de mail krijgen, met onze laatste berichten.

Word ook lid, door HIER te klikken!


Al lid? Login