Air Doll

Het leven, dat zijn de anderen. Toch is ons dat nooit onthuld. In volmaakte onwetendheid leven we naast elkaar voort. Dat is de strekking van het gedicht van Yoshino Hiroshi waarmee de Japanse cineast Kore-eda Hirokazu halverwege zijn nieuwste film Air Doll de betekenis van dit melancholieke sprookje samenvat. 

Een mens kan niet alleen leven, maar hoe dan wel, dat blijft een grote vraag. Het loopt als een rode draad door het oeuvre van deze humanistische regisseur, onder andere bekend van Still Walking. En wie nu dacht dat juist in Azië de gemeenschapszin nog sterk aanwezig was wordt door Air Doll, waarin een opblaaspop net als de zeemeermin uit het sprookje van Andersen mens probeert te worden, snel uit de droom geholpen. 

Kore-eda, eindelijk weer eens in Rotterdam, merkt desgevraagd op dat in Japan, en zeker in Tokio, die beroemde saamhorigheid allang kapot is. De buurten waarin dat leefde zijn verdwenen. 20 jaar geleden viel door de recessie ook het vangnet van de bedrijven weg. En het feit dat Japan geen echte godsdienst heeft waar mensen steun bij kunnen vinden helpt ook al niet mee.  

Alleen de pop, die leeg is en de adem van iemand anders nodig heeft, begrijpt wat er aan de hand is.