Het International Film Festival Rotterdam (27 januari – 7 februari) opent vanavond met Paju, een Koreaans noodlotsdrama vol tegenstrijdige gevoelens dat vorig jaar op het festival van Pusan al veel lof kreeg toegezwaaid. Daar won deze tweede film van Park Chan-ok de Netpac Award, een van de belangrijkste Aziatische filmprijzen.

Paju

Een veilige keus voor de opening van een festival dat graag ontdekkingen doet en grenzen verlegt? Ongetwijfeld. Maar het indrukwekkend geacteerde en vaak ook aangrijpende Paju is toch ook een typische Rotterdam-film. De keus benadrukt de vanouds sterke band van Rotterdam met de Aziatische cinema. Park Chan-ok kreeg al eens de Rotterdamse Tiger Award voor haar debuut Jealousy Is My Middle Name. Ook met het engagement dat Rotterdam graag ziet zit het goed. Paju speelt zich af tegen de achtergrond van gewelddadige krakersrellen in een gebied waar de moderne Koreaanse stadsontwikkeling in zijn volle (semi-criminele) hevigheid woedt.

En natuurlijk is Park ook gewoon een groot talent met een scherp oog voor wat zich in mensen onder de oppervlakte af kan spelen. Ik ben alleen wel benieuwd of het publiek zich vanavond niet al te veel door haar nogal roekeloze verteltrant laat ontmoedigen. Menigeen, zo is de ervaring, dreigt in de flashbackstructuur de draad een beetje kwijt te raken.

Terwijl het achteraf gezien niet eens zo ingewikkeld is. Een jonge vrouw keert na jarenlange afwezigheid terug naar Paju om zich bij de bewonersprotesten te voegen. Daar ontmoet ze tot haar schrik de activist die ooit getrouwd was met haar verongelukte oudere zus, en die toen heftige emoties in haar losmaakte. Net als toen, lijkt hij nog steeds op de vlucht voor een eerdere liefde en zijn geweten.