(1618).
Image via Wikipedia

Rotterdam – Het Nederlands voorjaarsritueel, in de passietijd, levert een enorme hoop concerten op, meestal met Bach’s ‘Matthäus Passion’. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest speelde dit vorig jaar; nu lag de ‘Johannes Passion’ van Bach op de lessenaar. Yannick Nézet-Séguin dirigeerde het RPhO en het Nederlands Kamerkoor .

Met de ‘Johannes Passion’ schiep Johann Sebastian Bach in de periode 1724 tot 1730 een meesterwerk dat totaal afweek van de ‘Matthäus Passion’. Dit werk is immers het toonbeeld van barokke vormgeving: in vorm geknipte heggen die zich strak symmetrisch spiegelen langs de precies door het midden van de tuin getrokken lijn. Het valt uiteen in precies twee even grote delen. Zoniet de ‘Johannes Passion’. Hier kondigt zich een neo-classicisme aan met donkere wolkenpartijen die door een stormachtige wind over een dramatisch landschap worden gejaagd. De pauze komt op ongeveer een derde deel van het werk.

In het eerste koor is het direct raak: ‘Herr unser Herrscher’ is een majestueuze dubbelfuga met in de beide hobo’s slechts een secunde van elkaar verwijderde, wringende klanken tegen een ronkend orgelpunt in de bas. Meer opera dan cantate. Het fenomeen fuga bereikt hier sowieso een ongekend hoogtepunt: het hele werk door is deze stijlvorm in velerlei gedaanten waarneembaar.

De chefdirigent van het RPhO toont zich een meer dan uitstekend koordirigent. Hij heeft technisch gesproken volledig grip op de vocale partijen en zet ze geheel naar zijn hand. Ook het orkest heeft hij aan een touwtje. Dat het geen tijdsgebonden instrumenten betreft, is op zich geen enkel probleem. De opstelling van dit orkest leek minder doordacht te zijn. De basso-continuo groep schaarde zich niet rond het orgel-positiefje maar het uitgedunde gezelschap zat in een soort 20e  eeuwse Mravinsky-opstelling op het podium. De bassen en celli links achteraan, eerste en tweede violen tegenover elkaar, de blazers in het midden.

Voor je verder leest...

Inmiddels zijn al bijna 300 mensen met een hart voor kunst lid. We groeien snel! Alleen dankzij onze leden kunnen we dit soort verhalen blijven vertellen.

Word ook lid, door HIER te klikken!

In de continuogroep vond echter een zeer merkwaardige ingreep plaats: de dirigent vond het om onduidelijke redenen nodig een contrafagot toe te voegen. Dit instrument moest ten tijde van Bach nog worden uitgevonden. Het resultaat was dat er veel te veel laag van precies het verkeerde soort in het klankbeeld ontstond. Dit was vooral zeer storend in de overigens door sopraan Miah Persson bloedmooi gezongen aria „Zerfliesse, meine Herze”. Haar aria „Von den Stricken”, al even schoon, werd begeleid door twee fluiten, houten instrumenten voor de gelegenheid. Deze keuze was goed doordacht, evenals de obligate luit in „Betrachte mein Seel”. De keuze voor cello in plaats van viola da gamba was in dit licht weer een merkwaardige, vooral omdat de cellist niet apart zat maar in de tutti-groep.

Nog veel gekker werd het in de solistische partijen. De tenor Paul Agnew die een puike Evangelist vertolkte – fijn van dictie en een geboren verteller – mocht ook nog even de aria’s erbij doen. Buiten adem zong hij zich tot op het randje van kapot. De partij van Jezus werd gezongen door bariton Markus Werba, daar waar een bas voorgeschreven staat. Dit leverde een te lichte klank op. Ook Werba mocht in de soloaria’s aantreden, waardoor de idiote situatie ontstond dat hij in de beschouwende aria’s als het ware zijn eigen kruisgang en sterven stond te overpeinzen. Het aandeel van Christiane Stotijn was te verwaarlozen: zij deed haar werk zonder teveel voor het voetlicht te treden. De waarschijnlijk door bezuinigingen ingegeven keuzes, samen met de soms meer op Berlioz dan op Bach lijkende dynamiek die Nézet-Séguin her en der aanbracht én die misplaatste contrafagot, maakte van deze ‘Johannes Passion’ inhoudelijk een hoogst discutabele.
Alstublieft, nooit meer doen.

Elke ochtend ons nieuws in je mailbox?

Wanneer je lid wordt kun je elke dag een update in de mail krijgen, met onze laatste berichten.

Word ook lid, door HIER te klikken!


Al lid? Login

Grote zaal de Doelen, Rotterdam: Rotterdams Philharmonisch Orkest en Nederlands Kamerkoor o.l.v. Yannick Nézet-Séguin m.m.v. diverse solisten. Bach: Johannes Passion. Bijgewoond: donderdag 1 april, herhaling vrijdag 2 april.

Enhanced by Zemanta