Dit bericht is meer dan een jaar oud, en kan dus inmiddels zijn ingehaald door de tijd.

Door Wijbrand Schaap

Het gaat niet heel erg goed met de musicalbranche in Nederland. Grote producenten als Stage Entertainment (voor heen Joop van den Ende) en kleintjes als V&V Entertainment voelen de crisis. Het wordt steeds moeilijker zalen uit te verkopen en de prijzen staan onder druk. ‘Wie nu nog de volle mep voor een musicalkaartje betaalt, is heel dom.’ verklaarde een kaartverkoper onlangs. Vrijwel overal worden immers kortingsacties, bedrijfsuitjes en ‘2 voor de prijs van 1’ aanbiedingen gedaan?

Ligt het alleen aan de crisis, dat bedrijven hun personeel niet meer naar de musical sturen, of is er meer aan de hand? Ook Stage Entertainment heeft toegegeven zich zorgen te maken over de kwaliteit van het aanbod. Niet voor niets heeft Erwin van Lambaart, de opvolger van Joop van den Ende, zijn functie als algemeen directeur opgegeven, om zich vanaf komend seizoen alleen nog maar te richten op kwaliteitsbewaking.

En hoe nodig dát is, bleek dus zondag bij de première van Mary Poppins. Aan die productie klopt zakelijk namelijk veel, terwijl er kwalitatief van alles op af te dingen valt. Zakelijk is het immers een geheide succesformule: een waanzinnig mooie film, die iedereen die nu in de nostalgische en kapitaalkrachtige jaren des onderscheids is, heeft gezien. De ultieme Disneyfilm Mary Poppins uit 1964 is immers de extreme feelgood voorganger van The Sound of Music, maar dan zonder die nare oorlog. De doelgroep is dus spot-on: mensen met geld en voldoende nostalgie om de beurs flink te trekken en de kinderen en kleinkinderen graag mee te nemen.

Verder geeft die hoge prijs van het kaartje, en het feit dat de voorstelling als open einde-productie in het Circustheater staat, het koninklijk paleis van Joop van den Ende, veel vertrouwen. En het was al een soort van hit in Engeland en New York. Voeg daarbij de ontzettend goed bekeken AVRO-serie ‘Op zoek naar…’ en het feest kan niet meer stuk. Nu alleen nog een perfecte productie maken.

En daar gaat het dus mis. De met sterren en fans beladen galapremière in Scheveningen had alles wat Nederland zo leuk maakt. De lelijkste avondjurken ooit. De ban op zonnebanken heeft zijn sporen nagelaten: bleke, transparant dooraderde vrouwenschouders boven borstpartijen die er duidelijk geen zin meer in hadden, nu ook Marlies Dekkers niet meer chique is, stonden naast in saaie pakken gestoken heren die meer weg hadden van beveiligers dan van feestbezoekers. De hapjes van Maison den Boer waren ok, in die zin dat de naam van het chique cateringbedrijf prominent meedeed.

Voor je verder leest...

Alleen dankzij onze leden kunnen we dit soort verhalen blijven vertellen.

Word Lid!

Triest is vooral de voorstelling zelf. Niet dat Noortje Herlaar niet kan zingen en acteren. Dat gaat best goed. En dat er twee hele nare kindertjes gevonden waren om twee hele nare kindertjes te spelen, was ook leuk. Dat Marjolein Touw een fantastisch comedienne is: ook een feit. Daar ligt het niet aan. Het is echter wel volgens eigen zeggen de top van het musicaltalent die in Scheveningen aantreedt. En als dit de top is, dan is het daaronder tamelijk droevig gesrteld. Want ook hier kon geen combinatie van stemmen gevonden worden die klopte. Hoe goed de spelers en zangers ook zijn: het is de combinatie die niet deugt, en het is de chef die van potentieel leuke ingrediënten een zooitje maakt. Noortje Herlaars stem is even schel en luid als die van haar tegenspeelster Maike Boerdam, en de kinderen, hoe schattig ook, zitten in hetzelfde register. Ook in de orkestratie is het schelheid troef. Alsof er een dove geluidstechnicus de treble-knop open heeft gezet omdat hij die hoge tonen zelf niet meer hoort.

Hoe kun je de boel in de audioproductie zo verknallen? Letterlijk. De volumeknop is zo ver opengedraaid, dat de de laatste nuance eruit wordt geblazen. Bang dat er gekucht wordt? Bang dat opvalt dat er geen orkest, maar een bandrecorder in de orkestbak zit? Of is de akoestiek van het eigen Circustheater zo beroerd dat er niet anders dan op Pinkpopsterkte gespeeld kan worden?

De beroerde geluidskwaliteit verhult bovendien niet dat het stuk zelf niet deugt. De musical is een buitengewoon gemakzuchtige pastiche van de film, een aaneenschakeling van liedjes, die het gebrek aan verhaal compenseert met een gepland applausmoment aan het eind van iedere scène. Natuurlijk is er applaus, zoals er ook een noodzakelijk traantje is als de orkestband een dramatisch hoogtepunt bereikt. Maar er zijn wel drie eindes, en dat zijn er twee teveel.

Deze voorstelling gaat mensen teleurstellen. En dan heeft deze productie daar nog geen last van, maar een volgende wel. De komende jaren gaan organisatoren van uitjes immers rekenen. Het personeel heeft het al zwaar genoeg, dus kunnen we niet iets beters voor dat geld krijgen? Paintballen. Of Bowlen?

Een paar jaar van slordig musical produceren, en daar is Mary Poppins een voorbeeld van, kunnen zo een negatief effect sorteren dat nog zeker een decennium doorzeurt. Dat kan de sector zich niet permitteren.

Mary Poppins: gezien op 11 april 2010 in Schevingen

Enhanced by Zemanta