foto Ben van Duin

Door Willem Jan Keizer

Het is in de Maasstad altijd leuk redeneren geweest rond het thema opera. Eerst was er vanuit de geledingen der bestuurders geen belangstelling voor opera omdat er toch geen productiehuis voor opera bestond. Daarna werd er een nieuwe schouwburg gebouwd zonder dat er overigens sprake zou zijn van een eigen productiehuis voor opera. De belangstelling voor opera werd groter en groter hoewel er geen productiehuis voor opera bestond en nog later, na de eeuwwisseling, was er zo’n enorm aanbod aan opera dat er maar een festival omheen gebouwd moest worden ondanks het ontbreken van een eigen productiehuis voor opera. Volgt u het nog? De grootste grap van deze redenering is dat er allang een productiehuis voor opera in Rotterdam actief is en wel sinds 1984.

Opera O.T. is de muziektheatertak van het Onafhankelijk Toneel. Het trio Mirjam Koen, Gerrit Timmers en Ton Lutgerink heeft een heel scala aan producties op de palmares, vaak met groot artistiek succes. De Operadagen Rotterdam 2010 maken ook dit jaar, hoewel nu gegroepeerd rond het thema Passie, een indruk van los zand aan elkaar te hangen. Is Passie niet een basisingrediënt voor opera? Het mag maar niet lukken een éénduidig beeld te scheppen van wat de bedoeling is van dit festival door een gebrek aan samenhang tussen de diverse producties en een teveel aan participanten (het merendeel van de Rotterdamse muziek en muziektheaterinstellingen) met elk hun eigen insteek.

Opera O.T. levert zonder meer een belangrijke bijdrage aan dit festival met een enscenering door Mirjam Koen van Frank Martins cantate ‘Le Vin Herbé’ (‘De Toverdrank’), naar Rudolf Georg Bindings ‘Roman de Tristan et Iseut’. Martin, Zwitser van geboorte maar lange tijd, tot aan zijn dood in 1974 woonachtig in Naarden, had een voorliefde voor de middeleeuwse vertelling. Hij maakte in 1944 een prachtige cantate op de tekst van Elckerlijck (‘6 Monologe aus Jedermann’) waarin dezelfde gestileerde en gepolijste kleurenpracht te vinden is als in het drie jaar eerder gereed gekomen ‘Le Vin Herbé’.

Dit werk, met een kleine bezetting in de begeleiding: strijkers en piano, moet het met een meer monochrome klank doen dan de ‘Jedermann’ waarin Martin een omvangrijk orkestapparaat voorschreef. Toch is zijn handschrift onmiskenbaar, vooral in de toepassing van de piano en de prachtige akkoorden in het kamerkoor. De bijna calvinistische soberheid (was Martins geboorteplaats niet immers Genève?) werd in de aankleding van podium en musici doorgezet. De kleding van het ensemble op het podium was zwart, die van alle zangers grijs en de uitlichting werd tot aan het begin van het derde bedrijf van veel blauwtinten voorzien. Alleen Iseut la Blonde en Koning Marc droegen een okergele robe om hun majesteitelijke statuur vorm te geven.

Voor je verder leest...

Inmiddels zijn al bijna 300 mensen met een hart voor kunst lid. We groeien snel! Alleen dankzij onze leden kunnen we dit soort verhalen blijven vertellen.

Word ook lid, door HIER te klikken!

Qua zang werden de twee hoofdrollen voortreffelijk ingevuld: sopraan Yvette Bonner en tenor Philippe Do vormen het ongelukkige liefdespaar dat per ongeluk de betoverde wijn tot zich neemt en zo de dood tegemoet drinkt. Ook ensemble Domestica, gevormd door leden van het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van Wim Steinmann voldoet prima, zij het dat ze door hun prominente positie op het podium onevenredig veel aandacht naar zich toe trekken.

Dat is meteen het enige probleem. Omdat het een vlakkevloerproductie betreft wordt het geschuif met requisieten soms nogal onhandig. De bootreis van Iseut naar haar aanstaande bruidegom Koning Marc vindt plaats op twee verrijdbare vlonders. De reis van Tristan’s vriend Kaherdin om Iseut te halen zodat Tristan haar voor het laatst kan ontmoeten voor hij sterft, wordt gesymboliseerd door het dragen van een aantal scheepsmodellen. Het wapen dat Koning Marc wil gebruiken om het in het bos betrapte liefdespaar te doden blijkt een pistool te zijn. Handig klein, dat wel, maar het staat haaks op de tekst, en die rept van een zwaard.

Het dubbele, verschuifbare strokengordijn dat Gerrit Timmers bedacht is wel een vondst. Het doet dienst als toneelgordijn, coulisse, bos, achterwand en horizon. Een productie in een lijsttheater zoals de Rotterdamse Schouwburg had het werk weelderiger kunnen doen uitvallen. Nu doet de beperkte ruimte het uitbeelden van de lange reizen die moeten worden ondernomen tekort. Toch blijft de inventiviteit van het O.T. het pleit steeds weer winnen. Als nu ook aan de beleidskant eens wordt ingezien dat er bij het O.T. al jaren sprake is van een productiehuis voor opera dat aan alle eisen voldoet, wordt het misschien nog eens wat met opera in Rotterdam.

Elke ochtend ons nieuws in je mailbox?

Wanneer je lid wordt kun je elke dag een update in de mail krijgen, met onze laatste berichten.

Word ook lid, door HIER te klikken!


Al lid? Login

Operadagen Roterdam, Theater O.T.: ‘Le Vin Herbé’ van Frank Martin. Opera O.T. m.m.v. Domestica o.l.v. Wim Steinmann; diverse solisten en kamerkoor. Regie: Mirjam Koen, decor: Gerrit Timmers, choreografie Ton Lutgerink. Bijgewoond: maandag 31 mei. Herhaling: 2, 4 en 6 juni.
Informatie:
www.operadagenrotterdam.nl, www.ot-roterdam.nl