Cora Burggraaf (foto Marco Borggreve)

Door Willem Jan Keizer

Concertgebouw de Doelen is een van de participanten van de Rotterdamse Operadagen maar ook een van de aanjagers achter opera in Rotterdam. Niet helemaal vreemd gezien de grote ontwikkeling van opera in ons land zonder een langdurige traditie in dit genre. Vrijdag- en zaterdagavond was de Doelen gastheer voor het Rotterdams Philharmonisch Orkest in een semi-geënsceneerde dubbelopera, ‘L’Enfant Prodigue’ van Claude Debussy en Poulenc’s meesterwerk ‘La Voix Humaine’.

Vaak worden deze titels aangeprezen als ‘zelden gehoord, weinig uitgevoerd’. Voor het werk van Debussy zou dat nog enig hout snijden, in het geval van Poulenc is dat kolder.

 Juist ‘La Voix Humaine’ , op een tekst van Jean Cocteau, is vaker te bewonderen in de theaters en concertzalen dan een gemiddelde Verdi opera. Juist vanwege de kleinschaligheid van de regie: slechts één zangeres begeleid door een orkest waarbij de uitvoering niet anders kan dan geënsceneerd. Vorig jaar nog zong stersopraan Nelly Miricioiu in de Doelen dit prachtige werk, toen in een regie van Neil Wallace, programmeur muziek van deze zaal. Volgend jaar komt aan de overkant van het Schouwburgplein, in de Rotterdamse Schouwburg zelf, de Nationale Reisopera op bezoek met precies hetzelfde werk. En tussendoor zijn er altijd wel zangeressen te vinden die de harde eis van zowel Poulenc als Cocteau om dit werk alleen met orkest uit te voeren weten te negeren en met een pianist aan de slag gaan.

De regie van ‘La Voix Humaine’ was in handen van het duo Gerrit Timmers en Mirjam Koen. Waar dirigent Yannick Nézet-Séguin het RPhO voor een perfecte muzikale omlijsting zorgde slaagde het regisseursduo van het O.T. erin de emoties van zangeres Cora Burggraaf via een scherm uitvergroot vorm te geven op een ongeëvenaard hoog niveau. Elle heeft haar ex-geliefde aan de telefoon en probeert hem steeds gerust te stellen over haar gemoedstoestand. In werkelijkheid echter heeft ze een pot pillen klaar staan om te verzwelgen, neemt ze een pistool in handen en staat in het raamkozijn van het minidecor achterop het podium om toch maar niet te springen. Het RPhO staat erom bekend doorgaans tamelijk lauw te reageren op de prestaties van solisten en vooral dirigenten maar ging vrijdagavond rechtstandig uit de bol vanwege de superieure prestatie van Cora Burggraaf. Veelzeggend en terecht.

Hoewel ‘L’Enfant Prodigue’ muzikaal een zo mogelijk een nog hoger peil kende dan het werk van Poulenc, was de feitelijke afwezigheid van enige vorm van regie fnuikend. Een overigens prachtig opgezette video van Eric de Kuyper en Hoos Blotkamp die op een reuzenscherm achter het orkest werd geprojecteerd, werd ondersteund door drie acteurs in het kleine huiskamerhoekje linksachter op het podium. Papa leest de krant, mama breit en puberzoon hangt verveeld onderuit. Dit element moest verhullen dat opera op deze wijze niets in een concertzaal te zoeken heeft. De vocale prestaties van sopraan Nathalie Paulin, tenor Gilles Ragon en bariton Brett Polegato mochten er zijn. Maar doordat zij slechts de noten zongen terwijl de handeling in de video plaatsvond maakte dit van Debussy’s scène lyrique een cantate voorzien van plaatjes en niet meer dan dat.

Voor je verder leest...

Inmiddels zijn al bijna 300 mensen met een hart voor kunst lid. We groeien snel! Alleen dankzij onze leden kunnen we dit soort verhalen blijven vertellen.

Word ook lid, door HIER te klikken!

En dat is meteen het meest bedenkeljke van de Rotterdamse Operadagen. Er zit een stevige discrepantie tussen de locaties, het daarvoor geselecteerde repertoire en het aandeel dat de participanten in het festival wensen in te brengen. Het grote repertoire, de grand-opéra speelt zich af in de periferie van het festival. Twee keer in de Doelen (afgelopen week was daar nog een uitvoering van ‘Genoveva’ van Robert Schumann te zien) en O.T.’s uitvoering van Martin’s ‘Le Vin Herbé’ vond plaats in het eigen theatertje aan de Jobshaven. Alleen omdat de Nationale Reisopera per definitie een deal heeft met de Rotterdamse Schouwburg werd daar ‘Wake’ van Klaas de Vries uitgevoerd. Het bij statuut rond opera georganiseerde Gergjev Festival participeert in het geheel niet.

Hoewel het Nieuwe Luxortheater mede het bestaan dankt aan de plannen van Valeri Gergjev met betrekking tot opera – hij wilde alleen een chef-dirigentschap bij het RPhO tekenen onder voorwaarde dat er een goede facilitering hiervoor in Rotterdam van de grond zou komen – trekt het Nieuwe Luxor zich hier niets van aan. Gebouwd op een goede akoestiek en met een weliswaar te kleine orkestbak maar wel met een reusachtige toneelopening kan men daar heel wat aan. Nu is er op een toplocatie tweederangs opera te zien en dan alleen nog in de marge van de overige programmering.

De Rotterdamse Schouwburg doet heus zijn best, maar zou nu juist de grote mainstream producties moeten herbergen. Wil Rotterdam met opera iets substantieels van de grond tillen dan moet hier eens stevig over worden nagedacht en niet alleen over de al dan niet beschikbare budgetten. Wie rijk wil worden of de hand op de knip wil houden moet zich niet wagen aan de duurste aller kunstvormen. En wie publiek wenst te trekken moet het zo organiseren dat alles op de juiste plek terecht komt.

Elke ochtend ons nieuws in je mailbox?

Wanneer je lid wordt kun je elke dag een update in de mail krijgen, met onze laatste berichten.

Word ook lid, door HIER te klikken!


Al lid? Login

Operadagen Rotterdam: Debussy: ‘L’Enfant Prodigue’, Poulenc: ‘La Voix Humaine’. Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Yannick Nézet-Séguin m.m.v. diverse solisten. Bijgewoond: vrijdag 4 juni, herhaling zaterdag 5 juni.