De Toneelpublieksprijs gaat in 2014 niet door. De nieuwe eigenaar, het Nederlands Theater Festival, heeft meer tijd nodig om de prijs door te ontwikkelen. Is er nog toekomst voor publieksprijzen?

Publieksprijzen: de een walgt ervan en de ander vindt het fantastisch. Publiek is daarom ook gelukkig: divers. Publieksprijzen hebben natuurlijk voor- en nadelen. De een vindt het terecht en fijn dat er geen politiek spel van bevooroordeelde juryleden bij komt kijken, en de ander dat de massa niet gelijk kan hebben. Het resultaat van een publieksverkiezing is dan ook meestal niet hetzelfde als dat van een meerkoppige jury in het kwadraat.

Hoe dan ook, voorlopig komt er geen Toneelpublieksprijs. Eerder al afgestoten door de VSCD (Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties) moet er nu door het Theater Festival nagedacht worden hoe een publieksprijs in de markt te zetten. Interessant is dat de VSCD bij monde van Bureau Promotie Podiumkunsten destijds de Danspublieksprijs wilde overnemen. Ambitieuze plannen passeerden de revue: teams door het land sturen en na afloop van voorstellingen publiek kaartjes laten invullen etc. Dat kon toen allemaal nog. Het bureau bestaat inmiddels niet meer en ook de VSCD staat onder druk.

Of het wel of niet uitbrengen van de Toneelpublieksprijs eigenlijk om geld gaat, omdat toneel minder goed loopt, of omdat men een publieksprijs an sich een onding vindt, is nog niet duidelijk.

In de dans is het anders. Dans is onverminderd populair en het danspubliek facebookt erop los. Dat verklaart ook het succes van de Danspublieksprijs. Met een goede inbedding in social media, een laag budget en veel goodwill van de sector kun je toch heel wat moois bereiken.

Dus: publieksprijzen, doen of niet doen?

 

(foto: Davide Cocchiara – Sigel Eschkol)

3 REACTIES

  1. Beste Ruben,

    Bedankt voor je toelichting. Ik begrijp het principe van het creëren van een online platform waar het publiek zijn mening kwijt kan. Niet duidelijk, lees transparant, is hoe uiteindelijk de winnaar wordt bepaald. Daar ben ik nieuwsgierig naar.

    Ik kreeg van Anne van het ITs festival in dit kader nog een mooi stuk van Ristsaert ten Cate uit Man Looking For Words (TIN, 1996) opgestuurd dat mooi aansluit op jouw betoog:

    ‘When I advised Peter (Sellars) thus, I was remembering a speech he gave on the occasion of Mickery’s 20th birthday in 1986. He said, “The audience is the most important part of theatre. At the heart of the thing is that basic transaction, so well expressed in Shakespearean plays. We are told that this is a blasted heath. Now we, in the audience, know it’s not a blasted heath, but for the next two hours, thanks to the generosity of the audience, it will indeed be a blasted heath. Or someone tells us that they will be King Lear for the next two hours. We know they aren’t King Lear, we know they aren’t even remotely up to being King Lear: nobody is ever up to being King Lear. But as an audience we say, alright, we’ll have a better time if we allow this. The audience’s generosity confers stature upon the performers, making the experience possible. But now we live in times when we say: ‘Oh yeah? Just prove me that you’re King Lear, prove to me that this is a blasted heath. I wanna see it. Show me, if you think you can…
    There’s a growing insistence that we reduce everything to a material level. Of ‘let’s count it’. Can we count how many minutes it was, can we count how many actors there were, can we count how much was spent on the set. Things are reduced to a cost and expenditure transaction. Or, as Velimir Khebnikov says in a play I’ve just directed, ‘The model of the Twentieth Century is that what we count is what counts. Not what we say. It would be wonderful if we gave words equal importance with numbers. If we could break the tyranny that numbers are currently holding over words. If we could say that there are words that numbers cannot comprehend.’

    Koffie graag. Je weet me te vinden.

  2. Uitstekende reactie Jeffrey, bedankt.

    Een festival of publieksprijs met weinig budget realiseren is geen sinecure maar inderdaad een armoedige situatie. Dat moet uiteindelijk beter.

    Niemand hoeft dan ook een festival of prijs te organiseren. Je kunt in plaats van een publieksprijs ook een gouden kaartje uitreiken aan wie de meeste voorstellingen of stoelen heeft verkocht. Ben je meteen klaar. Praktisch is het nog wat lastig. De VSCD vertelt dat theaters verkoopgegevens pas zeer laat (niet graag) prijsgeven en je zo’n prijs dus 1-2 jaar na dato kan vaststellen.

    Wil je een evenement organiseren, moet je dus een duidelijk doel ermee hebben.

    De Dans Publieksprijs is opgestart om buiten de gebaande paden en ‘fringeachtig’ een klankbord te geven aan publiek. De drempel die het promotiebureau opwierp om ook bij de Dans Publieksprijs alleen nominaties mee te laten doen die vooraf betalen, vond ik ook steil. Het publiek nomineert bovendien zelf. En daar komen zelfs verrassende resultaten uit.

    Het is de overaandacht voor marketing die ik niet helemaal volg. Ik ben niet vies van marketing (ik bied graag sponsoren betaalde ruimte) maar een doelgroep stiekem vermarketen pikt die doelgroep toch steeds minder in dit Facebook-tijdperk. Een prijs in de markt zetten als ‘publieks’prijs en vanuit het gezelschap of theater vooral een fluctuatie in bezoekersaantallen van prijswinaars willen meten. Wat is dat?

    Ik zeg: leg het marketingjuk af en laten we voor waardevolle content gaan die het publiek inspireert. De nadruk even leggen op geven. De Dans Publieksprijs geeft publiek een stem en een beleving. De danssector krijgt daarvoor enorm veel voor terug. Meer bezoekers? Da’s mooi meegenomen. Maar daar is het niet het juiste vehikel voor. Meer waardering? Er is in 2013 een document online gezet met een duizelingwekkend aantal positieve reacties over winnaars (elke regel een nieuwe reactie):

    http://www.danspubliek.nl/Teksten-Top-3-Dans-Publieksprijs.pdf

    Ook genomineerden kregen hele lijstjes. Door iedereen enthousiast ontvangen, en weer nuttig voor marktinzicht. Daarbij vindt er ieder jaar een social media-lawine plaats waar de danssector collectieve promotie van ondervindt.

    Via Twitter en Facebook ontvangen gezelschappen en artiesten inmiddels rechtstreeks en publiekelijk reacties van bezoekers. Hoeveel daarvan afkomstig is van vakgerichte kenners weet ik niet. Maar laten we het hierover eens zijn: publieksprijzen en juryprijzen (en festivals) hebben een toegevoegde waarde. Wil je daarbij vooral de gezelschappen bedienen, dan mogen die voor een kwalitatief product best betalen. En een prijs noem je dan gewoon een gezelschapsprijs.

    Een keer koffie doen?

  3. “Met een goede inbedding in social media, een laag budget en veel goodwill van de sector kun je toch heel wat moois bereiken”… Ik ben het absoluut met je eens. Dat is ook de kern van mijn andere betoog waarnaar je verwijst. Maar aan het ontwikkelen van een nieuw plan zitten vele kanten. Zo kun je je bijvoorbeeld afvragen of de goodwill van de sector of van het publiek met komen.

    De Toneelpublieksprijs (TPP) bouwde in de 18 jaar van zijn bestaan nauwelijks een echt substantiële achterban op. Jaarlijks namen zo’n 34 voorstellingen aan de TPP deel; nog geen 5 % van het totale theateraanbod kon dus überhaupt voor de prijs in aanmerking komen. Dat vonden en vinden wij een groot bezwaar.

    Voor deelname moest flink worden betaald; dat wierp een onwenselijke drempel op. Tegelijkertijd zien sponsors de TPP door het relatief geringe bereik van de prijs niet zitten. Je wilt dus een prijs die niet alleen eenvoudig is uit te voeren, maar ook een groot draagvlak kent onder publiek en gezelschappen. Het geldbedrag dat ooit aan de prijs vastzat was van meerwaarde voor de winnaar. Dat is in de afgelopen jaren teruggebracht tot een paar duizend euro, opgebracht door de deelnemers zelf.

    Dat moet anders kunnen. Zou het publiek de prijs bijvoorbeeld voortaan niet kunnen financieren? Of maakt het meten van klantwaardering na afloop van de voorstellingen door de schouwburgen een stemsysteem op termijn niet overbodig?

    Dan blijven er nog veel vragen over; Moet het begrip Toneel nog worden gebruikt of kijken we breder? Hoeveel publiek moet er stemmen om echt van een representatieve Publieksprijs te kunnen spreken? Wat is eigenlijk het effect van een publieksprijs? Levert het daadwerkelijk meer bezoekers op?

    Uit onderzoek in de filmwereld blijkt dat publieksprijzen alleen onder de bezoekers van ‘mainstream’ films enigszins effect op bezoekersaantallen hebben. Maar media-aandacht genereert, zonder publieksprijs, hetzelfde effect.

    Publieksjury’s, waarmee het publiek zich kan identificeren, hebben meer gevolg. Tegelijkertijd geeft het filmhuispubliek, zo blijkt, weinig om publieksprijzen. Zij gaan liever af op de mening van een vakjury en willen die toetsen aan hun eigen opvatting. Uit eigen onderzoek blijkt dat ook de bezoeker van het Nederlands Theater Festival niet heel veel waarde hecht aan een Toneelpublieksprijs. Voorstellingen genomineerd voor de Toneelpublieksprijs waren nooit echt succesvol binnen het festival, tenzij zowel jury als publiek de voorstelling tot favoriet hadden gekozen. Of nominaties voor de Toneelpublieksprijs gedurende het seizoen een voorstellingen meer bezoekers opleverden en hoeveel precies, daarover bestaan geen harde cijfers, alleen aannames.

    Een eventuele ‘doorstart’ van de Toneelpublieksprijs moet dus wat ons betreft zorgvuldig gebeuren, zodat deze nog jaren mee kan. Op basis van een goed plan en gebaseerd op feiten en niet op veronderstellingen. Het ontwikkelen van een niet –fraudegevoelig, transparant (!) en liefst interactief systeem waar ieder gezelschap aan deel kan nemen zonder dat zij zelf de rekening gepresenteerd krijgen, vergt tijd. Misschien volstaat een simpel concept. Maar dat zullen we dan toch eerst aan het publiek moeten vragen.

Comments are closed.