We dronken koffie met de ongekroonde koning van de Iraanse oorlogsfotografie

Moshen Rastani (1958) grijnst breed, kijkt me indringend aan, gebaart, en legt zijn hand op zijn hart. “Wat er nu gebeurt, hier, tussen jou en mij, in dit gesprek. Dáár gaat het me om. We ontmoeten elkaar van mens tot mens. We communiceren. Via elkaars gezicht kunnen we de geheime wereld van de ander bezoeken. Zo’n camera is slechts een stuk gereedschap om dat contact voor elkaar te krijgen.”

Leden lezen gewoon door

(Met de betaalknop hieronder word je geen lid, maar koop je steeds losse stukken met een tegoed van onze partner Katalysis. Een echt lidmaatschap van Cultuurpers biedt meer, zoals onbeperkte toegang tot ALLE verhalen (en een nieuwsbrief).)

Rastani werd door het uitbreken van de Irak-Iranoorlog de fotografie in geslingerd. Hij ontpopte zich met zijn prachtige, verstilde zwart-wit portretten als ongekroonde koning van de Iraanse oorlogs- en documentairefotografie. Daarnaast maakte hij reportages in Libanon en Bosnië & Herzegovina, en legt in zijn lopende Iranian Family Project het alledaagse leven in Iran vast. Samen met acht landgenoten en geestverwante kunstenaars is zijn werk nu te zien bij Francis Boeske Projects.

Aan de koffie in de galerie vertelt hij drie verhalen over zijn fotografie. In voorzichtig, zoekend Engels. Soms aangevuld met een vertaalapp op de smartphone van mede-kunstenaar Amir Farhad. Altijd met die innemende grijns.


1. Levende Doden

Rastani’s geboorteplaats, de belangrijke havenstad Khoramshar, werd aan het begin van het slepende, acht jaar durende conflict belegerd door Iraakse troepen. Noodgedwongen fotografeerde hij de bewoners en hoe ze zich, totaal overmand en onvoorbereid, probeerden te bewapenen en hun stad te verdedigen.

Rastani: “Saleh, een goede vriend en een oorlogsheld, drukte me een vierdehands camera in de handen. Mijn eerste! Hij zei: ‘Mohsen, maak foto’s van al deze vechtende mensen hier voor hun familie, zodat hun gezichten niet vergeten worden.’ Ik kon niet weigeren. Zonder énig idee wat ik aan het doen was ging ik aan de slag. Niemand had verstand van wapens, en ik wist niets van fotografie. Maar we moesten ons verdedigen. Mijn camera werd een wapen voor vrede. Die eerste paar foto’s waren niet al te best, maar ik kreeg het snel onder de knie.”

“Later gebeurde er iets vreemds. Bij een begrafenis van een paar gesneuvelde jongens liet ik mijn foto’s zien aan de rouwende familieleden. Ze zoenden het gezicht op de foto, in plaats van het lichaam van hun dode zoon. Dat heeft me enorm aangegrepen. Alsof de foto hem voor altijd in leven zou houden. Sindsdien richt ik me in mijn portretfotografie vrijwel uitsluitend op het gezicht. Dat is de essentie.”

foto: Moshen Rastani

2. Twee Tapijten
In 1987 studeerde Rastani af aan de faculteit voor schone kunsten van Teheran, en reisde af naar Libanon om verslag te doen van de burgeroorlog. Met het uitbreken van de oorlog in Joegoslavië kreeg hij een nieuw doel voor ogen: Bosnië & Herzegovina.

Rastani: “Ik verkocht twee tapijten om aan geld te komen, en ik vertrouwde op God. Via een lange omweg reisde ik van Parijs met de trein naar Zagreb en regelde via-via een perskaart. Ik had het geluk dat ik kon meevliegen met een transport van de VN. Ik landde op een kapotgeschoten vliegveld in Sarajevo. Geen idee wat of hoe. Ik vroeg God: ‘Ik weet niet wat ik moet doen. Help me om hier de deuren te openen.’ Na een koude nacht buiten slapen in een greppel – ik had één appeltje om te eten, en was bijna door m’n geld heen – ontmoette ik een Egyptische militair. Hij was ook moslim en hielp me verder. Ook liep ik een oud-collega uit Libanon tegen het lijf, en ik kwam in contact met een Australische fotograaf. Samen kregen we goed betalende VN-klus in de schoenen geschoven. Met dat geld kon ik weer even door. Bij Mama Zibo en haar zoon Zlatko – ook toevallig ontmoet – huurde ik voor 100 DM een kamertje. Daar ben ik toen bijna 2,5 jaar gebleven.”

3. Wit Scherm
“In Sarajevo ontdekte ik de kracht van die witte achtergrond, dat sindsdien een soort handelsmerk in mijn foto’s is geworden. Ik zocht naar een manier om de mensen die ik fotografeerde uit hun alledaagse context te tillen. Zodat de foto iets universeel menselijks krijgt. Ik heb daar bij een lokale ambachtsman een wit scherm en een standaard laten maken. Die kerel had al eerder op wonderbaarlijke manier mijn afstandse camera gerepareerd. We waren bevriend geraakt, ook al konden we elkaar bijna niet verstaan. Zijn naam ben ik helaas vergeten, maar ik weet wel nog ongeveer waar hij woont. Misschien moet ik hem nog eens opzoeken.”

Heroes of War / foto Moshen Rastani

Het werk van Rastani is te zien in Parijs (MAM), Rome (MAXXI) en nu ook in Amsterdam. Rastani: “Tot voor kort was er geen enkele mogelijkheid om mijn foto’s in het buitenland vertoond te krijgen. Het is bitterzoet dat de internationale erkenning nu pas komt. Ik heb veel tijd verloren.”

Opening up – 9 artists from Iran is nu te zien bij Francis Boeske Projects in samenwerking met Klerkx International Art Management.

Goed verhaal? Laat het weten met een kleine bijdrage.

Iranian Families / foto Moshen Rastani

Deel dit:
[gravityform id="10" title="true" description="true" ajax="true" tabindex="0"]