Een ambitieuze jonge schrijver die uitgroeide tot Bekende Nederlander – het leven van Joost Zwagerman was onstuimig, net als zijn karakter. Dat zijn huwelijk na bijna na twintig jaar eindigde in een scheiding, kon hij niet verdragen. In De langste adem kijkt zijn ex-vrouw Arielle Veerman terug. Van wrok blijkt geen sprake, wel van verdriet.

A Quattro Mani

Beste lezer!

Cultuurpers zoekt de verhalen op die je nergens anders leest. We graven dieper. We kunnen dat doen dankzij de steun van lezers zoals jij. Je donatie is meer dan welkom!
Doneer hier

Waardeer dit verhaal!

Alleen dankzij jouw donatie kunnen we de verhalen blijven vertellen die anders verdwijnen.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Waarom dit boek, waarom nu?

‘Als Joost nog had geleefd, had ik dit boek niet geschreven. Nog tot twee weken voor zijn dood – we waren toen al vier jaar uit elkaar en een jaar officieel gescheiden – ging hij met mij de strijd aan. Ik had leren leven met de beschuldigende blikken die me ten deel vielen door alle verhalen die hij over mij vertelde. Dan dénken ze dat maar – dat was mijn mantra geworden. Maar na zijn dood kon ik daar niet meer mee leven. Zoals Joost al schreef in zijn boek Door eigen hand maken zelfmoordenaars van de nabestaanden moordenaars. Bij de begrafenis voelde ik dat mensen dachten dat ik degene was die hem over de richel had geduwd. De begrafenis was ongemakkelijk; ik meende achterdocht en argwaan waar te nemen, niemand sprak mij of de kinderen aan en we moesten aanvankelijk ergens achterin zitten. En wat ik ingewikkeld vond: niemand had het tijdens de toespraken over Joosts moeilijke of sombere kanten, het was de ene loftuiting na de andere. Met dat eenzijdige beeld kon ik niet leven en daarom heb ik dit boek geschreven. Maar vooral wilde ik me verdiepen in wie ik was, wie Joost was, wie wij samen waren. En hoe dat is misgegaan, met uiteindelijk een dodelijke afloop. Het is, hoop ik, méér dan alleen ons verhaal. Het is ook een verhaal over ziekte, onmacht en onvermogen om in heel moeilijke omstandigheden juiste beslissingen te nemen.’

Jullie kenden elkaar dertig jaar en hadden bijna twintig jaar een relatie, die begon als een knipperlichtvriendschap op de middelbare school.

‘Dat klopt, in die tijd was het contrast groot. Joost was heel ambitieus en gedreven, hij wilde de wereld van zich laten horen. Ik was filosofischer en introverter van aard. Toen ik in Italië ging studeren en daar vervolgens bleef werken als kunstrestaurator, zagen we elkaar tien jaar niet – hij kwam één keer langs in Florence. In zijn debuutroman Gimmick! had hij me omgevormd tot een nogal hysterisch personage. Ik vond dat grappig, en het was een goed boek. Maar verder hield ik me niet zo met hem bezig. Nederland was op dat moment voor mij ver weg.’

Tot jullie in 1991 tijdens een kort bezoek aan Nederland verliefd op elkaar werden. Wat trok jou in hem aan?

‘De drammerige en onbeheerste Joost die ik kende van de middelbare school was uitgegroeid tot welbespraakte, knappe jongen. Rustig en zelfverzekerd. We konden met elkaar praten en veel met elkaar lachen, deelden dezelfde passies, zoals kunst en muziek. Hij vertelde me over de Nederlandse politiek en literatuur, we gingen veel uit – iets wat ik ook niet deed in Italië – en ik werd opgenomen in zijn warme vriendenkring, met schrijvers als Adri van der Heijden en zijn vrouw Mirjam Rotenstreich. De eerste tien jaar samen waren onze beste jaren. We kregen drie sterke, mooie kinderen. En daarmee begon onze relatie te veranderen.’

Ouderschap

Wat gebeurde er?

‘Pas tijdens het schrijven van mijn boek zag ik duidelijk hoe bedreigend het krijgen van kinderen voor Joost moet zijn geweest. We waren er zonder duidelijke afspraken in gestapt, dus toen onze oudste zoon werd geboren riep dat de vraag op: hoe verdelen we de zorg? Joost begon het gezin als een bedreiging voor zijn werk te ervaren, zei steeds vaker dat échte schrijvers geen kinderen hadden. ‘Zie jij schrijvers op het schoolplein?’ antwoordde hij als ik hem vroeg of hij onze zoon kon ophalen van school.

Arielle Veerman ©Michiel van Nieuwkerk

Ik had groot ontzag voor kunstenaars in het algemeen, en zeker voor Joost. Hij was een erudiete man. Ik had bewondering voor wat hij allemaal op papier zette en hoe hij tekeerging op zijn toetsenbord. Daarin wilde ik hem tot steun zijn. Dus al snel dacht ik: oké, die dagelijkse verzorging neem ik dan wel op me. Dat bracht mijn eigen leven in de knel, Joost vond dat ik niet moest werken. Maar naarmate het gezin zich uitbreidde – we kregen nog een zoon en een dochter – werd de druk op hem ook groter, omdat ons gezin grotendeels financieel van hem afhankelijk was. Joost was zich er sterk van bewust dat er maar een handjevol schrijvers van hun pen kon leven, en dat hij er een van was. De vraag of hem dat elk jaar opnieuw weer zou lukken, moet hem veel angst hebben aangejaagd.’

Roem

Gaandeweg lijkt hij zich steeds meer te vereenzelvigen met zijn succes. Werd roem voor Joost een doel op zich?

‘Ik denk dat Joost zijn ware zelf uit het oog verloor en zich begon te identificeren met zijn roem. Hij wilde die heel graag, maar wist zich er geen raad mee, terwijl veel in zijn leven daar om draaide. Joost werd steeds onbereikbaarder. Als ik iets met hem wilde bespreken over de zorg voor de kinderen, kreeg ik te horen: ‘Je bent nu eenmaal met een schrijver getrouwd, deal with it.’ Ook fysiek was hij nauwelijks aanwezig; hij zat veel op de werkkamer die hij had op een andere plek in de stad. Intussen werd hij steeds ontevredener. Ontevreden over het leven dat hij leidde, ontevreden over mij en mijn sociale leven. Dat leidde tot heftige woedeaanvallen. Rond 2006 begon onze relatie te verharden. De sfeer werd grimmig.’

Hoe ging jij daarmee om?

‘Ik vond dat moeilijk en ging steeds meer mijn eigen leven leiden. We werden twee gescheiden entiteiten, die elkaar van enige afstand bekeken. In therapie wilde hij niet; wat hem betreft lag de fout bij mij en moest ik me aanpassen. Hoewel hij zelf geregeld zei dat hij wilde scheiden, denk ik achteraf dat hij dat riep om mij in het gareel te krijgen. Hij had steeds meer moeite met mijn vriendschappen, hij wilde het liefst dat ik dag en nacht op de bank zat, klaar om te lezen wat hij had geschreven. Alles draaide om hem, mijn behoeftes telden niet meer. Het voelde alsof ik langzaam werd uitgegumd. Het waren eenzame en angstige jaren. Oók voor hem, denk ik.

Ik durfde niet voor mezelf op te komen, uit angst wat er zou gebeuren als ik bij hem weg zou gaan. Maar ook omdat ik dat van huis uit niet heb geleerd; als vrouw moest je je aanpassen. Dus ik liet het gebeuren, riep hem geen halt toe. Tot ik niet meer verder kon. Toch durfde ik pas daadwerkelijk de stap te zetten toen ik een andere man tegenkwam op wie ik verliefd werd. Dat gaf me het laatste zetje en in 2011 vertelde ik Joost dat ik wilde scheiden. Als ik iets zou kunnen terugdraaien, is dat het: was ik maar bij Joost weggegaan vóórdat ik Hugo tegenkwam, want dat heeft alles nog erger gemaakt. Zijn reactie was zó heftig dat ik begon te vermoeden dat er echt iets ernstigs met hem aan de hand was.’

Joost Zwagerman en Arielle Veerman ©archief Arielle Veermen

Waarom was hij zo gekrenkt?

Voor je verder leest...

Alleen dankzij onze leden kunnen we dit soort verhalen blijven vertellen.

Word Lid!

‘Ik weet het natuurlijk niet zeker, maar ik vermoed dat hij het gevoel had dat zijn leven was mislukt; dat hij had gefaald. Het zat hem misschien dwars dat hij in status achteruit zou gaan en voortaan ‘een gescheiden man’ zou zijn. Dat ervoer hij als een blamage. En het feit dat de kinderen hoofdzakelijk bij mij zouden blijven wonen, deed hem natuurlijk ook verdriet. Als je Joost tegen je kreeg en hij je als een vijand ging beschouwen, had je echt een probleem. Dat is diverse vrienden en collega’s van hem overkomen, nu overkwam het mij. Hij zei dat ook letterlijk tegen me.’

Zijn woede groeide uit tot haat, kwaadsprekerij en stalking.

Ze knikt stil, zichtbaar geëmotioneerd. ‘Ja, dat was het allermoeilijkste. De rechtszaken over onze scheiding waren een gruwel, maar het ergste vond ik zijn mails, dag in dag uit, waarin hij mij beschuldigde van de meest verschrikkelijke dingen. Hij noemde mij egoïstisch en inhalig. Alles wat ik deed was verkeerd – álles. Ik heb ordners vol met zulke mails. En zo sprak hij ook over mij tegen anderen. Niemand nam meer contact met me op, dus zijn verhalen over mij werden niet gecontroleerd. Daar sta je machteloos tegenover. Bovendien heeft roem altijd gelijk. Want iemand die op televisie komt en zó welbespraakt is, zal toch geen leugens  verkondigen? Ik vind dat er eerlijkheid mag komen. Ik voel mededogen en empathie voor Joost, maar ik vind het ook heel erg dat hij onze kinderen – en zijn vierde kind bij zijn vriendin – écht heeft laten zitten. Er was veel geweldig aan Joost, maar dit was hij óók.’

Hoe heb je jezelf staande gehouden in die storm?

‘Hugo was er. Met hem heb ik alles kunnen bespreken, tot op de dag van vandaag – nog elke dag gaat het over Joost, nu weer vanwege mijn boek. Ook mijn familie en vrienden zijn om me heen gaan staan. Ik pakte mijn werk op en dat gaf me een gevoel van autonomie. Als ik weer eens door iemand werd genegeerd, trainde ik mezelf met die mantra: dan dénken mensen dat maar.’

Overwoekerd door klimop

Hoe is het om door sommigen te worden beschouwd als de vrouw die zijn zelfmoord heeft veroorzaakt?

‘Niemand heeft het letterlijk zo tegen me gezegd, maar soms voelde ik dat wel zo. Dat was vreselijk. Joost was ziek, al lang voordat hij depressief werd en voordat hij zijn leven beëindigde. Hij was zichzelf niet meer; alsof hij overwoekerd werd door klimop. Die klimop was zijn depressie, zijn haat en vooral zijn angsten, want ik denk dat Joost heel bang was. Hij was bijvoorbeeld bang voor faillissement en dacht dat we allemaal ten onder zouden gaan aan armoede. Dat alles heeft hij geprobeerd onder de pet te houden, en daar is hij goed in geslaagd. Door op het goede moment interviews te geven, wist hij de beeldvorming succesvol te beïnvloeden.’

Vergeving

Ben je bang voor wat jouw boek aan reacties teweeg gaat brengen?

‘Mensen die slecht over me denken, zullen dat waarschijnlijk blijven doen. Maar de mensen aan wie ik het tot nu toe heb laten lezen, vinden het een integer boek. Wat ik beweer kan feitelijk worden aangetoond. Ik doe niet aan moddergooien, ik heb dit boek niet geschreven uit wraakzucht. Maar die beschuldigende blikken naar mij gingen me te ver. Ik hoop wel dat ik ons verhaal naar een hoger plan heb kunnen tillen. Want het gaat niet alleen om Joost Zwagerman versus Arielle Veerman. Het gaat om het grotere verhaal. Een verhaal over hoe je grip verliest op het leven – iets wat iedereen kan overkomen. Over problematiek rondom psychische aandoeningen en hoe de omgeving daarmee omgaat. Over hoe je iemand kunt vergeven.’

Héb je hem vergeven?

‘Ja. Ik vond Joost op een gegeven moment een gigantisch probleem, maar ik ben hem gelukkig nooit gaan haten. Omdat ik zag dat er iets met hem aan de hand was en mededogen voor hem kon voelen. Ik denk dat het ’t eerlijkste is om te erkennen dat Joost, naast wie hij was als literator, als opiniemaker, als publicist, ook déze kant had. En hem desondanks te kunnen omarmen.’

Je boek heet De langste adem, een titel die is ontleend aan een mail aan een vriend waarin Joost zei dat hij jou kapot ging maken: ‘En je weet het, ik win altijd, want ik heb de langste adem’. Waarom heb je het boek zo genoemd?

‘Vanwege alles wat dit voor mij teweeg heeft gebracht: achterdocht, onzekerheid, het stigma dat hij ons, míj heeft opgedrukt, alsof ik medeplichtig ben aan zijn dood. Van dat stempel kom ik waarschijnlijk nooit meer af.’

Heeft hij inderdaad van jou gewonnen?

‘Dit is niet een verhaal van winnaars. Dit is het verhaal van alleen maar verliezers.’

De langste adem is verschenen bij uitgeverij Prometheus (€20)

Waardeer dit verhaal!

Alleen dankzij jouw donatie kunnen we de verhalen blijven vertellen die anders verdwijnen.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.