Het Van Gogh Museum in Amsterdam sloot 2024 af met een keurige winst van bijna drie miljoen euro. Het eigen vermogen bedraagt inmiddels ruim 53 miljoen euro, de algemene reserve staat op 34 miljoen. Geen cijfers om medelijden mee te krijgen. Toch slaat het museum alarm: er zou dringend meer subsidie nodig zijn, bovenop de 8,5 miljoen die het jaarlijks al ontvangt van de overheid. Voor groot onderhoud en verduurzaming is in totaal 104 miljoen euro nodig, zo luidt de klacht. En als Den Haag niet over de brug komt? Dan dreigt het museum met sluiting.
De arrogantie van succes
Wat hier wringt, is de toon. Het Van Gogh Museum behoort tot de absolute wereldtop: miljoenen bezoekers, hoge entreeprijzen, rijen toeristen die met genoegen 20 euro of meer neertellen voor een kaartje. Daarbovenop profiteert het museum van winkels, horeca en een ongelimiteerde stroom internationale aandacht. En toch is het niet genoeg. Terwijl culturele instellingen buiten de Randstad zwoegen om een fractie van zulke bedragen bij elkaar te sprokkelen, stelt het Van Gogh Museum dat Den Haag de portemonnee moet trekken, alsof het vanzelfsprekend is.
Randstad vs. regio
In steden als Enschede, Deventer, Groningen of Maastricht weten musea en theaters al jaren dat ze moeten ondernemen, samenwerken en creatief zijn met beperkte middelen. Een positief resultaat van drie miljoen euro zou daar worden gezien als een zegen én een buffer voor de toekomst. In Amsterdam is het blijkbaar aanleiding om met opgeheven vinger te eisen dat de overheid het gat van tientallen miljoenen dicht. Het contrast onderstreept een oude frustratie: in de Randstad lijkt groot en internationaal succes automatisch recht te geven op meer belastinggeld, terwijl regionale instellingen met evenveel maatschappelijke waarde nauwelijks gehoord worden.
Een verkeerd signaal
Natuurlijk, groot onderhoud kost geld. En ja, verduurzaming is urgent. Maar de boodschap die nu klinkt – “we zijn winstgevend, maar we hebben toch méér subsidie nodig, anders sluiten we de deuren” – getuigt niet van zelfreflectie maar van arrogantie. Het zet kwaad bloed bij instellingen buiten de Randstad die al blij mogen zijn met enkele tonnen structurele steun. Bovendien dreigt het vertrouwen van het publiek te eroderen: waarom zou een museum met miljoenen in kas niet zelf een aanzienlijk deel investeren?
Tijd voor een eerlijker verdeling
Wat nodig is, is een eerlijker verdeling van cultuursubsidies in Nederland. Musea als het Van Gogh hebben voldoende draagkracht om hun eigen broek op te houden, zeker zolang de toeristenstromen aanhouden. Extra miljoenen aan belastinggeld zouden beter besteed kunnen worden aan instellingen die zonder structurele steun eenvoudigweg verdwijnen – juist in de regio, waar cultuur cruciaal is voor leefbaarheid en identiteit.
⸻
Kortom: het Van Gogh Museum doet er goed aan om wat minder met de vuist op tafel te slaan, en wat meer bescheidenheid te tonen. Wie winst maakt en reserves heeft, maar toch om extra subsidie schreeuwt, moet zich afvragen of hij nog wel begrijpt dat cultuur niet alleen in Amsterdam bestaat.