Meteen naar de inhoud

Voor Jacques Rivette (1928-2016) was het leven een mysteriespel

Misschien waren we hem een beetje uit het oog verloren. Nu vernemen we plotseling dat Jacques Rivette is overleden. En spijt het ons dat we de laatste, niet in Nederland uitgebrachte titels van deze grote Franse filmmaker gemist hebben.

Rivette was in de jaren zestig een van de ‘bende van zeven’, de brutale kwajongens die met hun Nouvelle Vague de Franse cinema voor altijd veranderden. Hij overleed op 29 januari aan de gevolgen van alzheimer.

In ons land zullen veel filmliefhebbers hem associëren met de opkomst van de filmhuizen in de jaren zeventig. Wat zwijmelden we bij Céline et Julie vont en bateau (1974). Twee meiden, als een Alice-tweeling in Wonderland, uitgelaten giechelend na ieder spannend bezoek aan een vreemd huis waar ze proberen in te grijpen in een drama dat zich daar telkens opnieuw afspeelt. Het was nieuw, anders, betoverend en romantisch, een film die je steeds opnieuw wilde zien.

Met opvallende volharding heeft Rivette vastgehouden aan zijn eigen ideeën. Zijn werk, dat onder meer getuigt van zijn liefde voor theater en acteurs, is te beschouwen als een speelse verkenningstocht in het gebied tussen schijn en werkelijkheid. Fantasieën waarin zijn bij voorkeur vrouwelijke hoofdpersonen vaak verstrikt raken in samenzweringen en complotten. Zelf noemde hij het: “Een zoeken naar waarheid, op een manier die alleen maar onwaar kan zijn.” Achter zijn thrillerachtige sprookjes schuilt een obsessie voor manipulaties en rollenspel.

Door al die elegant verschuivende verhoudingen en pogingen de kijker medeplichtig te maken wilde de lengte van zijn films wel eens uit de hand kon lopen. Iets waar hij zich niets van aan trok. In La belle noiseuse (1991) liet hij bijvoorbeeld een tekenaar een model schetsen in de werkelijke tijd die zoiets neemt. Rivette’s meest extreme film was Out 1 (1972), gebaseerd op theaterimprovisaties met meer dan dertig acteurs, die in zijn oorspronkelijke lengte van twaalf uur slechts op enkele festivals te zien is geweest.

Het laatste dat we in Nederland van hem zagen was Va savoir (2001), een elegante komedie vol verrukkelijke flirts en misverstanden, een juweeltje zonder haast voor liefhebbers van subtiele ironie.

Leo Bankersen

Leo Bankersen schrijft over film sinds Chinatown en Night of the Living Dead. Recenseerde als freelance filmjournalist lange tijd voor de GPD. Is nu, onder andere, een van de vaste bijdragers aan De Filmkrant. Breekt graag een lans voor kinderfilms, documentaires en films uit niet-westerse landen. Andere specialiteiten: digitale zaken en filmeducatie.Bekijk alle berichten van deze auteur