‘De toneelschrijfkunst bloeit’, zegt de Taalunie. Tijd voor een verkenning onder toneelschrijvers.

Pieter Bruegel de Oude, Nederlandse spreekwoorden, olieverf op paneel, 1559, Staatliche Museen zu Berlin

Op 6 december 2017 werd de Taalunie Toneelschrijfprijs uitgereikt aan dichter, schrijver en toneelauteur Ilja Leonard Pfeiffer. Met zijn stuk over Bram Moszkowitcz, getiteld ‘De advocaat’, kreeg hij bij 47 inzendingen de voorkeur van het ingezonden origineel werk. Volgens de Taalunie ‘balanceert’ Pfeiffers stuk ‘magistraal op het dunne koord tussen tragedie en komedie, realistisch drama en metabeschouwing, slapstick en ontroering. Voortdurend refereert het stuk aan zichzelf en zijn niet geringe ambitie: Pfeijffer meets Shakespeare meets Pirandello in het Nederland van de 21e eeuw. Desondanks is het geen ijdele tekst. De auteur toont zich zeer genereus, schrijft virtuoos en sleept de lezer pagina na pagina mee in zijn opzet. Net zoals dagelijks te ervaren is in de realiteit, blijkt het mogelijk om met goed gekozen performance- en taalstrategieën tegelijk alles én niets te bewijzen.

Volgens de Taalunie bloeit de Nederlandse toneelschrijfkunst. Men constateert actueel en urgent werk: De jury verheugde zich over situatieoverstijgend toneel, dat de anekdote ver achter zich laat, over toneelstukken waar je op kan blijven projecteren en die zó van het papier afspringen, en over teksten die, zoals in het repetitielokaal weleens gezegd wordt, ‘zichzelf lijken te spelen.’