Zonder extra geld is diversiteit in onze cultuur onhaalbaar. Het woord is zondag 26 augustus aan de minister

Goed nieuws van de cultuurfondsen: ‘diversiteit’ wordt een serieuze voorwaarde bij de vraag of je subsidie krijgt voor je culturele ding of niet. Natuurlijk zal een en ander tot discussie leiden. Om te voorkomen dat mensen terugvallen op het Jeroen Pauw-argument (wij willen wel vrouwen in de uitzending, maar er zijn niet genoeg goeie die ook willen), stelt de groep fondsen nadrukkelijk dat ‘kwaliteit’ maatgevend blijft bij het beoordelen van de aanvragen. Natuurlijk zal het hier en daar tot het gebruikelijke aanvraagopportunisme leiden: elke nieuwe kunstenplanperiode leidt tot nieuwe jasjes voor dezelfde projecten. Jongeren, cultureel ondernemerschap, diversiteit: een kwestie van redigeren en sturen. Het hoeft niet altijd tot fundamentele wijzigingen te leiden.

Leden lezen gewoon door

(Met de betaalknop hieronder word je geen lid, maar koop je steeds losse stukken met een tegoed van onze partner Katalysis. Een echt lidmaatschap van Cultuurpers biedt meer, zoals onbeperkte toegang tot ALLE verhalen (en een nieuwsbrief).)

En daar hebben we wel iets te pakken. Cultuur (en journalistiek trouwens ook) zijn namelijk geen populaire sectoren in Nederland. Wie er echt bij wil horen, zal niet zo gauw kiezen voor een onzeker bestaan als journalist (fake news, lügenpresse), of als kunstenaar (subsidieslurper, linkse uitvreter). Wie tot een minderheid behoort en aan een slechte maatschappelijke positie wil ontsnappen, zal liever een nuttig beroep kiezen, of een sector met aanzien, dan wel geld, zoals sport of de medische hoek. 

Neoliberaal

Aanzien kan nog lukken, maar geld verdienen is best wel een dingetje in de kunsten. Al helemaal in de gesubsidieerde kunsten. Zeker sinds Halbe Zijlstra de cultuursubsidies decimeerde en het neo-liberalisme opbloeide bij de directies en besturen van gesubsidieerde instellingen. Legio zijn de berichten over kunstenaars die zelf moeten betalen voor het inrichten van hun expositie of het schrijven of repeteren van hun voorstelling. Bij gesubsidieerde instellingen waarvan de directie tegen de balkenendenorm zit.

En mogen wij in het westen een traditie hebben waarin hongerende kunstenaars soort van respect krijgen (potentiële van goghjes, permanent failliete rembrandtjes), in veel van de culturen die tegenwoordig deel uitmaken van het Nederlandse palet heeft ‘arme krabbelaar’ geen enkele romantische connotatie.

Loos gebaar?

Grote kans dus, dat het streven naar meer diversiteit in kunstenaars, verhalen, besturen en personeelsbestanden weinig op zal leveren. Zolang er geen normaal inkomen in de  kunsten te verdienen valt.

Daarom is het stuk van de verzamelde fondsen niet zo heel veel waard, zolang er geen financiële consequenties aan vast zitten. Wie nieuwe doelgroepen binnen wil halen zal daar een eerzaam bestaan tegenover moeten stellen. Een normaal inkomen, met zicht op groei. Niet vier maanden sappelen om uiteindelijk voor iets meer dan een bijstandsuitkering avond aan avond voor halflege zalen op te treden.

Paradisodebat

Zondag 26 augustus, tijdens het jaarlijkse Paradisodebat, wordt het daarom spannend. Gaat onze minister van cultuur, die daar een keynote zal houden, echt iets over geld zeggen? Het is wel de bedoeling. Het debat staat immers in het teken van Fair Practice: eerlijke betaling voor eerlijk werk in de kunstsector.

Eerder heeft de minister al laten doorschemeren dat voor die eerlijke betaling niet echt extra geld beschikbaar zal komen. Dat geld moet immers naar multinationals en hun aandeelhouders. Als er niet meer geld voor eerlijke honorering van kunstenaars komt, moet er minder kunst gemaakt worden, zodat het bestaande geld eerlijker verdeeld wordt. Dat is feitelijk een no go voor de cultuursector, en zeker ook de fondsen.

Boter bij de vis

De fondsen zetten nu in op diversiteit, maar trekken daar geen geld voor uit. Ze zetten marginaal in op verbetering van de arbeidsvoorwaarden, maar willen niet beknibbelen op het aanbod. Nieuwe groepen krijg je daarmee niet warm voor de sector. De minister zou dus weleens gedwongen kunnen zijn wél af te dwingen dat er minder kunst wordt gemaakt, teneinde meer diversiteit in de kunst te krijgen.

Ik schat, met de natte vinger, dat het aanbod met zeker 30%, maar misschien wel 50% omlaag moet om alle ambities waar te maken bij het huidige budget. De vraag is nu of de huidige kunstsector daarmee akkoord gaat.

Zondag 26 augustus weten we meer.

Deel dit:
[gravityform id="10" title="true" description="true" ajax="true" tabindex="0"]