Piet Oudolf, the Dutch garden artist who changed the face of New York changed, is best known in the Netherlands as an ennobled plant book author. After many big cities worldwide, Rotterdam is the first city in the Netherlands to have a public garden designed by the now 69-year-old designer. And it immediately becomes clear what we have been missing in our 'public green space' for all these years. Quite right, then, that Oudolf received the Prince Bernhard Culture Fund Prize gets awarded.
Afgelopen weekend was Oudolf te gast bij Het Nieuwe Instituut in Rotterdam, beter bekend als het Nai. Aanleiding was een dag die de Vrienden van het NI organiseerden rond zijn nu volgroeide tuinen aan de oevers van de Rotterdamse Nieuwe Maas. En volgroeien gaat dus vlug, bij tuinen van Oudolf, want er komen geen bomen of struiken aan te pas. Bomen en heesters, het traditionele materiaal van alle grote tuinkunstenaars uit het verleden, vindt hij namelijk maar lastig.
Zijn veel parken in Nederland nog in de Engelse landschapsstijl van de laat 19e eeuwse parkontwerper Zocher, zoals de Utrechtse Singels, Het Vondelpark en het Park bij de Euromast in Rotterdam, in Chicago en New York doen ze het nu allemaal met het wuivende graswerk van Oudolf. Die zachte vormen blijken namelijk heel goed samen te gaan met de harde lijnen van de moderne grote stad.
De tuinarchitect vertelde hoe lastig het was om voor deze plek in Rotterdam iets te ontwikkelen. De bevolking van de Maasstad zat namelijk helemaal niet te wachten op een lief parkje aan de rivier. De kades ademden immers nog de sfeer van vroeger, toen handkarren, stoommachines, enorme schepen en drijvende bokken het beeld bepaalden. En bij echte Rotterdammers zit er stookolie in de aderen, waar anderen bloed hebben stromen. Stank en herrie vinden ze fijn.
De overs moesten dus stoer blijven, volgens de Rotterdammers, en daar kon Oudolf wel wat mee. Want gras kan heel stoer zijn. Na een wandeling vanaf het Nai, door het Museumpark dat volgens een van de meelopers “Nog steeds niet wilde lukken” was de aankomst bij het Leuvehoofd inderdaad een verrassing. Vooral voor iemand die het voor het laatst bewust had gezien toen het nog een touringcarparkeerplaats was.
En wie mocht denken dat een grassenplantsoen simpel is, maakt dezelfde vergissing als degene die vindt dat zijn dochtertje ook heel goed abstract kan kliederen. Geen plant staat er ‘zomaar’ en verwaarlozing merkt hij ogenblikkelijk op. Oudolf is heel streng op hoe zijn grassenperken onderhouden worden. En komt minstens één keer per jaar kijken of het wel goed gaat. Ook bij zijn tuinen in New York, Venetië en Parijs.
Het Leuvehoofd is het eerste maar ook enige stadspark van Oudolf in Nederland. Wie meer werk van hem wil zien moet naar het buitenland. Hopelijk komt daar na 11 november verandering in.