Een leuk bij-effect van de Geefwet is, dat de Belastingdienst er een vitale rol krijgt toebedeeld als het gaat om te bepalen wat kunst is, en wat niet. Dat was de uitkomst van de hoorzitting op dinsdag 11 oktober in de Tweede Kamer. De volksvertegenwoordigers luisterden daar naar achtereenvolgens mensen uit de filantropische sector en belastingdeskundigen. Uitkomst van de twee uur praten en vragen stellen: de filantropische sector is blij dat er aan gevers gedacht wordt, maar vindt de Geefwet nog buitengewoon ‘onvoldragen’. Dat laatste beamen de belastingdeskundigen volmondig. Zij stellen dat Geefwet zoveel onduidelijkheden creëert, dat de kosten voor allerlei aanvullende wetgeving en juridische procedures wel eens enorm uit de hand kunnen gaan lopen.

De Geefwet maakt het namelijk zo aantrekkelijk om aan kunst te geven, dat iedere buurtkroeg zijn stinkende best gaat doen om als ‘galerie’ of ‘theater’ door het leven te gaan. En dan heb je dus eerst ambtenaren nodig die dat gaan uitzoeken, en vervolgens geld en tijd voor rechtszaken en beroepsprocedures. En dat allemaal omdat de regering niet de tijd wil nemen al dat soort zaken van tevoren goed door te denken. Waar hebben we dat eerder gehoord.

Enfin: om even uit te leggen waar het ook alweer om ging: de Geefwet maakt het voor individuen heel erg aantrekkelijk om aan culturele instellingen geld te schenken. Als je namelijk 1000 euro schenkt aan zo’n instelling, mag je 1500 euro van je belasting aftrekken. Zo betalen andere belastingbetalers feitelijk mee aan jouw gift, of, meer SP-achtig uitgedrukt: krijg jij een kadootje van Jan de Arbeider voor je gift aan kunst. Dit is de zogenaamde ‘multiplier‘ waar iedereen het dus over heeft.

Veel mensen vinden dat een rare regel. Zij zien liever dat er een matching plaatsvindt: als jij 1000 euro geeft aan kunst, mag je dat voor 100% aftrekken, maar geeft de overheid 50% extra bovenop jouw schenking aan die instelling. Dan zijn de kosten voor de belastingbetaler hetzelfde, maar steunt jan de Arbeider niet de rijke gever, maar de arme en algemeen nuttige kunstinstelling.

Probleem is dat wel dat kunstinstellingen op deze manier een bijzondere groep vormen binnen de zogenaamde Algemeen Nut Beogende Instellingen (ANBI’s). Dat levert jaloezie op, en scheefgroei, want voor gevers is kunst veel aantrekkelijker om aan te geven dan aan instellingen zoals het Rode Kruis of Natuurmonumenten die geen uitzonderingspositie krijgen.

Voor je verder leest...

Inmiddels zijn al bijna 300 mensen met een hart voor kunst lid. We groeien snel! Alleen dankzij onze leden kunnen we dit soort verhalen blijven vertellen.

Word ook lid, door HIER te klikken!

En het probleem is dus dat tegelijk van culturele instellingen wordt geëist dat ze zich ondernemender gaan opstellen. Wat dus weer een uitzondering zou vormen op de regels voor die ANBI-clubs, die hun status kwijtraken als ze ook maar één ondernemend ding doen.

En dan is er nog het akkefietje dat bedrijven niet vrijgevig mogen zijn. Zij mogen wel geld weggeven zonder darvoor een tegenprestatie te eisen, maar mogen dat slechts tot 100.000 euro van de winst aftrekken. Als ze sponsoren, en dus een tegenprestatie eisen van de ontvanger, mogen ze alles aftrekken. Dat is onwenselijk, vinden zowel de gevers als de belastingdeskundigen, want bedrijven willen soms helemaal geen tegenprestatie voor hun goedgevigheid. Ze willen gewoon goed zijn. Maar dat mag dus niet.

Elke ochtend ons nieuws in je mailbox?

Wanneer je lid wordt kun je elke dag een update in de mail krijgen, met onze laatste berichten.

Word ook lid, door HIER te klikken!


Al lid? Login

Het laatste woord is nog niet gezegd over de Geefwet, en we zijn ook benieuwd naar het cijfer dat de Raad van State aan de wet gaat geven: vooralsnog staat de wet op een dikke onvoldoende. Was het kabinet een restaurant geweest en de kenners uit het land Johannes van Dam, had Rutte de tent kunnen sluiten. Nu zal de wet waarschijnlijk soepeltjes met ene half jaartje uitstel door de kamer worden geloodst.

We hebben live verslag uitgebracht. Lees het hieronder na

O, ja: Je hoeft geen lid te zijn om dit te kunnen lezen. We hebben wel leden nodig om dit te kunnen schrijven. Word daarom nu lid.