De Nederlandse Opera opent het seizoen met een zelden uitgevoerde opera van Franz Schreker, waarin heidense en christelijke thema’s door elkaar lopen. De schitterende muziek wordt weersproken door de kille regie, waardoor identificatie met de personages uitblijft.

Na afloop van de bijna drie uur durende Schatzgräber werd gisteravond in het Muziektheater het hardst geklapt voor het Nederlands Philharmonisch Orkest en chef-dirigent Marc Albrecht. Op diens instigatie haalde De Nederlandse Opera dit vergeten werk van Franz Schreker onder het stof vandaan – een gewaagde onderneming, want Schreker is bepaald geen household name. De zaal was dan ook maar matig gevuld, wellicht mede vanwege de weinig malse kritieken na de première van afgelopen zaterdag.

De enthousiaste bijval voor Albrecht en zijn musici was terecht, zij gaven een voorbeeldige vertolking van de luisterrijke partituur van Schreker. Deze was in eigen tijd populairder dan Richard Strauss en componeerde Der Schatzgräber in 1920. De muziek vloeit en stroomt, nu eens zinnelijk en wellustig, dan weer dreigend of naïef. De vele leidmotieven zwemen naar Wagner, de rijke orkestratie herinnert aan Strauss en in de broeierige onbestemdheid herkennen we de vroege Schönberg. Dankzij archaïsch klaroengeschal en een Fernorchester doemt soms ook Mahler op, terwijl het koor bij wijlen echo’s oproept aan Claude Debussy. Het Operakoor was al net zo goed op dreef als de instrumentalisten.

Schreker schreef het libretto voor zijn opera zelf. Het is tamelijk ondoorgrondelijk en veel te lang. De koningin kwijnt weg omdat haar juwelen zijn geroofd. De rondreizende zanger Elis moet de schat opsporen, maar wordt verliefd op Els, niet wetende dat zij drie mannen heeft laten vermoorden om deze in handen te krijgen. Als Elis hiervoor dreigt te worden opgehangen, geeft zij hem de kostbaarheden, hem bezwerend nooit te vragen hoe zij hieraan kwam. Maar de kanselier van de koning eist een verklaring en pas dan ontdekt Elis de gruwelijke waarheid. Toch blijf hij Els trouw. Zij wordt van executie gered omdat de nar haar opeist als vrouw, maar wordt ziek van liefdesverdriet. Als Elis aan haar sterfbed staat, toont zij berouw, waarop zijn uitroep: ‘Wie is vrij van zonden?’ de hemelpoort voor haar opent.

Het libretto kent prachtige, poëtische passages en is doordesemd van heidense en christelijke elementen. De zo door Els – en de koningin – begeerde schat lijkt een symbool voor de eeuwige jeugd, waardoor Els een geestverwant wordt van Dokter Faust: net als hij verkoopt zij hierom haar ziel aan de duivel. Wellicht dat regisseur Ivo van Hove daarom in de sleutelscène iedereen met een rollator het podium opstuurt. Anderzijds lijkt Els op Hertog Blauwbaard, die zijn geliefden opzadelt met een geheim dat hen bij onthulling de kop zal kosten. Elis is daarentegen een soort Christusfiguur, die mededogen toont met de meest bloeddorstige zondaars.

Identificatie wordt bemoeilijkt door de afstandelijke regie van Van Hove. In een houten wand zijn twee ‘huizen’ uitgespaard, waar decorstukken worden in- en uitgereden. Het geheel baadt in een kil licht. Els (Manuela Uhl, wier bewonderenswaardige uithoudingsvermogen soms ten koste gaat van de zuiverheid) wordt neergezet als een slettebak, die in haar ultrakorte minirok mannen om haar vinger windt. Haar minnaar Elis (een adequate, maar wat vlakke Raymond Very) is een schlemielig doetje. De liefdesscène van Els en Elis wil niet vlammen en de gepassioneerde muziek wordt ondergesneeuwd door filmbeelden van een copulerend paar. Dat ‘ridders’ en andere hoogwaardigheidsbekleders er uitzien als Hell’s Angels, helpt al evenmin.

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij lid wordt of ons steunt met een donatie. Die bijdrage komt ten goede aan de auteur, in dit geval Thea Derks. Zo kan Cultuurpers blijven bestaan!

Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen aan het werk van Thea Derks.

En dat is jammer, want de muziek van Schreker zindert van verlangen en hartstocht. De zangers boksten dapper op tegen de haaks op hun noten staande enscenering. Tijl Faveyts zette met zijn sonore bas een prachtige koning neer; de tenor Graham Clark was met zijn cynische terzijdes een hilarische nar en de bariton Kay Stieferman blonk uit als bronstige, corrupte Schout. Hopelijk krijgt Der Schatzgräber nog eens een herkansing. Schrekers muziek verdient het.

Er zijn nog voorstellingen op 9, 12, 15, 19 en 23 september