Ruim 60 miljoen is er de laatste jaren verdwenen uit de kas van de amateurkunstenaars van Nederland. Dat geld van uw dochters dansles, de fanfare en de hiphopklas van uw zoon is opgemaakt door gemeentes, die bezuinigingen elders moesten compenseren, en provincies die opeens geen heil meer zagen in amateurs. Dat het Rijk daarnaast 200 miljoen afpakte van de professionele kunstinstellingen, komt er nog bij.

De Raad voor Cultuur probeert nu in een advies aan de minister te kijken of er beweging zit in de overheid. Maar die zit er niet. Minister Bussemaker heeft via de radio laten weten dat zich dan wel zorgen maakt, maar dat er ook vast wel ergens iets positiefs gebeurt. Ze was verkouden, dus dat zal wel de reden zijn van die zorg. Want Bussemaker houdt niet van doemscenarios.

De raad schetst een heel erg somber beeld. De raad, die ook graag positief denkt en niet van al teveel stennis maken houdt, laat in zijn advies zien dat de gehele infrastructuur die er op lokaal niveau bestond, verwoest is:

De bezuinigingen bij de centra voor de kunsten veroorzaken naast groei van zelfstandigen, meestal zzp’ers, ook versnippering van het cultuureducatieve aanbod. Ontslagen bij kunstinstellingen en bij centra voor de kunsten hebben het aantal aanbiedende partijen op de markt van de actieve cultuurparticipatie doen toenemen. De ontslagen individuele docenten geven hun werk met nieuwe energie vorm als zzp’er. Zij werken samen in collectieven die soms binnen het gebouw van hun voormalige werkgever weer aan de slag gaan. Daar staat tegenover dat de docent die zich vestigt als zelfstandige, vaak tegen een lager salaris en slechte rechtspositie opnieuw aan de slag gaat. De kunstdocent verliest een vaste (kleine parttime) baan die juist zijn garantie was voor pensioenopbouw en ziekteverzekering. Omdat zzp’ers onafhankelijk en zelfstandig werken, is het onzeker of de continuïteit en de kwaliteit van hun programma’s kunnen worden gewaarborgd. Het is ook de vraag of het jeugdorkest of de musicalgroep, dat als vanzelf lijkt te bestaan in een muziekschool, in stand blijft na sluiting van die school. Zijn er voor de deelnemers voldoende keuzemogelijkheden, mogelijkheden voor samenspel en presentatie? Wie beoordeelt de pedagogische en vakkwaliteiten? Zijn er voor zelfstandigen mogelijkheden voor scholing en innovatie?”

De situatie is erger dan de Raad schetst, weet ik uit eigen ervaring. Het Utrechts Centrum voor de Kunsten vecht wanhopig voor zijn voortbestaan, nu de gemeente het budget voor kunsteducatie heeft afgepakt en ter beschikking heeft gesteld van scholen. Die daar niet op zijn toegerust. Veel personeel is ontslagen, de mensen die als zzp’er of tijdelijk contractant doorploeteren doen dat tegen inlevering van soms een kwart van hun salaris of honorarium.

Click To Tweet

Voor je verder leest...

Wij geloven in onderzoeksjournalistiek over cultuur. Het is geen onderwerp waar je enorm populair mee wordt. Reden waarom de meeste media alleen die paar sensationele berichten meenemen, maar niet verder kijken. Cultuurpers richt zich juist op die verhalen die voor de cultuurwereld belangrijk zijn, maar die de grote media te klein vinden. Dat kunnen we alleen volhouden als jij meedoet. Door ons tips te geven, maar ook als je lid wordt of ons steunt met een donatie. Houd de cultuurwereld scherp!

Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen. Geef 2,50, 10 euro of meer!

Wat wil de raad dat er gebeurt? Ze doen een gooi met een lijstje van maatregelen, die we graag op een rijtje zetten, maar waarvan we nu al kunnen zeggen dat die zonder extra geld en zonder inzet van betaald personeel een wassen neus zijn:

De adviezen van de Raad voor Cultuur

De gemeente:

  • zorgt voor vijf goede basisvoorzieningen;
  • faciliteert dat voorzieningen voor iedereen toegankelijk zijn;
  • zorgt voor de aansluiting binnenschools/buitenschools;
  • zorgt voor ondersteuning en stimulering van de verenigingen voor amateurkunst en erfgoed op lokaal niveau;
  • faciliteert nieuwe burgerinitiatieven;

De provincie

  • neemt actief verantwoordelijkheid als dit het lokaal belang overstijgt;
  • initieert, stimuleert en coördineert bovengemeentelijk op regionaal niveau rondom diversiteit en spreiding, rondom promotie en vindbaarheid;
  • biedt ondersteuning bij deskundigheidsbevordering;

Het Rijk

  • laat een ontwikkelingsperspectief ontwerpen voor de vrije tijd, parallel aan de leerlijnen voor het onderwijs;
  • laat kwaliteitsborging ontwikkelen voor het cultuureducatieve aanbod van zelfstandige kunstdocenten, gesubsidieerde instellingen, verenigingen en commerciële partijen;
  • laat systematische gegevens verzamelen over de vijf basisvoorzieningen, over deelname en over activiteiten op gemeentelijke en regionaal niveau zodat een atlas actieve cultuurparticipatie ontstaat;
  • stimuleert experimenten;
  • stimuleert innovatie, kennis en netwerken.

Partijen uit de sector

  • zoek onverwachte partners buiten het gezichtsveld
  • maak verrassende verbindingen, creëer nieuwe samenwerkingsmodellen
  • onderzoek voortdurend de rol van (sociale)media
  • neem initiatieven bij het optimaliseren van de vijf basisvoorzieningen;
  • stimuleer maatschappelijk ondernemen;
  • neem verantwoordelijk voor deskundigheidsbevordering van zelfstandigen, docenten en begeleiders van maatschappelijke- en private aanbieders, ontwikkel vormen van kwaliteitsborging;
  • streeft naar hechtere samenwerkingsverbanden 

Het hele rapport vindt u hier.

Wat denken jullie: welke maatregelen zouden echt helpen om de amateurkunst overeind te houden?

119 REACTIES

  1. Wij betalen voor de danslessen van onze dochter 6 euro per les (1 uur). Voor mij is er geen reden om muziekschool of tekenschool te subsidiëren en gratis te maken en intussen het normaal te vinden dat voor zwemles, dansles of … betaald moet worden. Het is bijgevolg normaal dat die cultuursubsidies als eerste wegvallen in crisisjaren. De verbruiker kan perfect betalen voor die lessen, net als alle andere ouders waarvan de kinderen toevallig niet voor muziekschool of tekenschool gekozen hebben.

  2. Er zijn particuliere initiatiefnemers die amateurkunstbeoefening en cultuureducatie aanbieden zonder enige vorm steun of met een minimale bijdrage. Deze initiatiefnemers hebben bewezen heel veel zelf te kunnen maar ze hebben het zwaar door gebrek aan praktische, facilitaire ondersteuning. Zoek deze mensen op en kijk wat je kan doen om hun initiatieven te steunen. Kennis delen komt in mijn ervaring neer op veel praten, beter is het om praktische ondersteuning te bieden. Opslagruimte voor kostuums, oefenruimte en een betaalbaar podium bijvoorbeeld.

  3. Kunstenaars zouden voor een gedeelte van hun werkweek aan de slag kunnen gaan in het onderwijs. Dáár zit ons toekomstig publiek en onze toekomstige beleidmakers. Als je werkelijk creatief en bevlogen bent dan stap je uit je kunstcomfortzone en verdiep je je ook in je toekomstige klanten en wat er leeft buiten het theater, het atelier, het museum etc.. Onze kinderen worden klaargestoomd voor de markt, voor een baan, niet voor de kunst. Sleep ze met al je kunstzinnige vermogens achter hun laptops vandaan en leer ze dat er meer is in het leven dan Facebook en gamen. Leer ze dat er nagedacht moet worden over hoe wij deze maatschappij willen inrichten. Leer ze te voelen dmv verhalen, spel en beelden. Laat hen ervaren dat het participeren in kunst en cultuur een belangrijk onderdeel is van de eerste levensbehoeften van een mens. Open je hart, maak contact, deel en inspireer. Over tien jaar betaalt deze investering zich uit in een wederopleving in geld en bewegingen voor en van onze kunst en cultuur. Kunst en Cultuur moet je leren. Kunst en Cultuur moet je dan ook doceren.
    En natuurlijk korten scholen op de creatieve vakken. Spijker jezelf dan ook bij in een ander vak, haal je docentenbevoegdheid, voor mijn part in Wiskunde, en lardeer je lessen met onderwerpen over kunst en cultuur. Niets komt je vak zo ten goede dan het opnemen van kennis uit een andere hoek. En je kunt altijd nog de politiek in gaan… In ieder geval: er op uit!
    De jeugd heeft jullie nodig!
    Groeten!

  4. De minister maakt zich inderdaad veel zorgen, maar dan meer in de richting van ‘hoe kan ik het de mensen nog uitleggen’

  5. Zelf initiatieven opzetten met zeer deskundige en persoonlijke begeleiding is een van de (weinige) oplossingen op dit moment. Probleem is dan wel dat de ‘student’ of ‘leerling’ vaak wat meer financiële middelen nodig heeft om topkwaliteit te kunnen krijgen.

    http://www.percussionfriends.eu
    Stichting voor Jong Slagwerk Talent

  6. Pensioenopbouw? Arbeidsongeschiktheidsverzekering? Ik wist niet eens dat t bestond, joh!!!! Ach, iedereen klaagt wel, maar er zijn toch ook leuke dingen aan van je beroep je hobby maken?!?!

    Een zzp’er in de cultuursector

  7. CULTUUR.
    Een notitie.

    Een complex samenstel van immateriële verworvenheden en opvattingen over normen en waarden die in elke samenleving door een gedeelde, lange historie hun inhoud hebben gekregen. De normen zijn vaak vastgelegd in wetten, de waarden zijn veelal ongeschreven maar alle leden van een gemeenschap delen ze in hoge mate met elkaar. We richten ons leven allemaal min of meer in langs de geschreven en ongeschreven regels die horen bij de cultuur waartoe we zelf ook willen behoren.
    Omdat normen in wetten zijn vastgelegd kunnen ze worden afgedwongen, overtreding kan immers worden bestraft. Anders ligt dat bij de waarden; wat we daarbij met elkaar delen komt veel meer van binnenuit; is geïnternaliseerd, het resultaat van ieders opgroeien in de cultuur van de samenleving waarin we werden geboren. Maar ook de meeste normen zijn geïnternaliseerd. We gehoorzamen de wetten niet alleen uit angst voor bestraffing, maar vooral omdat we ze als juist ervaren. Niet de letters op het papier, maar ons diepste gevoel van recht en onrecht doet ons (meestal toch…) leven naar de wetten die onze gezamenlijke cultuur ons voorschrijft. Een wet die door een samenleving niet als juist wordt ervaren is alleen te handhaven in een politiestaat. Het moge derhalve duidelijk zijn dat het gevoel, deel te zijn van een gemeenschap een allesbepalende rol speelt bij ieders bereidheid zich te voegen naar de cultuur daarvan. Juist die gezamenlijke cultuur is wat een samenleving verbindt tot een werkelijke eenheid.
    De kennis van onze cultuur is geen aangeboren vanzelfsprekendheid maar het resultaat van opvoeding en scholing. En juist dat laatste staat voortdurend onder druk omdat hiermee geen onmiddellijk economisch belang gediend lijkt te worden. Lijkt, want waar economische welvaart een gemeenschap op korte termijn profijt bieden kan, is de cultuurbepaalde samenhang daarvan op langere termijn een absolute noodzaak voor het voortbestaan van die gemeenschap. Het vervagen van die samenhang heeft op sociaal gebied desastreuze gevolgen; het ondermijnt het gevoel van solidariteit en devalueert mensen tot geïsoleerde individuen die slechts hun eigen economische belangen dienen na te streven. Een gebrek aan saamhorigheid doet een samenleving uiteenvallen.
    Sommige politici beweren dat onze cultuur van buitenaf wordt bedreigd door “niet-westerse” invloeden. Ik vrees echter veel meer voor uitholling van binnenuit: de weigering voldoende te investeren in cultuuronderricht waardoor jongeren niet langer kennis nemen kunnen van de culturele nalatenschap uit het verleden, een erfenis die voor hun toekomst als deel van de gemeenschap juist uiterst belangrijk is.
    Steeds weer blijken economische motieven hierbij een zeer grote rol te spelen, een gevaarlijke manier van kortetermijndenken. Een bloeiende economie is een middel dat het welzijn van een samenleving moet dienen en niet andersom. Het mag nooit een doel op zich worden waaraan een samenleving zich dient te onderwerpen. Dat laatste lijkt zich echter in steeds hogere mate voor te doen getuige het allesoverheersende belang dat daaraan wordt gehecht en de keuzes die met name bestuurders in dezen maken; cultuur is veelal een marginale sluitpost.
    Een voorbeeld: waar de budgetten van projecten als de Betuwelijn en de aanleg van de HSL zonder veel bezwaren met honderden miljoenen werden overschreden, is een dreigend tekort van enkele duizenden euro’s op een cultuurbegroting al voldoende reden tot politieke heisa.
    Toegegeven, onze welvaart is een grote en belangrijke verworvenheid. Maar ware rijkdom is niet alleen in geld uit te drukken, materiële welvaart zonder geestelijk welzijn is hol. Financiële voorspoed is meestal een individuele verworvenheid, culturele voorspoed die van de hele samenleving. De factor dus, die ons als deel daarvan met elkaar verbindt.

  8. Verbazingwekkend! Al vanaf de jaren 80 wordt kunstonderwijs en amateurkunst zowel door links als rechts stelselmatig uitgehold en kapot bezuinigd. Nu de gevolgen daarvan eindelijk zeer pijnlijk zichtbaar worden schreeuwt men ineens moord en brand. Uiteraard heeft men dit in het verleden absoluut niet kunnen voorzien en waren destijds de omstandigheden en kwaliteitseisen heel anders dan vandaag de dag, maar voordat dit echec gerepareerd is gaat er minstens een nieuwe generatie overheen.

  9. Men onderschat wat een bijdrage van slechts 500 tot 2000 euro doet voor een amateurkunst organisatie, van koor tot toneelgezelschap. Het geeft mensen de drive om van de bank af te komen en met elkaar iets zinvols te gaan doen. Het helpt mensen gezond en gelukkig te blijven en niet te vereenzamen, en dat met relatief weinig geld.

  10. MUZIEKONDERWIJS EN SUBSIDIE
    Een notitie.

    Op veel plaatsen in Nederland worden muzieklessen aan jongeren gegeven op een muziekschool. Daarnaast bestaat een groot aantal privé-praktijken waar kinderen (en in mindere mate) volwassenen de vaardigheden kunnen verwerven die nodig zijn om een instrument te bespelen. Muziekscholen worden in de meeste gevallen door de lokale of provinciale overheid financieel ondersteund, waar privé-praktijken onafhankelijk van subsidies opereren. Zeker in een tijd van bezuinigingen is het voor overheden dus aantrekkelijk deze vorm van cultuuronderwijs in handen te geven van de privé-sector; een besparing van vele duizenden euro’s lijkt een gemakkelijk te realiseren begrotingsvoordeel.
    Tegen een dergelijk beleid valt echter veel in te brengen. De meeste argumenten zijn bekend: een privé-praktijk onttrekt zich aan elke vorm van controle op het niveau van de aangeboden lessen c.q. de gestelde lesdoelen, de bevoegdheid van docenten is niet gewaarborgd, betaalbare tarieven zijn slechts mogelijk met zeer korte lestijden of combinaties van leerlingen in grote groepen, privépraktijken leiden tot verschraling van het aanbod, er zijn nauwelijks mogelijkheden voor samenspel van verschillende instrumenten, de continuïteit van de lessen is niet gegarandeerd, enzovoort. Een opleiding tot bevoegd muziekdocent wordt bovendien bijzonder onaantrekkelijk wanneer die slechts leidt tot een onzeker en slecht betaald bestaan in een van nature onvoorspelbare commerciële markt, wat op langere termijn zal leiden tot een nijpend tekort aan goed geschoolde docenten.
    Binnen een gecertificeerd instituut als een muziekschool spelen die problemen niet.
    Maar er is nog een belangrijke reden om uiterst kritisch te staan tegenover privatisering van het muziekonderwijs. Muziek is een belangrijke vorm van cultuur en speelt juist voor de doelgroep van dat onderwijs, kinderen in de leeftijd van 9 tot 16, een heel belangrijke rol; het is een van de middelen waarmee met name pubers hun identiteit bepalen.
    Anders dan muziekscholen zijn privé-praktijken commerciële instellingen. Docenten zijn niet elkaars collega’s maar elkaars concurrenten, en zijn derhalve gebaat bij een zo klantvriendelijk mogelijk beleid. Voor commercieel succes is het noodzakelijk de lesinhoud zo naadloos mogelijk aan te laten sluiten bij de wensen van de leerlingen; in de praktijk betekent dat dat de leerling de lesinhoud bepaalt. En de gemiddelde leerling is zoals eerder opgemerkt een nog jonge, zoekende puber die de vorming mist die nodig is om tot een afgewogen oordeel te komen over het geheel van ons muzikaal-culturele erfgoed. Pubers hebben sterk de neiging de muzikale waan van de dag te volgen, een fenomeen waarop de commercie handig inspeelt. Muziek in handen van de commercie leidt over het algemeen tot een desastreuze vervlakking, als voorbeeld refereer ik hierbij aan het muziekaanbod dat te zien en te horen is op commerciële TV-zenders als Veronica, RTL en SBS: oppervlakkige, erotiserende pulp die niets maar dan ook absoluut niets bijdraagt aan de culturele vorming van onze jeugd. Inhoudelijk waardevolle popmuziek, wereldmuziek, jazz en klassieke muziek spelen in het commerciële aanbod een uiterst marginale rol. Bij commercialisering van het muziekonderwijs vrees ik voor eenzelfde gang van zaken: voornamelijk aandacht voor inhoudsloze trendy popdeuntjes en het verdwijnen van muziek die meer diepgang heeft uit de lessen. Een rampzalige uitholling dus van een kunstvorm die gebaseerd is op een lange culturele erfenis.

    Goed muziekonderwijs kan hierin evenwel een belangrijke sturende taak vervullen. Onderricht dat gegeven wordt door bekwame, daartoe opgeleide docenten die in staat zijn richting te geven aan de muzikale inhoud van de lessen, ook al zijn sommige van de behandelde genres of muziekstukken niet onmiddellijk populair bij jongeren. Opvoeden en opleiden is het doorgeven van ervaring en dat betekent soms weerstanden overwinnen. Weerstanden die commerciële instellingen liever uit de weg gaan.
    Goed muziekonderwijs is mijns inziens slechts mogelijk als de lesdoelen gesteld worden door mensen met een door opleiding en ervaring gerijpte, van commercieel eigenbelang onafhankelijke visie. Ondersteuning door de overheid is hierbij een voorwaarde, enerzijds om muzieklessen niet alleen voor een kleine financiële elite bereikbaar te maken, maar vooral om de inhoudelijke kwaliteit van die lessen te waarborgen. Subsidie betekent immers ook het recht op bemoeienis en daarmee de mogelijkheid om een zekere sturing van het proces te behouden. Dat proces: de culturele vorming van jonge mensen is een investering die naar mijn mening de prijs die daarvoor betaald wordt ruimschoots rechtvaardigt.

  11. Samenwerken en successen delen. Nr.1word je niet alleen. Grote ego’s moeten zich dienend conformeren aan een gemeenschappelijk doel. Aiii….en dat vragen van musici en solisten….

  12. Om van de prof kunst nog maar te zwijgen… De laatste jaren kreeg alles wat amateur was nog wel subsidie, maar voor profs was niets meer over… Met als gevolg dat de amateur zich nu vaak prof waant en het nivo van de kunst in NL danig naar beneden is gegaan. Ik wil graag dat de amateur kunst behouden blijft natuurlijk, maar ben bang dat het wél ondersteunen van de amateurs en niet ondersteunen van de profs zal leiden tot een totaal verarmd nivo van het cultureel leven in NL… Tegenwoordig is Jantje Smit al cultuur…. Hoe ver kun je zakken…

Comments are closed.