Minister Jet Bussemaker van cultuur kan weer iets goedmaken van de culturele verwoesting die haar voorganger Halbe Zijlstra heeft aangericht. Zoals eerder beloofd komt er geld vrij voor talentontwikkeling. Dat was een eis van de kamer en een wens van het land. Zijn we blij? Natuurlijk. Hoewel blij, zijn er ook een paar dingen die lastig blijven.

Bussemaker wil talent de mogelijkheid geven zich te ontwikkelen, maar dit geldt met nadruk alleen voor talenten. Wie geen talent is, hoeft zich niet te ontwikkelen. Maar hoe kom je er achter of iemand een talent is? De minister ziet het zo: “Kinderen die al op jonge leeftijd weten over de ambitie en potentie te beschikken voor een mogelijke loopbaan in de klassieke muziek of dans, kunnen naar een vooropleiding.”

Maar dan moeten ze die ambitie wel ergens hebben laten zien. Op de muziekschool? In de theaterklas op de basisschool? Nee. Want die zijn nog steeds wegbezuinigd. Dus gaat hem om mensen met geld, blijkt uit de kamerbrief: “Vaak al op zeer jonge leeftijd starten kinderen met dansen en het bespelen van een instrument. Les krijgen zij veelal van een privédocent.”

Deze tamelijk verschrikkelijke bevestiging van de neoliberale status quo verzacht ze even later wel: “Bijdragen aan zo gunstig mogelijke omstandigheden voor de ontwikkeling van talent, zie ik als een taak van de overheid. Dit begint al met de brede basis die cultuuronderwijs legt in het primair en voortgezet onderwijs.”

Helaas geeft de minister niet aan hoe deze talent-creatie vorm moet krijgen.

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij lid wordt of ons steunt met een donatie.
Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen.

Halbe Zijlstra hief ze alle twintig op, een paar wisten te overleven dankzij inventieve oplossingen, fusies en salarisverlagingen. Veel mensen wilden hun speeltje terug, maar Bussemaker constateert dat het prima gaat zonder. “Ik constateer dat die roep de laatste tijd minder luid klinkt en ook dat er nog veel productiehuizen en presentatie-instellingen actief zijn. Het wordt door veel gesprekspartners niet zinvol geacht om te investeren in instituties. De huidige culturele infrastructuur biedt voldoende mogelijkheden, maar instellingen moeten ruimte en tijd krijgen en ook nemen om te investeren in talent.”

Ben benieuwd of de sector er echt zo over denkt.

Door bezuinigingen, die bij elkaar opgeteld zo’n 450 miljoen euro bedragen, is er van een gezonde kunstwereld in Nederland geen sprake meer. Het publiek is bovendien weggebleven wegens de crisis, en wellicht ook een beetje vanwege de slechte reputatie die veel kunstenaars zichzelf hebben bezorgd in hun acties tegen de bezuinigingen. Dus waar moet je met je talent heen? Naar het buitenland, zegt Bussemaker: “Om talent de gelegenheid te geven in te spelen op internationale ontwikkelingen en zich te kunnen meten met de internationale top heb ik in mijn brief ‘Cultuur beweegt’ het programma ‘talentontwikkeling in een internationale context’ aangekondigd voor de periode 2013-2016. Dit programma wordt uitgevoerd door de cultuurfondsen. Bij het Nederlands Letterenfonds worden in dit verband talentvolle schrijvers, literaire programmamakers en tijdschriftredacteuren in staat gesteld zich internationaal te oriënteren en zich professioneel verder te ontwikkelen. Bij het Mondriaanfonds en het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie kunnen in dit kader veelbelovende kunstenaars, bemiddelaars en ontwerpers een stage of leerplek aanvragen bij een gerenommeerde kunstenaar, ontwerper of organisatie in het buitenland.”

Zo wordt onze cultuur op een heel nieuwe manier een belangrijk exportproduct van Nederland.

De brief van de minister vindt u hier.