De financiële problemen van HET Symfonieorkest zijn niet onopgemerkt gebleven. Regionaal dagblad Tubantia bracht afgelopen maandag naar buiten dat PvdA-kamerlid Jacques Monasch minister Jet Bussemaker (ook PvdA) naar de Tweede Kamer liet roepen.

Monasch passeert in dat bericht met zevenmijlslaarzen adviezen, aanvragen en besluiten die al gedaan zijn of nog komen en meldt meteen dat er ook na 2017 een symfonieorkest in Enschede moet blijven. Hij sprak daarover met orkestdirecteur Harm Mannak en dirigent Jan Willem de Vriend en is overtuigd: “Ik ben onder de indruk van hun aanpak. Het orkest heeft grote ondernemingszin getoond. Dat het nu ondanks alle inspanningen toch in de problemen is, vind ik uiterst spijtig en zeer zorgwekkend.”

Nu.nl en het aan Geen Stijl gelieerde Das Kapital namen het bericht meteen over, maar wat blijkt? Het bericht klopt niet. Niet alleen was het niet nodig om de minister naar de Tweede Kamer te roepen tijdens het vragenuurtje, zij moest daar toch al zijn om andere vragen te beantwoorden, maar bovenal: de vragen van Monasch waren nog niet ingediend.

Die vragen kwamen er dinsdagmiddag alsnog, vlak ná het vragenuurtje. In schriftelijke vorm. Dat zijn de vragen die onze parlementaire democratie zo duur maken, die niet in de Tweede Kamer door de minister worden beantwoord, maar door ambtenaren, waarna slechts zelden een debat volgt. Daarom hieronder alvast een korte behandeling. Scheelt de ambtelijke staf van het ministerie weer wat werk.

Obligate inleidende vragen

Na het obligate “heeft u kennis genomen van” en een open deur over of het schrappen van concerten getuigt van een nijpende financiële situatie, de eerste belangwekkende vraag.

Bent u ook van mening dat juist HET Symfonieorkest de afgelopen jaren een grote ondernemingszin heeft getoond en alles in het werk heeft gesteld om financieel gezond te opereren?”

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij lid wordt of ons steunt met een donatie.
Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen.

Monasch stelt twee vragen tegelijkertijd en vraagt hier eigenlijk aan de huidige minister of zij van mening is dat HET Symfonieorkest precies gedaan heeft wat haar voorganger Halbe Zijlstra verlangde, maar koppelt daar iets geheel anders aan. Want juist uit alle problemen die her en der zichtbaar worden blijkt dat ‘grote ondernemingszin’ leidt tot te grote risico’s nemen en juist niet financieel gezond opereren. Zie Groningen, zie Amersfoort, zie HET Orkest.

Volgende vraag.

Vergaarbak

Krijgt u van meer culturele instellingen signalen dat het verwerven van eigen inkomsten via sponsoring, samenwerking met scholen en kaartverkopen zeer lastig blijft door de voortdurende crisis en beperkte middelen bij derden? Hoeveel instellingen teren in op hun reserves in de hoop op betere economische tijden?”

Ja, natuurlijk heeft Bussemaker signalen ontvangen dat instellingen het moeilijk hebben, maar het begint er wel erg op te lijken dat Monasch het persbericht van HET Symfonieorkest in vragende vorm aan de minister voorlegt en op dezelfde wijze sponsoring, samenwerking met scholen en kaartverkoop aan elkaar koppelt en dat alles met de crisis verbindt. Op die vergaarbak van problemen kan Bussemaker alleen maar instemmend antwoorden, net zoals zij natuurlijk niet een precies aantal kan geven van andere instellingen die in de problemen zitten.

Strategie

De strategie van Monasch is precies dezelfde als die van HET Symfonieorkest: het is allemaal de schuld van Rutte I en de crisis. Daar borduren de volgende vragen dan ook op voort. We geven de antwoorden alvast. Ja, meer instellingen krijgen het moeilijk; ja, er wordt ingeteerd; ja, er is krappe vijver met sponsorgelden, als die vijver überhaupt al bestaat; en ja, dus verslechtert de financiële positie van instellingen. Get to the point.

En dat doet Monasch, met een wel heel erg sturende vraag:

Wat doet u om succesvolle en vernieuwende instellingen die in de knel komen te ondersteunen?”

Positief framen

Door alle eerdere vragen aan berichtgeving over HET Symfonieorkest te koppelen, suggereert Monasch dat dit orkest vernieuwend en bovenal succesvol is. Waarna Monasch er nog een schepje bovenop gooit door een al even suggestieve vraag:

“Op welke wijze wilt u bij de nieuwe subsidietoekenning ruimte maken voor de ambities van succesvolle en ondernemende culturele instellingen, die op dit moment in de knel komen?”

Het is al met al een fraai staaltje van positief framen, vooruitlopend op het cultuurdebat, waarbij HET Symfonieorkest tegelijkertijd als slachtoffer van Rutte I en de crisis wordt neergezet én als succesvol en vernieuwend.

Maar het kan ook inhoudelijk

Monasch staat niet alleen: ook Statenlid Martha van Abbema (ChristenUnie) heeft schriftelijke vragen ingediend, uiteraard bij de provincie. Zij reageert op dezelfde berichtgeving, maar dan met dossierkennis.

In 2011 heeft Provinciale Staten HET Symfonieorkest financieel in staat gesteld als cultureel ondernemer het toen opgestelde innovatieve businessplan uit te voeren. Het doel was om in 2018 op eigen benen te kunnen staan. Is dit doel nu nog haalbaar?”

Een vergelijkbare inleidende beschieting, waarop het antwoord niet anders dan nee kan luiden. Maar daarna kiest Abbema een totaal andere weg dan Monasch en merkt op dat het geld bedoeld was

“[…] om het orkest in staat te stellen meer geld ‘uit de markt’ te kunnen halen. In het persbericht van het orkest wordt gesteld dat het door de crisis komt dat dit niet gelukt is. Maar in 2011 was ook al bekend dat het crisis was. Wat is er afgelopen jaren dan met die 5 miljoen gebeurd? De ChristenUnie wil weten wat er terecht is gekomen van ‘het innovatieve businessplan’ en de resultaten daarvan”

En Abbema heeft het persbericht van HET Symfonieorkest net als Monasch ook gelezen, maar neemt niet klakkeloos over:

In 2011 was er sprake van beperkte bezoekersaantallen maar er was groei. Is die groei er nog steeds en waarom zijn concerten in Deventer en Zwolle dan nog verliesgevend? Als op traditionele optredens nog een kostenbesparing gerealiseerd kan worden, waarom is dit dan niet eerder gedaan, al in 2012? Nu worden de Provincie en het Rijk en andere subsidie vertrekkende organisaties geconfronteerd met een financieel probleem. De ChristenUnie vraagt zich af in hoeverre het gat in de begroting niet voorkomen had kunnen worden door beter planning en kostenbesparingen.”

Vinger op de wond

Daarna stipt zij een voor ook het Gelders Orkest gevoelig punt aan:

Levert een verdergaande samenwerking met het Gelders Orkest meer kostenbesparing op?

Zowel Gelderland als Overijssel kwamen immers met miljoenen over de brug, en al dat extra geld is opgebruikt. Maar niet voor de beoogde doeleinden, zo lezen we in het vandaag verschenen advies van de Raad voor Cultuur. Want daar lezen we onomwonden dat de samenwerking tussen regionale orkesten harder gestimuleerd moet worden dan tot nu toe. En vooral dat geld voor samenwerking niet genoeg was geoormerkt waardoor het in de reguliere exploitatie ging zitten. Precies wat is gebeurd bij HET Symfonieorkest, met alle gevolgen van dien. De Raad concludeert:

“Continueer de middelen voor samenwerking in het orkestenbestel, maar ontkoppel deze van de reguliere exploitatiesubsidie. Gebruik dit budget om samenwerkingsplannen te stimuleren die gericht zijn op innovatie, profilering en versterking van het aanbod in de regio.

 Het gaat om de inhoud

De problemen van HET Symfonieorkest en andere orkesten zijn dus groter dan persberichten en de daarop gebaseerde  kamervragen suggereren. Helemaal als je de clausule die de Provincie Overijssel opnam bij het verstrekken van de miljoenensubsidie herleest:

“Denkbaar is een gedeeltelijke terugvordering van het toegekende bedrag wanneer de afgesproken prestaties niet (meer) worden gehaald. Bij een niet te voorzien faillissement zal de eenmalige provinciale bijdrage hoogstwaarschijnlijk weg zijn.”

Tot dat laatste zal het hopelijk niet komen. Maar net zomin als de sector gebaat is bij het negatief framen, zoals Halbe Zijlstra zelfs nu hij niet meer over cultuur gaat niet kan nalaten, schiet de sector iets op met positief framen van kamerleden die ongetwijfeld uit oprechte liefde voor de kunst hetzelfde doen.

Het cultuurdebat in ons land moet niet gebaseerd zijn op partijpolitiek of eigenbelang, maar is het best gediend met feiten en een echte visie.