De Nederlandse componist Theo Verbey (Delft 1959) schrijft muziek met een weelderige klankschoonheid, waarin de verworvenheden van een eeuwenlange muziektraditie doorklinken. Hij maakte naam met werken als Triade (1991) voor orkest en Expulsie (1988) voor groot ensemble, en met orkestraties van stukken van componisten als Modest Moessorgsky en Alban Berg. Voor het slotconcert van De Vrijdag van Vredenburg schreef hij Traurig wie der Tod, voor het Groot Omroepkoor en het Radio Filharmonisch Orkest. Het beleeft op vrijdag 29 mei zijn wereldpremière in TivoliVredenburg. Zes vragen aan Theo Verbey.

In de jaarbrochure van De Vrijdag van Vredenburg staat uw nieuwe werk aangekondigd als ‘Elysium’, waarom koos u voor een andere titel, ‘Traurig wie der Tod’?

Ik liep al enige jaren rond met plannen om een stuk voor groot koor en orkest te componeren en had daarbij visioenen van ‘grote ruimte in de klank’ en een flinke tijdsduur. De gelegenheid om mijn plannen te realiseren deed zich voor toen programmeur Astrid in ‘t Veld me vroeg een stuk te componeren voor het Groot Omroepkoor en het Radio Filharmonisch Orkest.

Ik had hiervoor oorspronkelijke de titel Elysium in gedachten, naar de verblijfplaats van Griekse goden na hun aardse leven. Ik had al een aantal schetsen gemaakt, maar toen ik in de zomer van 2014 mijn ideeën daadwerkelijk om wilde gaan zetten in muziek, werd ik geconfronteerd met verschillende indringende gebeurtenissen. Zo verslechterde de gezondheid van mijn moeder en vond de vliegtuigramp plaats met de MH17. Redenen om alle schetsen weg te gooien en opnieuw te beginnen.

Voor Elysium had ik een aantal Latijnse en Duitse teksten in gedachten gehad van diverse klassieke dichters, onder wie Vergilius en Goethe. Aan een zetting ben ik echter niet toegekomen, want de geselecteerde verzen bleken door hun ingewikkelde stijl en dito woordkeus niet zonder meer geschikt voor een muzikale vorm. De gedichten van Hans Bethge die ik nu gekozen heb zijn direct en toegankelijk.

Hoe bent u op Bethge gekomen?

Het zoeken naar geschikte poëzie heeft me veel tijd en moeite gekost. De keuze van teksten is heel belangrijk, want voor mij is een componist op de eerste plaats een ‘songwriter’, ook binnen de omgeving van de klassieke muziekpraktijk. De verzen dienden dus aan te sluiten bij mijn visioen van het eindresultaat, anders heeft het geen zin te gaan componeren. Op een zeker ogenblik heb ik alle Duitse dichtkunst in mijn boekenkast naast elkaar gezet, en kwam Bethge bovendrijven.

bethge

Dit verhaal lees je gratis.

Help de schrijver meer stukken te schrijven!
Onderaan kun je zelf bepalen hoeveel je wilt bijdragen.

Ik had zijn bundel Die Chinesische Flöte (Duitstalige herdichtingen van oude Chinese poëzie, 1907) lang geleden aangeschaft in een muziekantiquariaat. Zijn gedichten worden gekenmerkt door een eenvoudige beeldspraak, maar voor alles door een sombere inhoud. De uiteindelijke selectie was relatief eenvoudig, evenals het bepalen van de volgorde van de gedichten. Ik heb er vijf gekozen, die passen binnen de opzet van een aaneengesloten cyclus. Uiteindelijk heeft het componeren ongeveer een half jaar in beslag genomen.

Hoe heeft u de vijf liederen vormgegeven?

Elk lied heeft een eigen karakter, dat voortkomt uit de tekst en wordt weerspiegeld in afzonderlijke motieven en toonsoorten. Het verdriet wordt telkens vanuit een andere invalshoek bezongen. In het eerste lied, ‘Mond und Menschen’, wordt scherp onderscheid gemaakt tussen de voorstelling van de natuur als stabiel en onveranderlijk tegenover de mens als zijnde verward en onrustig. Aan het einde hiervan versnelt het tempo en mondt de muziek uit in een eerste tussenspel van het orkest.

Hierna volgt ‘Die Einsame’, over het verdriet en de pijn van iemand die niet bij haar geliefde is. Na een orkestrale uitbarsting is het derde lied ‘Ein Junger Dichter denkt an die Geliebte’ teruggebracht tot één strofe, in een zeer contrasterend idioom. Na opnieuw een orkestrale onderbreking volgt het vierde lied, ‘Verzweiflung’. Dit weerspiegelt het tweede en beschrijft het verdriet van verveling in afzondering. Meteen hierop volgt het slotlied, ‘Das Los des Menschen’, over de eenmaligheid van het menselijk bestaan. Het is als een zucht van de wind en resulteert in een vervallen heuvel waarop onkruid groeit. In zowel tekst als muziek wordt hiermee het eerste lied weerspiegeld.

De uiteindelijke structuur van het stuk is een palindroom: ABCBA. Het aantrekkelijke van deze vorm is dat aan het einde teruggekeerd wordt naar het begin. Hiermee relativeert hij de tijd, die immers maar één kant op stroomt. Bij het componeren van een cyclus ligt het hanteren van een ‘cirkelachtige’ vorm voor de hand. Niet de gedichten zelf, maar de volgorde ervan zijn gekozen vanwege dit uitgangspunt.

De palindroom keert ook terug in de muzikale stijl, want ik wil vorm en inhoud goed op elkaar laten aansluiten. Het eerste lied hanteert de verworvenheden van de twintigste eeuw. Hierna wordt schoksgewijs ‘teruggemoduleerd’ naar de negentiende eeuw, om uiteindelijk in een archaïsche, vroeg achttiende-eeuwse muzikale vorm te belanden. Vervolgens wordt de weg in tegengestelde richting afgelegd. Met ‘stijl’ bedoel ik overigens een door tijd en plaats begrensde gemeenschappelijke factor, zoals bijvoorbeeld Duitse barok, Frans impressionisme of Engelse renaissance. Ik wil niet beweren dat individuele componisten geen persoonlijke stijl zouden hebben.

De slachtoffers van de MH17 vonden allen de dood, kunnen we ‘Traurig wie der Tod’ opvatten als een requiem?

Nee, ik heb op geen enkele manier de pretentie me met dit stuk het verdriet van de nabestaanden toe te eigenen. Ik probeer wel bepaalde aspecten van deze tijd muzikaal te articuleren, zoals de combinatie van stom toeval met crimineel gedrag. In het geval van de MH17: een willekeurig vliegtuig in combinatie met immoreel gedrag van soldaten en bestuurders. Een tweede aspect van de huidige tijd is het afglijden naar zeer grote verschillen in beschaving en menselijke omgangsvormen.

En hoe is het nu met de gezondheid van uw moeder?

Dat houd ik liever voor mijzelf.

Wat hoopt u bij de luisteraar teweeg te brengen?

Dé luisteraar bestaat natuurlijk niet. De enige die alle intenties die ik in het stuk heb gelegd begrijpt, ben ikzelf. Maar uiteraard hoop ik dat Traurig wie der Tod de toehoorder een zinvolle ervaring oplevert.