Dancing on the Edge festival is begonnen met een gevoel van urgentie.

In de Amsterdamse Brakke Grond opende gisteren het  Dancing on the Edge festival (DOTE) met een avond die gelijk toonde wat de spanbreedte is. De eerste voorstelling, Blank, ging een directe relatie aan met het publiek. In de tweede, en officiële openingsvoorstelling, Plastic, ging het meer over de dynamiek tussen de performers onderling en met de soundscape.

Met haar openingsspeech belichtte directeur Natasja van ’t Westende dat het festival een urgentie heeft als nooit tevoren. Ondertitel van DOTE is urgent artistic dialogues with the Middle East. De beelden van vluchtelingen zijn niet uit het nieuws te slaan. Onze werelden zijn met elkaar verbonden, of we dat nou willen of niet. Artistieke dialoog is belangrijk, omdat kunst bruggen kan slaan.  DOTE wil een persoonlijk perspectief bieden op het Midden Oosten via theater. Hoe persoonlijk het voor de makers kan zijn blijkt uit het feit dat een deel van de performers geen uitreisvisum krijgt. We horen tijdens de openingsrede niet of dat komt omdat de voorstelling zo beladen is of omdat de politieke situatie in Syrië het om andere redenen niet toelaat. De Syrische theatergroep Koon gaat Above Zero spelen, maar met een deels nieuwe cast. Het maakt de situatie daar, op een andere manier tastbaar voor ons. Dat lijkt me winst.

Liever een tekst zonder dit soort mededelingen?

Invuloefening voor het publiek

De genoemde -urgente artistieke- dialoog werd in beide voorstellingen gevoerd.
In Blank heel letterlijk: het publiek is leidend in het stuk. De performer, iedere keer iemand anders, krijgt een tekst van de Iraanse toneelschrijver Nassim Soleimanpour. Het zit vol met stippellijntjes, waarop het publiek woorden moet invullen door ze hard te roepen. Fill in the blanks. In het eerste stukje is dat nog melig, als we een imaginaire theaterschrijver moeten verzinnen, dan heeft ze eerst gewerkt als hoer. Anders wordt het als er iemand uit het publiek gevraagd wordt om de stippellijntjes van zijn verleden in te vullen. We horen dat hij uit Groningen komt en op wie hij als vierjarige verliefd was. Eerlijk en ontwapenend. Als het publiek zijn nabije toekomst moet invullen, zijn we ook een stuk aardiger: we laten hem God ontmoeten in zijn droom, en een leuk meisje als hij in de taxi zit.

Het mooi van dit werk is dat het onvoorspelbaar is en gedragen wordt door de interactie tussen zaal en podium. Iedere keer is anders. Er is geen routine. Nadeel is dat alles opgelezen moet worden, omdat de performer de tekst ook voor het eerst ziet. Sahand Sahebdivani was als eerste aan de beurt en kwam al snel in zijn rol. Soms ging het wat zoekend en het geheel liep uit, dat kan bijna niet anders met dit format. Maar de boodschap was duidelijk: we zijn niets zonder ons verleden. Je leert een ander, en jezelf, pas kennen als je iets van vroeger weet. En hoe kan dat beter dan door het vertellen van verhalen. Of, om te citeren, welk vraag vertelt je meer: die naar iemands gender of naar de eerste grote liefde.

Plastic. Foto: Jochem Jurgens
Plastic. Foto: Jochem Jurgens

Vier mannen en een wall of sound

Plastic van Meher Debbich Awachri was minder makkelijk te duiden en te plaatsen: overladen met betekenissen, maar voor het publiek was het soms zoeken. Zei van ‘t Westende niet al dat je het publiek niet moet onderschatten? Vijf mannen op het podium, vier dansers/performers en één geluidskunstenaar die live de score maakte. Een stevige muur van geluid, die soms deed denken aan industriële muziek uit de jaren tachtig compleet met drilboren, en dan weer herkenbaar was in fragmenten van Alle Menschen Werden Brueder om over te gaan in opzwepende trommels.

De dansers tasten elkaar af, nemen elkaar de maat en tonen agressie, maar tonen ook op zekere momenten kwetsbaarheid. Het werk is opgedeeld in losse fragmenten. In eentje wordt gedanst met de schokkerige, zenuwachtige bewegingen die doen denken aan Edouard Locks dansgroep  La La La Human Steps. Andere passages refereren aan boksbewegingen en streetdance. Tegen het einde wordt een van de mannen tegen de grond gewerkt. De anderen gebruiken zijn slappe lichaam als een soort buikspreekpop, terwijl we een quote horen: “Defend and Love your country.” Het eindigt met weer een stem die ons vertelt dat je niet uit een zwart gat komt, het is eenrichtingsverkeer.

Leden lezen ongestoord

Dansen op de rand van een zwart gat

De spelers, Meher Debbich Awachri, Maciej Beczek, Hazem Header en Mahrez Taher,  komen uit Egypte, Tunesië en Polen. Landen met een rijke maar tumultueuze geschiedenis. De oude geesten waren nog rond, de jonge mannen moeten daar maar mee zien te dealen. Is dat het zwarte gat? Is dat die vaderlandsliefde? Het stuk voelt zwaar. Is het de teleurstelling over de Arabische lente? Of is het juist de afrekening daarmee en een blik vooruit, weg van het zwarte gat? Of eindigt het met het zwarte gat omdat het onontkoombaar is? De voorstelling voelt nog niet helemaal af, waardoor dit soort vragen een beetje blijven hangen. Maar, zoals het programmaboekje ook zegt, het gaat het festival ook meer om het stellen van vragen dan het geven van antwoorden. Hier ging de dialoog tussen vijf mannen, drie landen, drie geschiedenissen. Grote vragen in een sobere, geladen setting. De gesprekken waren na afloop in ieder geval intenser en inhoudelijker dan gebruikelijk op een opening. Het lijkt me dat het festival alvast een eerste doel bereikt heeft.

 

Dancing on the Edge is tot en met 13 november in Amsterdam, Utrecht, Den Haag en Rotterdam bij te wonen.

Klik hier voor meer informatie over Blink en hier voor meer informatie over Plastic.

Goed verhaal? Laat het weten met een kleine bijdrage.

Help ons duurzaam mee en steun Helen Westerik als Patroon.
Deel dit: