Vooralsnog een ongebruikelijke gang van zaken op het gebied van cultural governance. Onbevredigend ook vanwege de vele vragen die het oproept: Wim Pijbes kondigt op 1 maart 2016 als hoofddirecteur van het Rijksmuseum vrij onverwacht zijn vertrek aan en kiest per 1 juli 2016 voor een directeursfunctie bij een nieuw particulier museum (Voorlinden) van de miljardair Van Caldenborgh. Al even onverwacht stapt hij daar na drie maanden weer op. Volgens zijn verklaring in de media heeft hij onvoldoende ruimte gekregen. Zonder evenwel deze ervaring van een nadere toelichting te voorzien. Waar slaat dat op?

Wat onvoldoende ruimte? Een directeur op het niveau van het Rijksmuseum heeft als kwaliteit om de eigen ruimte zelf vorm te geven, hoezeer ook de formele eindverantwoordelijkheid op een hoger niveau ligt. En: al geruime tijd heeft Pijbes met de oprichter/eigenaar overlegd over zijn nieuwe benoeming. Hij heeft nota bene zichzelf bij Van Caldenborgh aangemeld als de directeur van het nieuwe museum. Er zouden naar eigen zeggen (eind juni) duidelijke afspraken over zijn mandaat zijn gemaakt.

Rijksmuseum cultureel dichtgetimmerd

Het jaarverslag van het Rijksmuseum over 2015 is augustus van dit jaar van de pers gerold. In 2015 droeg Pijbes nog de volle verantwoordelijkheid. In het verslag geeft ook de Raad van Toezicht reglementair informatie over cultural governance, de kwaliteit van het toezicht en de relatie met de directie. We lezen dat de raad actief is op velerlei gebied, al blijft het allemaal erg in de processfeer hangen. Veel overleg, met elkaar en ook telefonisch, met de ondernemersraad en met enkele belangrijke stakeholders.

Ook heeft de raad (uiteraard) gesproken met en over de directie. Uit niets in dit verslag blijkt dat de raad ook de continuïteit van de directie ter sprake heeft gebracht. En ook het eigen directieverslag zwijgt over het op handen zijnde vertrek. Dat is vreemd, omdat het hier gaat om een culturele top-instelling met een omzet van een kleine € 120 miljoen en een personeelsbestand van ruim 600 medewerkers. Het moet toch mogelijk zijn om zelfs in enigszins bedekte termen de continuïteit onder woorden te brengen en richting te geven aan de ontwikkeling van dit directiebeleid?

Eerste vragen

Niets van dit alles en daar begint de eerste rij vragen: heeft de raad van toezicht niet voorzien dat de directeur uitkeek naar een nieuwe functie? Was de raad uiteindelijk toch niet gerust op de kwaliteit van bouwheer Pijbes om het Rijksmuseum in een nieuwe fase vorm te geven (diversiteit!)? Was Pijbes zelf teleurgesteld in de kracht van het Rijksmuseum om zijn museumfunctie in een digitaal en globaliserend tijdperk te realiseren? Verlangt de nieuwe cultuurmachine, die het nieuwe Rijksmuseum geworden is, wellicht een nieuwe type cultureel ondernemer (van marketing naar innovatie)?

Dit alles brengt de volgende hypothese met zich mee: Wim Pijbes zocht een way-out uit een museum dat ondanks alle lof omtrent verbouwing en exposities toch cultureel dichtgetimmerd is. En Pijbes zou dan niet de leider zijn om de schotten te vervangen. Een geregisseerd vertrek ligt in zo’n geval voor de hand.

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij lid wordt of ons steunt met een donatie.
Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen.

Hoe slecht is de relatie met Van Caldenborgh?

De oprichter/eigenaar Van Caldenborgh laat de media weten verrast te zijn door het vertrek van de nieuwe directeur. Verrast? De twee kennen elkaar al jaren! Pijbes was adviseur van Van Caldenborgh en heeft zich in de gesprekken – zoals gezegd – aangediend als de nieuwe directeur. Blijkens mededeling van de oprichter heeft de nieuwe directeur zich nauwelijks laten zien vanwege een lange vakantie.

Vanuit de methodiek van cultural governance zijn gesprekken tussen een voorzitter van het bestuur en de kandidaat-directeur van indringende aard. Het gaat immers om de strategische positie van een organisatie? Dat geldt zeker voor een geheel nieuw museum met grote ambities. De gesprekken gaan dan om de strategische doelen, de communicatie, de financiering en de organisatie. Het resultaat wordt niet altijd aan papier toevertrouwd, maar de conclusies staan in het geheugen gegrift van de gespreksgenoten. Vervolgens gaat de nieuwe directeur aan het werk en biedt persoonlijk contact uitkomst als er vragen en/of onduidelijkheden zijn.

Amateurmuseum

Zou dat hier allemaal ontbroken hebben? Wellicht als het gaat om een amateurmuseum dat de deuren net geopend heeft, maar niet op het niveau van Van Caldenborgh en Pijbes.

Dat brengt mij tot de tweede hypothese: Wim Pijbes wist al vanaf het prilste begin dat hij na een korte tijd zou stoppen nadat het nieuwe museum hem een way-out had verschaft uit zijn functie als directeur van het Rijksmuseum.

Hoe verder?

Hypotheses dienen gevolgd te worden door toetsing via nader onderzoek. Voor zo’n onderzoek is een aantal zaken van groot belang, te weten:

  1. Wim Pijbes geeft inzicht in de daadwerkelijke motieven omtrent zijn vertrek bij het Rijksmuseum en het Museum Voorlinden. Daarbij gaat hij ook in op de wensen en mogelijkheden die hij voor zichzelf heeft geformuleerd (o.a. bij Tate in Londen?). Zowel de Raad van Toezicht van het Rijksmuseum als de oprichter/eigenaar van het Museum Voorlinden moeten inhoudelijk, en niet alleen procedureel, reageren op deze motieven. Het kan niet zo zijn dat het tweevoudige, plotselinge vertrek van de directeur van twee topinstellingen in nevelen gehuld blijft.
  2. De Raad van Toezicht van het Rijksmuseum vertelt hoe met de directeur over zijn vertrek is gecommuniceerd. Welke overwegingen speelden een rol om al dan niet op een vertrek aan te dringen dan wel om een vertrek te voorkomen? En hoe heeft de raad de afgelopen jaren geanticipeerd op mogelijke wijzigingen in de directievoering, inclusief het functioneren en mogelijk vertrek van de directeur?
  3. De oprichter/eigenaar van Museum Voorlinden vertelt hoe de gesprekken zijn verlopen om tot benoeming van de nieuwe directeur te komen en hoe er is gecommuniceerd tot aan het vertrek van deze directeur. Ook vertelt Van Caldenborgh over de feitelijke activiteiten van de nieuwe directeur vanaf zijn benoeming. Dit om na te gaan of daadwerkelijk van een functioneren sprake is geweest. En wat wil het zeggen dat Pijbes nog wel betrokken blijft als bestuurder?

De hier gevraagde informatie is nodig om volledig invulling te geven aan het begrip cultural governance. Het gaat daarbij om de kwaliteit van het toezicht en de relatie tussen toezicht en bestuur van culturele miljoenenbedrijven. De huidige informatie is te summier en past niet binnen de eredivisie waarin de betrokkenen professioneel functioneren.

En wat doen de media?

Tot slot nog een opmerking over de media. Wim Pijbes wordt terecht beschouwd als een zeer gekwalificeerde museumdirecteur. Een machtig man met veel (internationale) netwerken. De pers lijkt bij alle waardering voor de persoon de eigen taak om de feiten in deze zaak boven tafel te krijgen, te veronachtzamen.

In die zin is de ‘case Pijbes’ ook een wake-up call voor de gevestigde cultuurjournalistiek.