De Cello Biënnale Amsterdam, het grootste cellofeest ter wereld dat zich van 20 tot en met 29 oktober afspeelt in het Amsterdamse Muziekgebouw aan ‘t IJ, is begonnen en het loopt er nu al storm. Tien dagen lang geven 27 internationale cellosolisten, 6 orkesten, 11 ensembles, 1 koor en vele musici uit 26 landen ruim 800 optredens. Van ‘s ochtends vroeg –Bach & Breakfest– tot ‘s avonds laat –Late Cello Night in het Bimhuis– zijn er concerten, voorstellingen, masterclasses en workshops. De nieuwste muziek klinkt naast geliefde klassiekers, flamenco, jazz, pop en wereldmuziek. 12 jonge cellisten trekken ten strijde in het Nationaal Cello Concours en 160 kinderen spelen mee in het Hello Cello Orkest.

In september was er al een mini-festival Cello & Film in Eye. Vier schrijvers – Jan Brokken, Marente de Moor, Ilya Pfeiffer en Annelies Verbeke – schreven in opdracht van de Cello Biënnale verhalen over de cello, gebundeld in Vier Variaties voor cello. Cellobouwers, strijkstokkenmakers en muziekuitgevers bevolken de hal van het Muziekgebouw aan ‘t IJ. Die is veranderd in een muzikale ontmoetingsplaats, waar het gonst van de cellisten, amateurs en muziekliefhebbers. Veel concerten en voorstellingen zijn bij voorbaat uitverkocht.

Sexy

Wat verklaart de magische aantrekkingskracht van de cello, misschien wel de meest ontwapenende onder de strijkinstrumenten? 

14803109_1027141320748269_2145795195_o
Oprichter, artistiek directeur en cellist Maarten Mostert: ‘Cello is het instrument dat met zijn warme toon het timbre van de menselijke stem het dichtst benadert. (Foto: Moniek Spaans/PianowereldMUZE)

Oprichter, artistiek directeur en cellist Maarten Mostert: ‘Cello is het instrument dat met zijn warme toon het timbre van de menselijke stem het dichtst benadert. De cello heeft de contouren van een vrouwenlichaam. Cellisten klemmen het instrument tussen hun benen en dat ziet er bij vrouwen heel sexy uit, terwijl mannelijke cellisten al spelend hun geliefde lijken te omarmen. Volgens mij zijn cellisten ook de meest relaxte musici onder de strijkers. Maar of dat alles het succes van de cello en Cello Biënnale kan verklaren, weet ik niet. Ik wil er ooit nog eens onderzoek naar laten doen. Het zou me niets verbazen als het geluid van de cello een stofje vrijmaakt in ons hoofd, waardoor mensen zich gelukkig gaan voelen.’

Rode draad van de zesde editie van de origineel en veelzijdig geprogrammeerde Cello Biënnale vormt The Acting Cello. Dat was reden om donderdag vast van start te gaan met een pre-openingsconcert in twee afleveringen op één avond. Maarten Mostert pakt alles nu eenmaal graag groots aan.

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij lid wordt of ons steunt met een donatie.
Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen.

Wolvenmasker

De  openingsvoorstelling Instant Happiness van theatermaakster Dagmar Slagmolen werd gespeeld door het Cello8ctet Amsterdam op muziek van de Vlaamse theatercomponist Jan Kuijken.

Het gaat over hebzucht en het desastreuze effect dat de – vaak onder mensonterende omstandigheden gefabriceerde – wegwerpmode uit Azië op ons heeft. In de rauwe, tekstloze muziektheatervoorstelling zijn de cellisten ook acteur en is de cello niet alleen een muziekinstrument maar ook een theatraal attribuut. 

2010160085
Foto: Ronald Knapp

In armoedig ondergoed gestoken vertegenwoordigen de cellisten van het Cello8ctet schimmige figuren uit een maatschappij die gesymboliseerd wordt door acht skeletten van huisjes. Uit de hemel vallen op de minimal music-achtige celloklanken van Kuijken gouden zakken met kleding naar beneden. Daarmee begint het grote graaien, waarbij de spelers hun cello soms ook als wapen gebruiken en elkaar bestelen. Totdat de verzadiging is toegetreden en al die goedkope kleding toch niet zo gelukkig blijkt te maken.

De cellisten trekken alle huidirriterende rotzooi weer uit en kronkelen neurotisch van de jeuk over de door hebzucht verschroeide aarde. Eén meisje pakt het anders aan en breit op melancholieke melodieën in de stijl van Sjostkowitsj haar eigen verantwoorde trui. Ze wordt ingehaald door het wolvenleger van de hebzucht en krijgt zelf net als de andere spelers ook een wolvenmasker op. ‘Wat gebeurt er als al het goud uit de hemel is geroofd?’, vraagt Slagmolen zich af. ‘Wat gebeurt er dan met die behoefte die zoveel energie genereert?’ Voor alsnog eindigt de voorstelling met uitgebluste wezens, die liggend uitstervende klanken produceren op hun cello.

Noise op Openingsconcert

Op de openingsdag vochten acht jonge cellisten voor een zaal vol vijftigplussers en een voornamelijk uit cellisten bestaande jury om toelating tot de Tweede Ronde van het Nationaal Cello Concours, waarvoor twaalf deelnemers zich hebben aangemeld. De selectie vond plaats op grond van uitvoeringen van Boccherini’s Sonate in Bes, G. 565 en het verplichte nieuwe solowerk Air, in opdracht van de Cello Biënnale geschreven door Rob Zuidam. Daarmee worden extreme eisen gesteld, want Zuidam heeft geen passage onbenut gelaten om het uiterste uit de cello te halen, terwijl de berucht virtuoze cellomuziek van Boccherini niet elke cellist van nature op het lijf geschreven is.

Onder de deelnemers trokken vooral Alexander Warenberg en Anastasia Feruleva sterk de aandacht door hun indrukwekkende instrumentale beheersing en buitengewone muzikaliteit. Ook Melle de Vries wist zich dapper te weren, maar stak nog wat bleekjes af bij de opmerkelijke professionaliteit van Warenberg en de muzikale persoonlijkheid van Feruleva.

Loze woorden

‘s Avonds opende minister Bussemaker na een opruiende muzikale ‘preview’ van het swingende duo BartolomeyBittman de Cello Biënnale officiëel, met mooie loze woorden over ‘muzikale vernieuwing’ en ‘de cello herontdekken’. Daarna vuurden de vier cellisten van de Biënnale Cello Band – Larissa Groeneveld, Jelena Očić, Timora Rosler en Jeroen den Herder- op het echte Openingsconcert krassend en piepend op hun snaren moderne stadsgeluiden als knallende rotjes af tegen een serene witte achtergrond. Daarachter zaten slagwerkers van Slagwerk Den Haag en enkele blazers en contrabassen van het Nederlands Philharmonisch verborgen. Onder leiding van Ed Spanjaard mengden zij zich gaandeweg in de verhitte cello-explosies van humoristische herrie zonder vorm, structuur of betekenis, zoals vernieuwend opgetekend in de partituur van Componiste des Vaderlands Mayke Nas, wier Unraveled in wereldpremière ging.

De ouderen onder het publiek mopperden daarbij hoofdschuddend wat af. Zij konden zich vervolgens tevreden laven aan de ouderwets integere uitvoering van Blochs Schelomo, schitterend gespeeld door de Braziliaanse meestercellist Antonio Meneses. Hij wist een voornaam- zangerige ingetogenheid te koppelen aan een diep doorvoelde emotionaliteit. Meneses, die het stuk van Bloch met een kamermuziek-achtige helderheid benaderde, werd door Spanjaard en het Nederlands Philharmonisch Orkest met empathie en enthousiasme begeleid. De Grote Zaal van het Muziekgebouw aan ’t IJ bleek echter akoestisch niet berekend op zo’n groot orkestwerk, zodat Bloch meer dan nodig in ‘geleide herrie’ ontaardde. Het subtiele cellospel van Meneses verloor daardoor onnodig aan zeggingskracht.

Blamage

Ook de daarop volgende uitvoering van Lalo’s Celloconcert in d door cellist Pieter Wispelwey raakte in de problemen door een gebrek aan resonantieruimte. De muzikale klappen die het orkest in dit werk uitdeelt om de solist te inspireren en aan te vuren pakten nu uit als oorverdovende dreunen. Pieter Wispelwey – toch al niet sterk in die intens romantische, zinderende melodielijnen die de muziek van Lalo nodig heeft om op te kunnen bloeien- zocht daardoor vergeefs zijn heil in een bijna lachwekkende mimiek om zijn muzikale bedoelingen kracht bij te zetten. Het klinkende resultaat was al met al een oer-Hollandse blamage voor de cello en Lalo. Die vraagt immers om een gepassioneerde solocellist die van nature aanvoelt hoe hij als elegante en beheerste muzikale toreador de partituur kan uitdagen en verleiden om zo de harten van zijn publiek te raken.

Het welwillende publiek genoot evengoed en begaf zich na afloop nog in groten getale naar de Cello Lounge om lekker te chillen, gevolgd door een nachtelijk bezoek aan het Bimhuis, waar het duo BartlomeyBittman tijdens een nachtconcert uit zijn dak ging, bij wijze van smaakmakende voorzet voor alle spannende en mooie dingen die nog komen gaan…

Goed om te weten