50 miljoen euro. Misschien is dat de meest eenvoudige manier om samen te vatten hoe er gisteravond in de Amsterdamse bioscoop het Ketelhuis naar de nabije toekomst van de Nederlandse film werd gekeken. Over dat bedrag straks meer.

Blikvanger voor dit traditionele Voorjaarsoverleg was een beeld uit de nieuwe Nederlandse heldenepos Redbad. Maar zo ruig ging het er niet aan toe. Het heet een debatavond over brandende kwesties in de filmsector te zijn. Toch kwam het nauwelijks tot een echte discussie tussen de panelleden. Ook de goed gevulde zaal hield zich opvallend rustig.

Hoofdpunten waren de stormachtige groei van het video on demand-aanbod (vod), naast filmeducatie en de door de Raad voor Cultuur voorgestelde heffingen.

Goed verhaal hè? We bieden het je gratis aan. Wil je een donatie doen? Dan kan dat via de blendle-knop onderaan. Of via de Patreon-knop. Nog beter.
(Wellicht ben je al lid en zien wij dat over het hoofd. Log dan hier nog een keer in, sorry: (ben je gelijk van die Blendle knop af), maar anders vinden wij het fijn als je lid wordt, of een vrije gift achterlaat”.)

Wespennest?

De nieuwe directeur van het Nederlands Film Festival liet zich uiteraard niet verleiden de Nederlandse filmwereld een wespennest te noemen. Maar het is in ieder geval een bos is waar je al snel tussen de bomen het spoor bijster raakt. Zo bleek ook nu weer. Veel schakels, maar geen ketting. Dat was de beeldspraak die Pien Houthoff van het Nijmeegse filmtheater Lux gebruikte.

Bij wijze van aftrap maakten we kennis met twee belangrijke nieuwe spelers. Orwa Nyrabia is de dit jaar aangestelde nieuwe artistiek directeur van het documentairefestival IDFA. Silvia van der Heiden is de kersverse algemeen directeur van het Nederlands Film Festival. Zij zal zich moeten gaan buigen over de lastige vraag wat voor festival het Nederlands Film Festival eigenlijk wil zijn.

Nieuwe directeuren

Maar gisteravond hielden ze hun kruit jammer genoeg nog droog. Wat ook wel een beetje te verwachten viel. Nyrabia had me vooraf al laten weten het nog te vroeg te vinden om al concreet in te gaan op het festival zoals we dat in november gaan zien. De aanstelling van Van der Heiden is nog recenter. Zij zit middenin allerlei kennismakingsrondes. Wel liet ze doorschemeren de functie van het festival als ontmoetingsplaats voor professionals te willen verstevigen.

Opvallend overigens, als je die twee zo naast elkaar zet, dat ze een volstrekt verschillende achtergrond hebben. Van der Heiden komt uit de marketinghoek, terwijl de naar het buitenland uitgeweken Syriër Nyrabia als producent het documentairevak van binnenuit van haver tot gort kent. Hij was in diverse rollen al eerder betrokken bij IDFA. Het door hem geproduceerde Return to Homs was in 2013 de openingsfilm van het festival.

Netflix-tijden

Maar waar ging het nu echt over. Al was het niet precies zo geformuleerd, toch draaide het allemaal om de vraag hoe de Nederlandse film zich staande moet houden in Netflix-tijden. Waarbij film breed opgevat moet worden, terwijl Netflix symboliseert dat de vertoning in versneld tempo uitwaaiert over allerlei digitale media. Aardig om te weten trouwens dat de gestaag groeiende vod-omzet de bioscooprecette al aardig begint te naderen.

Jammer dat er niet iemand van marktleider Netflix achter de tafel zat. Wel vertegenwoordigers van vod-aanbieders Pathé Thuis en het nieuwe, op de arthouse-liefhebber mikkende Cinemember. Ja, het aantal vod-aanbieders vertoont een stormachtige groei. De buitenstaander kan zich afvragen of de consument daarmee gediend is, maar die suggestie vond weinig weerklank. Sommigen zien in de toekomst toch wel iets in een breed vod-platform waar je gewoon alle aanbieders/distributeurs op kan vinden. Aan de andere kant verwacht Rick Hartman van Cinemember juist niet dat een soort Spotify voor films gaat komen. De structuur voor filmdistributie is ingewikkelder dan die voor muziek.

Het meest concreet werd het bij de onderwerpen die aanhaakten bij het advies van de Raad voor Cultuur voor de audiovisuele sector. Die stelt op de eigen website dat ‘forse maatregelen’ nodig zijn voor versterking van die sector. Zodat de Nederlandse film overeind blijft in een tijd waarin Amerikaanse films, bedrijven als Netflix en buitenlandse bioscoopconcerns (Pathe, Vue, Kinepolis) hier de dienst uitmaken. De Raad pleit daarbij onder meer voor één hoogwaardig vod-platform, ongeveer zoals het huidige NLZIET. Wat, als ik het goed begrijp, toch niet helemaal hetzelfde is als het op dit moment veelbesproken NPO Start Plus.

Heffingen en educatie

Twee andere pijlers van het advies zijn heffingen en media-educatie. Dat laatste klinkt me warempel idealistisch in de oren. Natuurlijk ben ik er voor dat in het culturele lespakket voor scholieren film net zo vanzelfsprekend is als boeken of andere kunst, maar gaat dit echt het Nederlandse marktaandeel in de bioscoop opkrikken? De tijd zal het leren. Minister Van Engelshoven (in de zaal) draagt filmeducatie in ieder geval een warm hart toe.

Veiligheidshalve (zo zie ik dat tenminste) noemt de Raad in het advies ook in te stellen quota voor Nederlandse producties binnen het bioscoop- en online-aanbod. Quota zijn omstreden, dat is bekend, maar gisteravond niets hierover.

Daarnaast wil de Raad productie van hoogwaardige films en series een steun in de rug geven. ‘Zonder een kwalitatief goed product kan de sector zich niet staande houden in het internationale aanbod.’ Wie zou het daar niet mee eens zijn.

Exploitanten moeten dokken

Hoe denkt de Raad aan meer geld voor de productie van die Nederlandse kwaliteitsfilms, en voor verbeterde zichtbaarheid daarvan te komen? Heffingen. Een woord dat politiek gevoelig ligt, maar toch. In navolging van andere landen denkt de Raad aan een heffing van 2 tot 5 procent van de omzet van alle vormen van exploitatie van films en series. Ja, ook Netflix moet dan dokken. Overigens financiert Netflix al een door Pupkin Film te produceren Nederlandse serie.

Guido van Nispen, voorzitter van de audiovisuele sectie van de Raad, schat dat die heffingen jaarlijks zo’n 50 miljoen euro kunnen opleveren. Even snel gecheckt: dat is ongeveer evenveel als het huidige budget van het Filmfonds.

Op zit moment bestaat er op veel kleinere schaal ook al zoiets, en dat heet het BTW-convenant. Kort gezegd, toen een aantal jaar geleden de BTW voor de bioscopen van 21 naar 6 procent ging, is besloten een klein deel van dat voordeel door te sluizen naar het Abraham Tuschinski Fonds. Dat fonds ondersteunt de productie van de grotere publieksfilms. Reden waarom niet alle filmtheaters blij zijn met die afdracht, die ten goede komt aan films die ze zelf niet vertonen. Gerard Huisman van Contact Film doet zelfs niet mee aan het convenant.

Dat bezwaar zal waarschijnlijk niet gelden voor de door de Raad voorgestelde heffing, maar daar staat weer tegenover dat bijvoorbeeld vod-exploitanten al gewoon 21 procent BTW betalen. Zien ze iets in zo’n extra heffing, was de vraag aan de afgevaardigden. Nee, was kort samengevat het antwoord.

Dus, gaat die 50 miljoen er komen? Dat is de hamvraag voor het aankomende jaar. Noteert u alvast de datum voor het Najaarsoverleg: 6 november. Ketelhuis-directeur Alex de Ronde suggereerde dat er dan misschien maar één gast achter de tafel hoeft te zitten: minister Ingrid van Engelshoven van OCW.

Fijn bericht? Gebruik de Blendle knop hierboven voor een kleine donatie. Of bepaal zelf hoe je Leo Bankersen een complimentje geeft met Patreon. (heel fijn systeem!)
Deel dit:

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.