De Cultuurindex gaat regionaal. Het kersenplukseizoen is begonnen

Gerard Marlet (voor) en Rogier Brom (achter), makers van de Regionale Cultuurindex

Het duurde ongeveer een dag voordat de PVV-afdeling Enschede het bericht ontdekte. Nog best snel voor een club die doorgaans niet zo erg in kunst geïnteresseerd is. Maar goed, dit ene detail bij de presentatie van de regionale cultuurindex was natuurlijk koren op de molen van de extreemrechtse lokale partij:


De partij greep het bericht aan om weer eens te pleiten voor het afschaffen van de subsidies voor kunst.

Een voorspelbare reactie, natuurlijk. Maar leidt het ene (de mismatch) ook logischerwijs tot het andere (afschaffen)? Gerard Marlet, een van de grote namen achter de regionale cultuurindex die vrijdag 14 december werd gepresenteerd, kan zich daar niet echt over opwinden.

Ingewikkelde formules

‘Wij presenteren de cijfers, en vervolgens gaat iedereen zijn eigen verhaal vertellen.’, verklaarde hij tijdens de presentatie in de Utrechtse Metaalkathedraal. ‘Dat is logisch. Maar dan kunnen we nu zeggen dat we in ieder geval de cijfers hebben. Dat was in het verleden niet het geval.’ Marlet snapt dat cijfers slechts een deel van het verhaal vertellen, en het duiden ervan een heel ander verhaal is. Toch heeft het team achter de cultuurindex zijn uiterste best gedaan om door het toepassen van (tamelijk ingewikkelde) formules de speelruimte voor de politieke duiders te verkleinen.

Zo is er een duidelijke samenhang tussen de hoeveel cultuursubsidie die in een bepaalde regio wordt verstrekt, en het aantal uren dat mensen er besteden aan cultuur. Die is recht evenredig: hoe meer geld, hoe meer participatie. De grafieken laten dat glashelder zien.

Reisopera

Dat een stadsregio als Enschede daar in negatieve zin onderuit valt kan met heel wat zaken te maken hebben. Het meest logisch is dat in die stad twee bovenregionaal opererende podiumkunstinstellingen zitten. Die kosten geld, maar verkopen een deel van hun werk buiten de stad: Jeugdtheater Sonnevanck en de Nederlandse Reisopera. De samenstelling van de bevolking matcht op lokaal niveau niet met de aard van het aanbod, terwijl de instellingen in de stad wel van nationaal belang (en zeer succesvol) zijn.

Voor je verder leest...

Blij met dit verhaal? Klik dan op 'like' en maak Facebook rijk.

Of:


Klik op 'lid worden' en maak Cultuurpers sterk.

Het spreidingsideaal, waarmee veel regeringen tot nu toe hebben gewerkt, was daar ook voor bedoeld. Breng cultuur van niveau naar plekken waar daar te weinig van is. Daarom zit de Reisopera in Twente. Dat stedelijke regio’s nu gedwongen worden om hun eigen regionale cultuurprofiel te ontwikkelen, kan dus een einde maken aan die doctrine. De vrees zou kunnen bestaan, dat er alleen in negatieve zin van af wordt geweken, wanneer partijen als de PVV hun populistische agenda erop botvieren.

8 cent

Dat subsidies voor succes zorgen, maakt de regionale cultuurindex glashelder. Van elke euro die cultuur kost, haalt de gemiddelde culturele instelling slechts 8 cent uit rijkssubsidie. Het leeuwendeel is eigen inkomsten: 47 cent. De rest (46 cent) komt uit de potjes van gemeenten en provincies. Dat de kunstsector zo goed is in het ophouden van de eigen broek zal nieuws zijn in Den Haag en Enschede.

Terug nu naar de PVV-afdeling Enschede. Deze partij kan natuurlijk op basis van de cijfers een eigen verhaal vertellen, maar omdat de cijfers voor iedereen beschikbaar zijn kunnen niet-pvv’ers ook hun verhaal vertellen. De discussie wordt scherper en feitelijker. Dat is een van de positieve gevolgen van deze regionale index. Die is daardoor een stuk nuttiger dan de landelijke cultuurindex, die ook door Boekman wordt onderhouden.

Echt spannend gaat het natuurlijk worden bij de update over twee jaar. Dan kan ook duidelijk worden welke gevolgen ingrepen naar aanleiding van de index hebben. Voor het eerst is het overheidsbeleid direct te meten. Dat gevoel werd breed gedragen bij alle aanwezige beleidsmakers.