Kleurrijke figuren in een Amsterdamse volksbuurt, een luie rode kater die verandert in een soort King Kong-kloon, felle discussies over het belang van kunst, steltlopende olifanten – dat duikt allemaal op in twee lange animatiefilms die toevallig allebei op 18 april in de Nederlandse bioscoop verschijnen.

En toevallig ook nog eens twee films die overtuigend, en op volstrekt tegengestelde manier, demonstreren dat een animatiefilm niet per definitie voor kinderen is.

Heinz is de tegendraadse tekenfilm van Piet Kroon naar de befaamde krantenstrips van het duo René Windig en Eddie de Jong. Een grillig cartoon-universum dat heerlijk herkenbare Amsterdamsheid combineert met een parodie op grote spektakelfilms.

Buñuel in the Labyrinth of the Turtles (foto Submarine)

Het eveneens getekende Buñuel in the Labyrinth of the Turtles gaat over de sociaal bewogen kant van de surrealistische filmmaker Luis Buñuel. In dit op ware gebeurtenissen gebaseerde verhaal zien we hoe de als surrealist in opspraak geraakte Buñuel zijn schrijnende en confronterende documentaire Las Hurdes (1933) maakt. Getekend in een stijl realistisch is, maar ook ruimte maakt voor Buñuels magische nachtmerries.

Nederlandse animatie-industrie

De Nederlands-Belgische coproductie Heinz is de eerste lange animatie van BosBros, de producent die naam maakte met jeugd- en familiefilms. Tot stand gekomen met een grote bijdrage van de animatiestudio van Submarine, veelzijdig producent van speelfilms, documentaires en animatie. Meer toeval: datzelfde Submarine was ook betrokken bij het als Spaans-Nederlands-Duitse coproductie gerealiseerde Buñuel.

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij lid wordt of ons steunt met een donatie. Die bijdrage komt ten goede aan de auteur, in dit geval Leo Bankersen. Zo kan Cultuurpers blijven bestaan!

Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen aan het werk van Leo Bankersen.

Ja, hoe toevallig is dat allemaal? Misschien minder dan je zou denken. Want er zoemt iets rond. Namelijk dat de lange Nederlandse animatiefilm op het punt staat door te breken. Misschien niet toevallig dus dat een paar weken geleden Nederlandse animatie centraal stond op het jaarlijkse Cartoon Movie in Bordeaux, een evenement waar makers, producenten en financiers elkaar ontmoeten. Alle aanleiding dus om op de onlangs gehouden Heinz-persdag wat meer te weten te komen. Niet alleen over de productie van Heinz, maar vooral over de sprong vooruit die de Nederlandse animatie-industrie lijkt te gaan maken.

Terug uit Amerika

Piet Kroon, regisseur, scenarist en deels storyboard-tekenaar van Heinz, ziet dat er al veel veranderd is. Ooit debuteerde hij met de eigenwijze korte animaties Dada (1997) en T.R.A.N.S.I.T. (1998). Hij vertrok vervolgens naar de Verenigde Staten om mee te werken aan grote producties als Osmosis Jones, Rio en Shrek 2. Tegelijkertijd raakte hij betrokken bij al lang lopende plannen om een Heinz-film te maken. Toen daarvoor in 2017 eindelijk het startschot viel keerde hij terug naar Nederland om de regie te voeren over het tekenwerk van enkele tientallen animatoren.

Die terugkeer beviel fantastisch goed, laat hij lachend weten. “Na 23 jaar in de Amerikaanse animatie-industrie was dit een grote buitenkans om een film te maken naar eigen inzicht. Ik heb daarginds ontzettend veel geleerd en met veel plezier gewerkt. De keerzijde is dat het een heel conservatief soort filmmaken is. Films met heel grote budgetten, family-entertainment voor een heel breed publiek. Terwijl met animatie zoveel meer kan. Maar in Amerika is dat moeilijk te realiseren.”

“Naast mijn reguliere werk schreef ik aan het script voor Heinz. De opzet was om iets heel anders te maken dat niet perse voor kinderen is. Iets dat ook qua vorm niet probeert te concurreren met Amerikaans werk. De grote uitdaging was om de losse gagstrips met die dwarse antiheld Heinz te vertalen naar een lange film. En dan toch trouw te blijven aan die krankzinnige, hutspotachtige wereld die Eddie en René in 25 jaar hebben getekend.”

Kroon merkte dat er tijdens zijn afwezigheid in Nederland op animatiegebied veel veranderd was. Toen hij wegging had zo’n project als Heinz volgens hem nog niet gekund. Nu trof hij een land met veel mogelijkheden, fris jong talent en een Filmfonds dat lange animatiefilms actief ondersteunt. Hij herinnert zich hoe Willem Thijssen, als eerste animatie-intendant van het Filmfonds, destijds meehielp om de gestrande plannen voor Heinz weer vlot te trekken.

Inhaalslag

Producent Burny Bos van BosBros ziet ook veel veranderen. “Tot nu toe werden er in Nederland weinig animatiefilms voor de bioscoop gemaakt.”

Als schaarse voorbeelden noemt hij Pim & Pom: Het grote avontuur (2014) en Trippel Trappel Dierensinterklaas, beide in 2014. In 2016 zagen we Woezel & Pip. De dieren uit het Hakkebakkebos was een Noorse productie, maar wel al met een stevige bijdrage van de Nederlandse stop-motionstudio Pedri Animation.

Maar nu staat Nederland volgens Bos absoluut op het punt om door te breken. Hij was ook in Bordeaux waar meerdere Nederlandse animatieproducties op zoek waren naar een internationale partner. “Met behoorlijk goede respons.”

“We hebben een achterstand in te lopen op België en bijvoorbeeld Frankrijk. Nederland was altijd het land van enthousiaste animatoren die artistieke korte films maakten en daarmee prijzen wonnen. Denk aan Michael Dudok de Wit en het trio Job, Joris en Marieke. Maar een industrie was dat niet. Sinds kort begint er zoiets te ontstaan. Producent Submarine bijvoorbeeld heeft een eigen animatiestudio, een digitale werkplek waar plaats is voor zo’n vijftig animatoren. Een andere animatieproducent is Il Luster. Zelf zijn we ook hard bezig om met animatie aan de slag te gaan.”

“Tussen nu en drie jaar verwacht ik een behoorlijke inhaalslag. De Amerikaanse markt laat ik buiten beschouwing, maar Europa is groot genoeg. Twintig jaar geleden lieten speelfilms als Abeltje, Minoes en Pietje Bell zien dat Nederland de concurrentie met Disney aankon. Ik verwacht dat zoiets ook op animatiegebied gaat gebeuren.”

Internationaal bereik

Een animatiefilm is doorgaans duurder dan een speelfilm, maar het is gemakkelijker om internationale coproducties aan te gaan, en zo meer financiering te krijgen. Het is lastig om een speelfilm met voor buitenlands publiek onbekende Nederlandse acteurs in de rest van Europa uit te brengen. Bij een nagesynchroniseerde animatiefilm heb je dat probleem niet. “Een animatiefilm heeft een grotere kans om internationaal door te breken”, aldus Bos.

Bruno Felix van Submarine – in Bordeaux als animatieproducent van het jaar in het zonnetje gezet – beaamt dat. De komende twee à drie jaar kunnen een doorbraak laten zien. “De Nederlandse animatiefilm is door de puberteit heen. Er zijn serieuze productiebedrijven en studio’s, er zijn een paar goede projecten opgeleverd, er zijn goede opleidingen en er is talent.”

“Van de kleine Europese landen is Nederland het grootste. Zo kunnen we een mooie lijm zijn bij internationale coproducties. Het goed kunnen samenwerken en de no-nonsensementaliteit komen daarbij van pas.” Als kwaliteiten die een rol spelen bij animatie noemt hij de innovatieve stijl van Nederlandse animatoren, plus het feit dat we niet te dogmatisch zijn en niet bang voor technologie.

Designland

Het ‘gekkenhuis’ dat Heinz volgens Burny Bos in veel opzichten is, met een ratjetoe aan situaties en personages, is een mooi voorbeeld van die Nederlandse onbevangenheid.

Ook Michiel Snijders van IL Luster (Woezel en Pip, Trippel Trappel), die ik later spreek, ziet Nederland een nieuwe stap zetten. “Met die industriële maat komen we op een spannend vlak. Het gaat natuurlijk niet alleen om tax-shelters en financieringsmodellen. Nederland staat bekend als designland en ik hoop dat we dat eigen karakter in ere houden.”

Coproducties noodzaak

Hierboven is al aangestipt dat lange animatiefilms die hier gerealiseerd worden eigenlijk altijd Europese coproducties zijn. Waarom dat zo is vat Bruno Felix in drie punten samen.

  • Vertaalbaar. Eeen animatiefilm is eenvoudig in een andere taal over te zetten en kan daardoor gemakkelijk meerdere publieken bereiken.
  • Betaalbaar. Animatie is heel arbeidsintensief, dus duur. Daardoor is geld uit verschillende landen nodig, dat ook in verschillende landen uitgegeven moet worden. Een buitenlandse producent kan bijvoorbeeld een beroep doen op het zogenaamde production incentive van het Nederlands Filmfonds. Dat geld moet dan wel hier worden besteed. Bij een speelfilm is dat soms lastig, bij animatie is het doorgaans geen probleem.
  • Schaalbaar. Als derde punt noemt Felix de grote hoeveelheid werk die animatie met zich meebrengt. Dan kan het juist handig zijn dat over verschillende studio’s te verdelen. Het animeren van de verschillende figuren is een klus die relatief gemakkelijk over verschillende werkplekken te verdelen is. Dat bevestigt ook Jolande Junte, die voor Heinz daarover de supervisie had.

Heinz

We nemen Heinz weer als voorbeeld. Het budget van krap 2 miljoen euro is relatief bescheiden. Ongeveer gelijk aan dat van een gemiddelde Nederlandse speelfilm. Toch was ook Belgisch geld nodig om de zaak rond te krijgen. Zo werd het Vlaamse productiehuis Fabrique Fantastique coproducent. Zij zorgden voor de achtergrondbeelden en hebben volgens Burny Bos heel goed geholpen het artistieke niveau omhoog te tillen. “Hun werk heeft de voorgrondmakers geprikkeld.” De meeste karakters zijn geanimeerd bij coproducent Submarine. Voor een kleiner deel van het animatiewerk werd een beroep gedaan op de Rotterdamse animatiestudio Ka-Ching Cartoons.

Op zijn beurt zorgde Bruno Felix er voor dat het Nederlandse Submarine coproducent werd van het Spaanse Buñuel in the Labyrinth of the Turtles. “Buñuel werd gepitcht in Bordeaux. Ik vond het een mooi verhaal waarin journalistiek, kunst, religie en politiek een interessante melting pot vormen. Een verhaal met urgentie dat ook nu weer van belang is. Daarbij is een verhaal over Buñuel als een van de grondleggers van de Europese cinema sowieso de moeite waard. Een arthousefilm met een mooie stijl die in de filmtheaters een (bescheiden) publiek kan vinden. Dat alles maakte het tot een interessant project om in te stappen.”

Anne Frank

Where is Anne Frank (Foto Submarine)

Een ander project waar Submarine een plaats als coproducent heeft bemachtigd is Where is Anne Frank. Dat is de nieuwe animatiefilm van Ari Folman, bekend als regisseur van het indrukwekkende Walz With Bashir. “Dat is de eredivisie, een project waarmee ik kan laten zien wat Submarine in huis heeft. Daar heb ik echt mijn best voor gedaan. Bovendien leek het me idioot als een film over Anne Frank geen Nederlandse bijdrage zou hebben.” In mei gaat bij Submarine de animatie hiervoor van start.

Op dit moment wordt in dezelfde studio nog hard gewerkt aan Undone, een animatieserie voor volwassen kijkers voor Amazon, met Hisko Hulsing als coregisseur. Een andere lange animatiefilm die bij Submarine al stevig in de steigers staat is Coppelia. Een modern sprookje voor jong en oud, vormgegeven als een combinatie van 2D-animatie en live-ballet. Nog in de scriptfase is The Young Vincent, een jeugdfilm over de jonge jaren van Vincent van Gogh. Ook in ontwikkeling is Vos en Haas redden het bos, een fantasie voor jonge kinderen van Mascha Halberstad. Bruno Felix is daarnaast bezig om iets naar de verhalen van Toon Tellegen op poten te zetten.

Miss Moxy

Dat BosBros besloten heeft een animatietak (lange films en series) te beginnen heeft te maken met de mogelijkheid om hiermee het bereik uit te breiden. Zoals gezegd steek je met animatie gemakkelijker de grens over dan met speelfilms, hoe mooi die ook zijn.

Urbanus de vuilnisheld (Foto: In the air)

Op 2 mei is de Nederlandse première van de Belgische animatiefilm Urbanus de vuilnisheld. Een doldwaas avontuur naar de strips van Urbanus en Willy Linthout. BosBros doet mee als Nederlandse coproducent.

De eerstvolgende eigen lange animatiefilm van BosBros is Miss Moxy, geregisseerd door Vincent Bal (Minoes). Een roadmovie over een eigenwijze kat die vanuit Frankrijk de weg naar huis moet vinden. Het script is rond, de financiering bijna. Het budget is 8 à 9 miljoen euro. Daarvan zal zo’n zes miljoen uit het buitenland moeten komen. In Bordeaux was er al veel belangstelling en Bos hoopt op het animatiefestival in Annecy het laatste gat te dichten. Als verder alles goed gaat in 2021 in de bioscoop.

Een andere tot de verbeelding sprekende BosBros-animatie is Hieronymus van Erik van Schaaik. Een fantasierijk vormgegeven coming of age-verhaal over de rebelse tiener Jeroen die later bekend zal worden als de beroemde schilder Hieronymus Bosch. Er is een script, maar daar moet volgens Burny Bos eerst nog flink aan gesleuteld worden.

Wat staat ons nog meer te wachten?

Zonder de pretentie compleet te zijn hier nog een aantal lange animatiefilms met een Nederlandse hoofdproducent die de komende drie jaar in de bioscoop kunnen komen.

Victor Vleermuis (Foto: Il Luster/The Storytellers)

Victor Vleermuis is een nieuwe jeugdfilm over een jonge vleermuis die bang is in het donker. Van Il Luster, het in animatie gespecialiseerde Utrechtse productiehuis dat al twintig jaar actief is. Productie samen met The Storytellers Film & TV en waarschijnlijk twee buitenlandse producenten. Verwacht eind 2021.

Karel en Elegast, ook van Il Luster, hier samen met de Haagse animatiestudio Anikey die ook meewerkte aan Trippel Trappel. De familiefilm Karel en Elegast wordt de eerste verfilming van dit oudste in het Nederlands op schrift gestelde verhaal. Verkeert in de fase van scriptontwikkeling.

Ainbo is een Nederlands-Peruaanse coproductie van productiebedrijf Cool Beans/Richard Claus & Co. Een 3D-animatie over een meisje uit de jungle van de Amazone. Gepland voor 2021.

Kleine Sofie en Lange Wapper, naar het bekroonde kinderboek van Els Pelgrom en Thé Tjong-Khing. Combinatie van live-action en stop-motionanimatie. Daarin komt de fantasie tot leven waarmee een meisje dat op sterven ligt de dood om de tuin leidt. Uit de koker van de veelzijdige (speelfilm, jeugd-drama, documentaire, animatie) producent IJswater. Gepland voor 2022, als alles meezit.

Blender Institute ontwikkelt zijn eerste lange animatiefilm Agent 327. Naar de gelijknamige Nederlandse strip van Martin Lodewijk. Belooft een geheel Nederlandse productie te worden. De treatment is klaar. Nu wordt gewerkt aan het samenstellen van het team voor regie, script en storyboard. Financiering is nog niet rond, dus dat wordt 2022 op zijn vroegst, hoopt Ton Roosendaal.

De wraak van Knor wordt een stop-motionfilm voor jong en oud, geregisseerd door Mascha Halberstad naar het jeugdboek van Tosca Menten. De negenjarige Babs moet haar varkentje uit handen van de worstenmakers houden. Een Nederlands-Belgisch-Franse coproductie uit de koker van het Amsterdamse Viking Film. Dit is het in arthouse en animatie gespecialiseerde bedrijf van Marleen Slot. Pedri Animation gaat de poppen maken. De financiering is bijna rond. Productie start september. Ze hoopt Knor eind 2021 of begin 2022 uit te brengen.