Theaterfestival Boulevard bood een podium aan de verhalen die we te weinig horen. #tfboulevard

Volgens Linde van Schuppen, filosoof en taalkundige, luisteren medici niet echt naar mensen met een psychose. Althans, ze luisteren wel naar iemand die aan duidelijke waanvoorstellingen lijdt, maar dat is om te constateren dat die persoon inderdaad van het padje is. ‘Maar, hoe dan?’ is de vraag waar een psychiater of neuroloog niet voor is opgeleid, stelt ze.

Daarom promoveert Van Schuppen binnenkort op een onderzoek naar precies dat ‘hoe dan?‘. Ze vertelde erover in de 3 kwartier zomergasten die onder de noemer ‘Gesprek van de dag’ elke middag plaatsvonden op Theaterfestival Boulevard. Geleid door schrijfster Jowi Schmitz werden het geen gênante nagesprekken of onbegrijpelijke voorgesprekken bij het aanbod, maar interessante gedachtewisselingen naar aanleiding van het festivalprogramma. Waarin dit keer dus nogal vaak psychische aandoeningen voorkwamen.

Minder pillen

Welke verhalen zitten er in psychoses, welke vertelperspectieven gebruikt een patiënt om zijn wereld te beschrijven en wat haalt zo’n psychoticus eigenlijk uit dat verhaal? Het blijkt inzichten te verschaffen die andere behandelmethodes mogelijk maken. Minder pillen, meer luisteren. Zouden we vaker moeten doen.

Beste lezer: Donaties zijn nodig!
Je leest dit verhaal gratis. Dat kan dankzij donaties van lezers. Zo blijven we onafhankelijk van subsidies en grote sponsors. Je kunt zelf bepalen wat dit verhaal je waard is. Je bijdrage komt rechtstreeks bij de auteur terecht!
Ondersteun deze auteur!

Doneer aan deze auteur

We maken je donatie rechtstreeks aan de auteur over.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

En zo zitten we gewoon weer in de kunst. Want kunst bestaat uit verhalen, ook al zal menig kunstenaar gruwen van de moderne trend om alles ‘storytelling’ te noemen. Sorry, postdramatici, zelfs van een wolk in de lucht maken we een verhaal, als je niet oppast. Dat gebeurde zaterdagochtend ook bij ‘Zomer’ van Artemis.

Bootcamp

Zo simpel is locatietheater: je zet publiek in een landschap neer en noemt het theater. Vervolgens wordt alles wat er zichtbaar is, theater. Een acteur die een kar uit het water trekt, of een clubje van niets wetende bootcampers die zich in hun vrijwillige martelactiviteit plotseling gadegeslagen weten door een honderdtal nieuwsgierige festivalbezoekers. Of een vrouw die een rondje gaat zwemmen, maar eerst uitzinnig in het koude water danst: ook niet-acteurs gaan plots hun talenten ontdekken. Jeroen Bosch Live.

Zo liepen we in een bonte stoet door de/het Bossche Broek, het schitterende moerasland dat pal tegen de historische binnenstad van Den Bosch aan ligt. Een middeleeuwse pelgrimage, met zo nu en dan een passerende scooter, als overgangsritueel van platteland naar stad, van kastanjeboom en bloempot naar muziek. Want dat overal muziek in zit, behoort ook tot de vaste leermomenten van een theaterfestival.

Rituele ruimte

Nog een leermoment: als een voorstelling voor 18+ is, en die wordt gespeeld door kinderen van 12-, kun je het nodige ongemak verwachten. The Sheeptown project, ik ging erheen vanwege het woord ‘schaap’ in de titel, is de voorlopige apotheose van een project van kunstenaar Alexandra Broeder over de binnenwereld van kinderen in de intensieve jeugdzorg.

Ook naar deze kinderen wordt te weinig geluisterd, ontdekte Broeder. En dus nodigen vijf in smetteloos wit gehulde kinderen je uit om plaats te nemen in hún rituele ruimte, op kussentjes rond een totempaal van schaapachtige proporties. Fluisterend in je oor vragen ze je om dezelfde dieptes en onzekerheden te verkennen die kinderen ook verkennen, en uiteindelijk met hen af te dalen in de wereld die Sheeptown heet, een wollig gebeuren waar alles knuffelbaar en warm is.

O, ja: Je hoeft geen lid te zijn om dit te kunnen lezen. We hebben wel leden nodig om dit te kunnen schrijven. Word daarom nu lid.

Verwoesting

Misschien omdat ik als kinderloos mens niet gewend ben aan kinderen vlak om me heen, zeker in deze anderhalvemetertijden, vond ik het meer referenties hebben aan horror dan aan iets warms en veiligs, maar dat komt wellicht omdat ik te veel films heb gezien waarin onschuldige kinderen heel enge dingen blijken te doen met volwassenen die hun wereld niet snappen. En daar heel veel spijt van krijgen.

Niet geheel gerustgesteld kun je dan naar iets  gaan dat ‘Pain Against Fear’ heet. Dat deed ik ook, vooral omdat Naomi Velissariou met de trilogie (en band) Permanent Destruction al zoveel tongen heeft losgemaakt.

Prachtfinale

Pain Against Fear is het slot van die trilogie, die gemaakt is voor het clubcircuit, dat al anderhalf jaar op zijn gat ligt. De eerste twee delen kunnen daarom voorlopig niet gespeeld worden, hoe vaak er ook onder #unmuteus gedemonstreerd wordt. Pain Against Fear is aangepast aan de anderhalve meter en dat betekent de onwerkelijke bevriezing van het publiek aan stoelen voor een podium dat in alles ‘wilde rave’ uitstraalt.

De als actrice opgeleide Velissario brengt iets wat je in het theater een monoloog zou noemen nu als een concert van een serie nummers, die inmiddels ook op spotify te beluisteren valt. Eerst nog sterk vertekend door ‘Autotune’, later steeds meer met haar eigen geluid, voert Velissariou je langs woede op de wereld, woede op onze soliale omgangsvormen, over zelfwoede (als dat al bestaat), over identiteit, over mannen, vrouwen, feminisme, naar een einde dat in al zijn verstilling een prachtfinale was voor deze 17 dagen in Den Bosch.

Een acteur en een zaal, stil tegenover elkaar: leeg en moegestreden, maar ook vol van de verhalen die we elkaar nog te vertellen zouden kunnen hebben.

Foto bovenaan:
Zomer van Artemis. Foto door Karin Jonkers

Laat je waardering voor dit verhaal blijken.

We maken je donatie rechtstreeks aan de auteur over.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Over de auteur van dit verhaal:

Wijbrand Schaap

Cultuurpers heet het geesteskind dat ik in 2009 op de wereld zette. Voor ik dat deed was ik (sinds 1996) kunstverslaggever voor onder meer Algemeen Dagblad, Utrechts Nieuwsblad, Rotterdams Dagblad en GPD. Daarvoor deed ik van alles. Studeren enzo. Theater maken. Inspraakavonden notuleren. In een bandje spelen. Ik schreef - en schrijf ook voor specialistische bladen als TM, Boekman, Ons Erfdeel en De Vogelvrije Fietser. Ik help je met schrijven als je het heel lief vraagt. Ik ben getrouwd met Suzanne Brink en heb een kat die Edje heet, een pup die Fonzie heet en een hond die genoemd is naar Rufus Wainwright.