Het kleinste operagezelschap van Nederland klopt het grootste. Niet in bezoekersaantallen, niet in ontvangen subsidie, maar wel in het binnenhalen van sponsorgelden. Bij nadere bestudering wordt echter andermaal pijnlijk duidelijk dat er in Nederland geen geefcultuur bestaat en sponsering beperkt blijft tot een grijpstuiver. Daar zal een rammelende geefwet niets aan veranderen.

Een maand geleden vertelde intendant Guus Mostart ons dat ondanks juichende recensies en uitverkochte zalen de Nationale Reisopera in het Wagner-jaar 2013 geen complete Ring kan uitvoeren. Die complete Ring zou 1,8 miljoen euro gaan kosten, maar het gezelschap kwam 1,2 miljoen tekort. Een gigantisch bedrag, maar een schijntje als je bedenkt dat daarvoor tweemaal vier opera’s op de planken gebracht zouden worden. Een opera kost al snel twee ton per avond. Ondanks inspanningen van de Reisopera om dit gat te dichten, lukte het niet om aanvullende fondsen en sponsoren te vinden.

Het klinkt onwaarschijnlijk. Met multinationals als Grolsch en het toch ook niet al te kleine Arke in de achtertuin én de landelijke belangstelling voor een Enschedese Ring niet voldoende sponsoring weten te realiseren? Wat gaat daar mis? Een kijkje in de cijfers van de twee collega gezelschappen, De Nederlandse Opera in Amsterdam en het Maastrichtse Opera Zuid, leert echter 1: dat de missie van de Reisopera vooraf kansloos was en 2:  operasponsoring in ons land vrijwel niet bestaat.

Het jaarverslag van De Nederlandse Opera 2010 toont schokkende cijfers. Jawel, er werd meer dan 8 miljoen verdiend aan de verkoop van plaatsbewijzen en de bezettingsgraad ligt nog altijd ruim boven de 90%, maar daar staat een slordige 25 miljoen aan rijkssubsidie tegenover. En hoewel Amsterdam zich met enige regelmaat artistiek kan meten met de Metropolitan Opera in Nwew York, steekt de 182 miljoen dollar die aldaar aan donaties en sponsoring werd binnengehaald schril af tegen de 177.000 euro die De Nederlandse Opera bij kon boeken, ook nog eens 13.000 euro minder dan begroot.

Het lijkt bizar: bij iedere verkochte kaart komt ongeveer €188 subsidie, terwijl sponsoren slechts €1,28 bijdragen. Waar zijn die multinationals? Waarom willen zij zich niet met een van de speerpunten – ook volgens het ministerie – van de Nederlandse cultuur associëren? De Nederlandse Opera is zich terdege bewust van de noodzaak extra gelden te genereren, en heeft inmiddels een fondsenwerver in dienst, die uiteraard in een paar maanden het verschil niet kan maken.

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij lid wordt of ons steunt met een donatie. Die bijdrage komt ten goede aan de auteur, in dit geval Henri Drost. Zo kan Cultuurpers blijven bestaan!

Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen aan het werk van Henri Drost.

Bij het kleinste operagezelschap van ons land liggen de zaken anders. Daar werd het vijfvoudige van wat begroot was aan sponsorgelden binnengehaald, een ruime vertweevoudiging ten opzichte van 2009. Indrukwekkend in procenten, maar in reële getallen bleef hier de teller dus net boven de €100.000 steken. Wanneer we dan echter het aantal voorstellingen en het de bijbehorende bezoekersaantallen in ogenschouw nemen, doet Opera Zuid het ongeveer tienmaal beter dan De Nederlandse Opera.

Deze cijfers maken pijnlijk duidelijk dat de Nationale Reisopera een unieke prestatie had moeten leveren om meer dan een miljoen binnen te halen. De verklaringen zijn legio, zo horen we van alle gezelschappen. In het verleden is door de overheid niet alleen niet gestimuleerd op zoek te gaan naar externe geldbronnen, maar door de nadruk leggen op volledige onafhankelijkheid is dit zelfs ietwat ontmoedigd. Bovendien bestaat cultuursponsoring in Nederland feitelijk niet. Natuurlijk, elk groot bedrijf doet wel iets, maar het is tekenend dat Essent enige jaren productiesponsor was van Opera Zuid en daarmee zeker goodwill kweekte. De overgemaakte bedragen zijn echter op geen enkele jaarrekening  van de energiegigant terug te vinden, in tegenstelling tot de miljoenen die in de schaatssport gestoken zijn. “We ondersteunen verschillende culturele projecten middels een speciaal fonds, maar via de schaatssport bereiken we een groot en internationaal publiek,” aldus een woordvoerder.

Sponsoring en donaties blijken voornamelijk afkomstig van bedrijven en particulieren in de directe omgeving van de gezelschappen en over de nieuwe geefwet is iedereen kritisch of in elk geval afwachtend. In de woorden van de zakelijk directeur van Opera Zuid: “Wij verwachten op korte termijn weinig tot geen voordeel te halen uit de geefwet, onze aandacht gaat nu vooral uit naar het opstellen van een realistisch beleidsplan voor 2013-2016. Wij zien geen kans om op korte termijn snel en effectief in te spelen op de nieuwe geefwet.” En terecht, want dat die geefwet aan alle kanten rammelt, dat wisten we al. En dat de overheid de sector in het verleden te weinig heeft aangespoord om toch vooral zelf gelden binnen te halen ook.

Die vereiste omslag verwezenlijken in een jaar is echter illusoir, zeker daar zelfs de grote multinationals verwend zijn. Een skybox bij FC Twente kost een halve ton per jaar. De regionale shirtsponsor betaalt veel meer dan het tienvoudige, namelijk precies de 1,2 miljoen die de Reisopera tekort komt voor een complete Ring. En die 1,2 miljoen die Arke aan FC Twente overmaakt is, volgens alle voetbalkenners, een koopje, veroorzaakt door de naamsverandering van het stadion in de GrolschVeste.

De conclusie? De sportsponsor betaalt de hoofdprijs, de cultuursponsor zit voor een grijpstuiver op de eerste rang en verwacht niet anders. Aan de sector hier een oplossing voor te vinden. De Reisopera voert deze week al gesprekken in binnen- en buitenland over mogelijke projecten en vooral hoe die te financieren.

Wordt, wederom, vervolgd.