Op misschien wel de mooiste muziek die Strauss geschreven heeft daalt Arabella de trap af en geeft Mandryka een glas water. Hun verloving is daarmee bezegeld. Achter het liefdespaar opent zich een echter inktzwarte ruimte waarin beiden verdwijnen.

Nee, in deze enscenering van Christof Loy is Arabella alles behalve de lichtvoetige Weense komedie die Strauss van zijn librettist Hugo von Hoffmansthal vroeg. Geen Rosenkavelier light, eerder het vorspiel van Scenes from a marriage.

Waar in veel ensceneringen van Arabella de nadruk wordt gelegd op pracht en praal, is het decor hier beperkt tot een ingenieus verschuivende achterwand die de vertrekken in het Weense hotel toont waar de familie Waldner verblijft. Een gokverslaafde vader, een moeder die haar toevlucht neemt tot een kaartlezeres en een zusje dat uit geldgebrek als jongen door het leven moet gaan – deze stad is te duur om twee dochters te onderhouden. Keeping up appearances in de negentiende eeuw. 

De vader probeert wanhopig zijn oudste dochter Arabella uit te huwelijken aan een oude dienstkameraad, die echter overleden blijkt, maar zijn enige erfgenaam zag haar foto en werd meteen op haar verliefd. Klinkt Wagneriaans?

Klopt. In Der fliegende Hollander probeert de vader ook zijn dochter uit te huwelijken om geld binnen te halen. Daar was het de dochter die verliefd werd op een afbeelding, maar de overeenkomsten zijn duidelijk. We hebben niet te maken met echte liefde, maar gedroomde. In een van de mooiste duetten van de hele opera zingen Arabella en haar zusje niet voor niets over de abstracte ‘Richtige’.

Waar in Der fliegende Hollander er slechts één andere minnaar is, zijn er in het kokette Wenen drie graven en Matteo verliefd op Arabella, maar zij ziet vooral de laatste niet staan. Tot groot verdriet van haar zusje Zdenka, want zij koestert wel warme gevoelens voor Matteo. Maar ja, zij loopt in een broek rond en is zijn beste vriend. Wanneer Arabella echter voor de nieuwkomer kiest, geeft Zdenka Matteo de sleutel van Arabella’s kamer maar deelt zelf met hem het bed. Enfin, alle ingrediënten voor een komedie vol verkleedpartijen en persoonsverwisselingen zijn aanwezig. En dan is daar ook nog een happy end.

Loy stuurt hier verre van. Niet alleen door de kale decors, maar bovenal door een uitgekiende personenregie – de derde akte kan het daardoor zelfs vrijwel zonder decor doen – en oog voor detail. Wat Loy bijvoorbeeld heel slim doet is een jurk per akte van zus naar zus te laten gaan, waardoor het meest onwaarschijnlijke – Matteo die tijdens de Liebesstunde het verschil tussen Arabella en Zdenka niet opmerkt – volkomen begrijpelijk wordt.

Voor je verder leest...

Wij geloven in onderzoeksjournalistiek over cultuur. Het is geen onderwerp waar je enorm populair mee wordt. Reden waarom de meeste media alleen die paar sensationele berichten meenemen, maar niet verder kijken. Cultuurpers richt zich juist op die verhalen die voor de cultuurwereld belangrijk zijn, maar die de grote media te klein vinden. Dat kunnen we alleen volhouden als jij meedoet. Door ons tips te geven, maar ook als je lid wordt of ons steunt met een donatie. Houd de cultuurwereld scherp!

Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen. Geef 2,50, 10 euro of meer!

Natuurlijk ontkomt Loy niet aan het kluchtige, maar hij geeft de rol van de jodelende koetsiermascotte Fiakermilli ook iets pijnlijks mee door haar als een derderangs Merilyn Monroe op te voeren. En hij heeft ook geluk, want hoewel deze productie vijf jaar geleden voor het eerst in het buitenland te zien was, krijgt die in Amsterdam extra komische lading. De rol van de moeder wordt namelijk (voortreffelijk) gezongen door Charlotte Margiono, in diezelfde stad vele malen te bewonderen in de grootste sopranenrollen. Net wanneer zij acteert of zij daadwerkelijk aan wil zetten voor een grote aria, bromt haar man bits: ‘Jetzt keine Arien’.

Het zijn deels inside jokes, maar ze passen bij een Strauss-avond van een ongekend hoog niveau. Ook het Nederlands Philharmonisch Orkest verkeerde in topvorm, geholpen door Marc Albrecht, die definitief de sentimentaliteit van Arabella afschudde, juist door de metronoomaanduidingen van de componist als leidraad te nemen. Jammer dat het orkest wel wat te luid was, maar dat kan ook aan de altijd lastige akoestiek van het theater liggen.

Voor de solisten niets dan lof. Jacquelyn Wagner en Agneta Eichenholz betoveren als de zusjes Waldner. Alleen Will Hartmann (Matteo) viel tegen. Wellicht dat zijn recente roldebuut als Siegfried in Wagners Ring daar debet aan is, want hier klonk hij zo nu en dan alsof hij niet Arabella maar het hele Walhalla van repliek wilde dienen.

 

De Nationale Opera: Richard Strauss, Arabella. Nationale Opera & Ballet, nog te zien t/m 2 mei 2014.

3 REACTIES

Comments are closed.