Vlindertje Smit en de dienstbaarheid aan wat dood is

Het is een ordelijke, schone ruimte, niet ongezellig, ondanks de stukken paardenbeen die in hun vitrines het atelier domineren.

Beeldend kunstenares Vlindertje Smit prepareert dieren en delen van dieren. Terugdenkend aan de publicitaire storm die de Britse kunstenaar Damien Hirst met zijn geconserveerde-dierkunstwerken opwekte, zou je kunnen verwachten dat Vlindertje Smit de sensatie zoekt. Dat is niet zo. De zorgvuldige en weloverwogen manier waarop ze over haar bedoelingen spreekt heeft niets sensatiebelusts. Wat Vlindertje met haar kunst wil overbrengen is juist tederheid, zorgzaamheid voor wezens die, net als wij, op aarde geleefd hebben. Zorgzaamheid, juist op het moment waarop ze het meest hulpeloos zijn: als ze niet langer levend, maar dood zullen voortbestaan.

,,Sommige mensen lopen er met een boog omheen,” zegt Vlindertje, ,,Maar anderen zijn geroerd. Die snappen het.” Onverschillig laat deze kunst in elk geval niemand. ,,De westerse maatschappij is vervreemd van de dood. Men is er bang voor. De dood wordt ontkend. In mijn kunst wil ik me juist niet van de dood afwenden. Door de dieren te prepareren en te voorkomen dat ze vergaan, laat ik ze in hun dood-zijn voortbestaan.”

Een geprepareerd stuk paardenbeen was Smits afstudeerwerk op de Rietveld Academie, maar dieren prepareren had ze daar niet geleerd. Daarvoor was ze in de leer gegaan bij Dirk Thijssens uit Aalten. Hij gaf haar de globale kennis, de technieken om paardenbenen op te zetten. Later volgde ze een prepareercursus bij Bos en Fauna in Schaarsbergen. ,,Daar leerde ik een heel dier prepareren volgens de klassieke prepareerkunst. Het doel daar is het opgezette dier er zo levend mogelijk uit te laten zien. In mijn werk gaat het daar juist niet om. Een van mijn kunstwerken is een geprepareerde marter. Ik heb hem juist zo dood mogelijk vereeuwigd. Hij ligt met een hangende nek, een open bekje, geen netjes gekamde vacht. Normaal vergaat een lijk en verdwijnt het. Maar deze marter, vereeuwigd in zijn dood-zijn, zal langer bestaan dan de mensen die hem nu aanschouwen.”

Vlindertje Smit, 'My care'. foto Maarten Baanders
Vlindertje Smit, ‘My care’. foto Maarten Baanders

Als je de zorgzaamheid tot je laat doordringen waarmee Vlindertje Smit het dier in zijn eeuwige situatie heeft gebracht, denk je aan het medelijden dat een pas gestorven dier in je oproept. De emoties die je bij de aanblik voelt hebben ermee te maken dat dood en leven op dit moment nog met elkaar verbonden zijn. Je ziet het drama van de overstap van leven naar dood. Als de ontbinding intreedt en het lichaam is ingeklonken tot een grauwbruin stinkend hoopje, is het gevoel van medelijden al verdwenen. Emoties gaan voorbij, mensen gaan voorbij, maar deze kunst vereeuwigt dat ene ontroerende moment.

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij ons steunt met een donatie.
Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen.

Bij Vlindertje gaat de creativiteit verder dan het alleen maar prepareren van een dier. Haar kunstwerk ‘My Care’ bestaat uit het onderste deel van een paardenbeen, waarvan ze de hoef net als de enkel met paardenhuid en met vacht heeft bekleed. ,,Huid is iets beschermends. In het echt heeft een hoef geen vacht, maar doordat ik die ook met huid en vacht bekleed, laat ik hem extra beschermd achter.”

Smit was niet de eerste studente aan de Rietveld Academie die het prepareren van dieren als kunstuiting toepaste. Maar de intentie was anders. ,,Die kunstenares wilde het dier bij zich houden, niet aan de dood prijsgeven.” De eerste kunstenaar die met dierlijk materiaal werkte en echt invloed had op Vlindertje was Martin uit den Bogaard. Maar ook hij verschilt in belangrijke opzichten radicaal van Smit. ,,Uit den Bogaard deed een dood dier in een glazen kastje, sloot daar een voltagemeter op aan en mat op deze manier de activiteit die met het proces van vergaan gepaard gaat. Die activiteit, de rottingsprocessen en de stoffen die daarbij vrijkomen, schommelde sterk. Bij Uit den Bogaard gaat het dus juist om het vergaan.”

Ook met andere kunstenaars heeft Vlindertje Smit raakvlakken zonder qua concept met hen samen te vallen. ,,Ik zag ‘For the Love of God’ van Damien Hirst, de met diamanten bezette schedel, in het Rijksmuseum. Ik had het al op afbeeldingen gezien, maar vond het in werkelijkheid veel indrukwekkender. Ook het werk van Hirst gaat over vergankelijkheid. Hij confronteert ons met het taboe op de dood door van een schedel een blingbling-object te maken. De dood is niet lelijk. Ik ervaar dit werk van Hirst als een feest dat hij aanricht om de dood te vereren. Als je naar zijn werk kijkt, word je je bewust van het grote en tegelijk fragiele en indrukwekkende van het leven dat eindigt in de dood. Het gaat bij Hirst altijd om filosofische gedachten waartoe zijn installaties aanzetten. Voor mij geldt dat ook.”

Ook Meret Oppenheim gebruikte dierlijk materiaal. Beroemd is haar Cup, Saucer and Spoon of Fur (Kopje, schoteltje en theelepeltje, gemaakt van bont) uit 1936. ,,Op de Rietveld Academie werd ik wel met haar vergeleken. Maar er is toch een belangrijk verschil. Haar werk gaat over materiaal. Oppenheim maakte een levend object van dat kopje. Het kreeg ook een erotisch aspect. Een kopje is eigenlijk een gebruiksvoorwerp, maar door het van bont te maken, werd het onbruikbaar. Met de dood, met het leven van mens en dier heeft Oppenheims werk niets te maken.”

Vlindertje Smit brengt de betrokkenheid tussen mens en dier tot uiting in een opgezet paardenbeen met hoef en bekleed met mensenhuid. ,,Ik geef de mens hiermee een puur dienende functie tegenover het dode paard. Toen het paard nog leefde, werd op een bepaald moment door mensen besloten dat het economisch geen waarde meer had en dat het dus wel dood kon. Ik haalde het op, althans dat stuk been, en gaf het een tweede kans, een nieuwe huid. Zo bestaat het paard weer. In het westen heeft een dier alleen bestaansrecht als het de mens kan dienen, als voedsel, voor vermaak of als gezelschap. Met dit kunstwerk wil ik hier een nieuw licht op werpen door voelbaar te maken hoe het is als dat ‘dienen’ en ‘gediend worden’ wordt omgedraaid.”

Vlindertje Smit, 'Please'. foto Maarten Baanders
Vlindertje Smit, ‘Please’. foto Maarten Baanders

Van december 2014 tot april 2015 exposeert Vlindertje Smit werk in de Verbeke Foundation in Kemzeke bij Antwerpen. Deze locatie is geknipt voor haar werk. Het museum omvat niet alleen een gebouw, maar ook een tuin en kassen. Kunst en cultuur zijn op dit landgoed met elkaar geïntegreerd. De eigenaar, Geert Verbeke, laat bewust onkruid groeien over de beelden die op het landgoed staan. ,,Hij vindt andere musea te statisch, te georganiseerd met hun strakke witte zalen. Hij heeft zijn eigen concept. Toen ik contact met hem opnam met de vraag of ik er kon exposeren, reageerde hij eerst sceptisch, maar toen hij zag wat ik maak, was hij meteen enthousiast.”

Behalve objecten zal er ook een korte film van Vlindertje Smit te zien zijn. Ze heeft opnames gemaakt in een paardenslachterij. De filmbeelden raken de toeschouwer emotioneel diep. Is de maakster niet bang dat haar werk wordt gezien als activistische kunst, als protest tegen het eten van dieren? ,,Nee, de film gaat over een persoonlijke gebeurtenis. Hij gaat over rouw en het verliezen van onschuld. Dat staat los van de vleesindustrie.”

 

* Open atelier: za 27 & zo 28 september 2014, 12.00 – 18.00 uur, Haagweg 4, Leiden

* Expositie: zo 23 november 2014 tot april 2015, Verbeke Foundation, Kemzeke bij Antwerpen