Bij het Nationale Toneel gaat 8 november 2014 Blauwdruk voor een nog beter leven in première, dat onder andere de positie van kunstenaars in de maatschappij behandelt. Een thema dat ook voorkwam in hun recente Tasso, en in het succesvolle The Fountainhead van Toneelgroep Amsterdam. Staat het onderwerp ‘kunst’ weer op de toneelagenda door de veranderde cultuurpolitiek van de afgelopen jaren? Is ‘kunst over kunst’ niet navelstaarderig? En hoe voelt de kunstenaar zich zelf eigenlijk in de maatschappij van nu? Ik vraag het Ivo van Hove, regisseur van The Fountainhead, en Sallie Harmsen, actrice in Tasso. ‘In een wereld zonder kunst zou ik me onmiddellijk verhangen.’

Ilja Leonard Pfeijffer, Johan Doesburg en Anniek Pheifer bij de presentatie van de tekst van Blauwdruk voor een nog beter leven.
Ilja Leonard Pfeijffer, Johan Doesburg en Anniek Pheifer op de presentatie van Blauwdruk (foto auteur)

Ilja Leonard Pfeijffer schreef Blauwdruk voor een nog beter leven als eigentijdse bewerking van Noël Cowards Design for living uit 1932. Het Nationale Toneel presenteerde de bewerking op een bijeenkomst met Pfeijffer, regisseur Johan Doesburg en alle deelnemende acteurs. Behalve over een vierhoeksverhouding tussen drie mannen (schilder, schrijver en regisseur) en een vrouw (fotograaf) gaat het stuk over de vraag hoe ver een kunstenaar moet gaan in het volgen van zijn principes en of hij concessies moet doen aan zijn mecenas.

Ultieme artistieke vrijheid

Daarmee is Blauwdruk voor een nog beter leven het tweede stuk in korte tijd waarin het Nationale Toneel de verhouding kunstenaar-maatschappij aan de orde stelt. In Tasso (bewerking en regie Theu Boermans) voert Johann Wolfgang von Goethe de getormenteerde kunstenaar Torquato Tasso ten tonele. Die claimt aan het hof van zijn weldoener, de hertog van Ferrara, niet alleen ultieme artistieke vrijheid, maar ook de liefde van de zus van die hertog. Hij komt in botsing met de pragmatische politicus Antonio.

Het Nationale Toneel heeft bewust voor dit seizoensthema gekozen omdat het zich in deze tijd opdringt. ‘Maar Blauwdruk is geen pleidooi voor cultuursubsidies,’ bezweert Johan Doesburg. ‘Pfeijffer legt ons de vraag voor: hoe kun je jezelf in de spiegel blijven aankijken en toch in leven blijven?’

Anti-kunstpolitiek

Toch eens het oor te luisteren leggen bij Ivo van Hove, directeur van Toneelgroep Amsterdam en regisseur van The Fountainhead. In dit stuk, dat volgend jaar wegens succes in reprise gaat, is een directer pleidooi voor de kunsten te horen. Van Hove koesterde al vóór het Halbe Zijlstra-tijdperk het plan met deze roman van Ayn Rand aan de slag te gaan. ‘De positie van de kunst in de samenleving is een thema van alle tijden. Maar de subsidiekortingen en vooral de houding in de politiek die erg anti-kunstenaar is geworden – kunst als linkse hobby en niet iets van de hele samenleving – hebben het wel een grotere urgentie gegeven.’

In The Fountainhead staat de strijd van architect Howard Roark om artistieke integriteit centraal. ‘Maar,’ benadrukt Van Hove, ‘elk stuk heeft, net als elk boek, meerdere verhaallijnen. Dat is de rijkdom van een kunstwerk. In dit geval is de ene verhaallijn de architectuur en de houdingen ten opzichte van kunst. De ene architect wil compromisloos ontwerpen, de andere wil naar de klant luisteren, met respect voor het kunstenaarschap. Daarnaast is er een passioneel drama, een vrouw die met beide mannen een relatie krijgt. Zij voelt de meeste zielsverwantschap met de architect met de utopische gedachtengang. Echte passie is ook verwantschap in ziel, in filosofie. Het zijn onderscheiden thema’s, maar wel thema’s die door elkaar meanderen.’

Scène uit The Fountainhead (foto Jan Versweyveld)
Scène uit The Fountainhead (foto Jan Versweyveld)

Zenuw van de tijd

Dat het publiek een toneelstuk over kunstenaars als navelstaren zou kunnen zien, wijst Van Hove beslist van de hand: ‘We hebben The Fountainhead gespeeld in Amsterdam, Barcelona, Avignon, Vilnius en Rotterdam. Ruim 20.000 mensen hebben het gezien en overal reageert het publiek op dezelfde manier. Het is niet kunst in de ivoren toren, het is een universeel verhaal. In West-Europa zien we de laatste jaren meer rechts-georiënteerde regeringen, meer liberalisering, minder rol voor de overheid, de samenleving moet voor zichzelf zorgen. Die evolutie roept vragen op: is het goed, is het niet goed? Daarom is deze voorstelling zo’n succes. Wie eruit komt, spreekt niet over “ik vond die en die acteur zo goed”, maar er worden hele discussies gevoerd. Het is duidelijk dat het een zenuw van deze tijd raakt.’

Ivo van Hove (foto Jan Versweyveld)
Ivo van Hove (foto Jan Versweyveld)

‘Als belastingbetaler vind ik dat er zorg moet zijn voor zaken van wezenlijk belang en daar hoort kunst ook bij. De subsidiekortingen van de laatste jaren zijn geen bezuinigingsoperatie geweest, maar een politieke daad. Anders was op cultuur niet 30% bezuinigd in plaats van 7%, zoals bij alle andere sectoren. Anders had onze premier daar niet fier staan beweren dat “de cultuursector met de rug naar het publiek staat en de hand ophoudt”. Kunstenaars worden in de hoek van profiteurs gezet. Die retoriek is verschrikkelijk.’

Artistiek heeft Toneelgroep Amsterdam na de bezuinigingen geen enkele aanpassing gedaan.  Van Hove vangt het wegvallen van de subsidies tijdelijk op met een nieuw fondsenwervingsprogramma en door steun van internationale partners. Voor het volgende seizoen staat een ander thema gepland.

Voor je verder leest...

Blij met dit verhaal? Klik dan op 'like' en maak Facebook rijk.

Of:


Klik op 'lid worden' en maak Cultuurpers sterk.

Schaakspel tussen principes

Sallie Harmsen (25) is sinds 2013 verbonden aan het Nationale Toneel in Den Haag. In Tasso speelde ze prinses Leonore, zus van de hertog, bemind door de kunstenaar. Nu repeteert ze voor Vrijdag van Hugo Claus. Alle acteurs van Tasso zijn zelf jong. Maakten zij daarmee een stuk over zichzelf?

Tasso gaat voor mij niet over een kunstenaar. Het stuk is een blauwdruk van de maatschappij. Tasso is niet speciaal de hoofdpersoon. Dat zijn de kunst (Tasso), de wetenschap (Antonio), de filosofie (prinses Leonore), de lichtvoetige levensgenieter (Eleonore), en de macht, het geld (Alfonso). Tussen die principes vindt een schaakspel plaats. Dat vind ik niet navelstaarderig, maar verhelderend. Aan het einde van het stuk zegt Antonio: “Zie jezelf, zie de ander, erken wie je bent”.’

Kunst verdedigen is zinloze strijd

Sallie Harmsen en Joris Smit in Tasso (foto Kurt van der Elst)
Sallie Harmsen en Joris Smit in Tasso (foto Kurt van der Elst)

‘Kunst en politiek werken volgens een ander principe. Politiek en wetenschap werken in de westerse wereld vanuit een voorspellingsmechanisme. Kunst zoekt naar het onvoorspelbare. Ideale kunst probeert, volgens mij, een vruchtbare voedingsbodem te creëren van waaruit dingen ontstaan die je nooit had kunnen plannen. Dat moet concessieloos zijn. Kunst geeft diepgang aan het leven, kunst verdedigen is een zinloze strijd. Dan probeer je het te voegen naar een taal die de kunst niet eigen is. Als kunst écht goed is, hoor je er nooit discussie over, maar als iets mislukt is, mag het eigenlijk niet bestaan. Maar een meesterwerk bestaat niet zonder mislukkingen. Neem Hugo Claus. Hoeveel troep heeft die niet gemaakt, maar ook allesoverstijgende dingen. Ik word er ontzettend moe van en verdrietig, het is toch logisch? In een wereld zonder kunst zou ik me onmiddellijk verhangen.’

Voelt Harmsen zich ook zelf aangesproken op haar keuze voor de kunsten? ‘Ik kom uit een omgeving die vrij kunstliefhebbend is, maar van buitenaf is er meestal vooral interesse voor beroemdheid. An sich is dat niks. Die beroemdheid is het gevolg van iets waarin sommige mensen niet geïnteresseerd zijn, namelijk het (kunst)werk!

Maar waarom is er direct waardering voor een soap of sport en niet voor kunst? ‘Dat zit denk ik deels in onze cultuur. Wij zijn handelaren. Ga je de grens over, dan is het vaak heel anders, daar zijn ze meer met filosofische thema’s bezig. In Nederland voel ik me binnen mijn creatieve omgeving gelukkig, verder vind ik het soms een beetje saai. Dat geeft eenzaamheid, een kunstenaar is een outcast, wordt niet gewaardeerd zoals in sommige andere landen. Maar die zogenoemde miskendheid geeft ook inspiratie.’

Kunstenaar is niet een diploma

Maar als de miskenning van kunst iets typisch Nederlands is, heeft de periode-Halbe Zijlstra er dan wel zo veel schuld aan?
‘Dat weet ik niet. Ik ben pas twee jaar van school. Ik ben van kleins af aan geïnteresseerd geweest in kunst, maar ik durf mezelf nog lang geen kunstenaar te noemen. Wanneer verdien je dat predikaat? Kunstenaar is niet een diploma. Ik ben in die periode-Halbe de wereld ingegaan. Ik sta achter mezelf en de creatieve geesten om me heen, maar misschien heeft de periode-Halbe wel invloed gehad op het gevoel van de outcast.’

Harmsen is dan ook blij met de manier waarop The Fountainhead openlijk voor de kunst predikt, vooral in de slotmonoloog van Howard Roark. ‘Ik dacht echt: “Hèhè, eindelijk wordt het eens gezegd.” De kunstenaar heeft misschien een bepaalde arrogantie  – “ik kan iets blootleggen wat anderen niet kunnen” – maar misschien moet je hem daarin vertrouwen en uitgaan van het (kunst)werk dat hij brengt.’

Het kunstje, gevuld met wat eruit moet

Daarmee wordt Harmsen niet onkritisch voor kunst. ‘Tja, wat is dat, kunst? Een soort taal. Dat je met een wildvreemde bij hetzelfde kunstwerk kunt staan en hetzelfde ervaren en daardoor nader tot elkaar komen dan in honderd gesprekken. Het is niet zo dat alles wat uit de handen van een kunstenaar komt ook automatisch kunst is. Beeldende kunst is mijn tweede passie. Ik hou van tekenen, maar dat is nog láng geen kunst. Als je techniek beheerst maar niets te uiten hebt, is het geen kunst, maar een soort studie. Als je alleen iets te uiten hebt maar de techniek niet beheerst, stagneert het uit armoede. Je moet het “kunstje” beheersen, gevuld met iets wat eruit moet, en dat samen laten sublimeren tot kunst. De theaterschool in Maastricht was vooral techniek. Nu zit ik bij een gezelschap, en nóg is het alleen maar leren. Maar als er straks iets uit moet, hoop ik dat ik het kan kanaliseren.’