Voor een dramma giocoso viel er dinsdag 10 mei verdraaid weinig te lachen tijdens een uitvoering van Don Giovanni van De Nationale Opera. Deze van de Salzburger Festspiele overgenomen productie gaat gebukt onder een loodzware ernst, die nog versterkt wordt door de turbo-Mozart die dirigent Marc Albrecht ons met het Nederlands Philharmonisch Orkest voorschotelt.

Ondanks zijn vaak straffe tempi ontbeert de voorstelling elke vaart, temeer daar zangers en orkest – en de musici onderling – hoorbaar van mening verschillen over de te kiezen snelheid. Tijdens de ellenlange recitatieven, begeleid door een als een lullige synthesizer klinkende fortepiano, valt de zaak zelfs helemaal stil. En door de houtenklazerige personenregie van Claus Guth komt geen van de karakters werkelijk tot leven.

Verwonde Don Giovanni blijft opvallend kwiek

Er valt iets voor te zeggen dat Don Giovanni meteen aan het begin van de opera verwond wordt en zich geblesseerd naar zijn onvermijdelijke einde sleept: hij is een immoreel en schuldig man. Zijn moord op de Commendatore wanneer die de eer van zijn dochter Anna probeert te redden, wordt echter zo knullig uitgevoerd, dat ik me bij de jaarlijkse opvoering van het dorpstoneel waande. Tijdens gehannes in het schemerdonker van een nachtelijk bos krijgt de Commendatore een klap op zijn hoofd, er klinkt een schot en Don Giovanni snelt weg, bloedend uit zijn zij.

Dat de vrouwenverslinder (de Britse bariton Christopher Maltman) met zo’n ernstige verwonding nog drieënhalf uur kwiek door het duistere woud doolt en de ene na de andere dame verleidt, is ronduit ongeloofwaardig. Pas tegen het einde van het tweede bedrijf nemen zijn krachten zichtbaar af. Dat hij en Leporello als junkies worden opgevoerd, lijkt een al te simpele correlatie met de seksverslaving van Don Giovanni.

Iedereen is schuldig

Guth maakt evenmin inzichtelijk waaróm Donna Anna (een kettingrokende Sally Matthews met een stevig vibrato), Donna Elvira (een aandoenlijke, soms net niet zuiver intonerende Véronique Gens) en de bakvis Zerlina (een kittige Sabina Puértolas) keer op keer als een blok voor hem blijven vallen.

Of toch wel? Gaandeweg raken de dames besmeurd met het bloed van Don Giovanni, waarmee Guth lijkt te willen zeggen dat zij minstens zo schuldig zijn als hij: ook zij hunkeren naar seks en avontuur. Dat past dan weer mooi bij het zompige bos, een metafoor voor onze duistere drijfveren.

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij lid wordt of ons steunt met een donatie.
Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen.

Ondanks de vlakke personenregie weet de sopraan Véronique Gens een gevoelige snaar te raken met haar aria ‘In quali eccessi’, waarin zij treurt om de nakende dood van Don Giovanni. De Finse bas Mika Kares maakt indruk als Il Commendatore. Met zijn forse gestalte en rijke, dreunende stem trekt hij aan het slot alle aandacht naar zich toe: eindelijk een moment van concentratie.

Jammer dat Kares daarvoor al uitdrukkelijk zichtbaar een graf aan het delven is: een wel erg expliciete aanduiding dat het laatste uur van Don Giovanni geslagen heeft. Zonde ook dat het slot-sextet gesneuveld is, de opera gaat nu als een nachtkaars uit.

Bushokje

Het spaarzaam belichte toneelbeeld blijft de hele avond ongeveer hetzelfde, wat een flinke aanslag betekent op onze ‘willing suspension of disbelief’, bijvoorbeeld als Don Giovanni zijn aria ‘Deh vieni alla finestra’ (kom naar het venster) zingt: in het bos is nergens een raam te bekennen. Via een draaischijf verschijnt tussen de bomen soms een bushokje, waarin Leporello en Don Giovanni hun schimmige plannen smeden en jointjes roken, en de treurende Elvira met haar koffers klaar zit om te vertrekken.

Hier ook wordt zij opnieuw verleid door Don Giovanni – althans de als Don Giovanni vermomde Leporello – en zingt Leporello (de Roemeense bas Adrian Sâmpetrean) de vermaarde ‘catalogus-aria’, zittend onder de dienstregeling. Het is een van de weinige geestige momenten in de voorstelling.

Naast Gens en Kares is Sâmpetrean bovendien de enige die zijn rol weet te bezielen en die in de verder onmuzikale regie van Guth contact houdt met het orkest: op de maat van Mozarts accenten maakt hij potsierlijke gebaren en koddige rondedansjes. Dankzij hem krijgt deze vreugdeloze productie toch nog de broodnodige komische noot.

Don Giovanni is nog te zien bij Nationale Opera en Ballet tot en met 29 mei