Na het spetterende slot van Ishtar van Dima Orsho staat het publiek als één man op en barst los in een ovationeel applaus. Ik word bijkans verdoofd door het luide gejoel en gejuich waarmee de leden van Hewar en het Gurdjief Ensemble overstelpt worden. Verbijsterd kijk ik om me heen: er zou toch nóg een nummer komen? Maar nee, daar lopen de bloemenmeisjes al het podium van het Muziekgebouw op, ik zal me dus wel vergist hebben. Ik leg het programmaoverzicht weg om mee te klappen. Dan zegt klarinettist Kinan Azmeh grijnzend in de microfoon: ‘This is a world premiere, flowers before the last song!’

Leden lezen gewoon door

Politieke lading

Onder grote hilariteit gaat iedereen weer zitten om het echte slotstuk te horen van dit gemengd Armeens-Syrische concert. Gorani-Tamzara verwijst naar een lied van een Syrisch-Armeense zangeres dat werd opgenomen in Aleppo, zegt Azmeh. De symboliek van deze in de Syrische burgeroorlog verwoeste stad ontgaat niemand. Het hele concert heeft een politieke lading. Miljoenen Armeniërs werden tijdens de genocide van 1915 vermoord of verdreven en leid(d)en een leven in de diaspora. Syriërs ontvluchten nu het geweld en de verwoestingen in hun vaderland.

Deel dit: