Gaat film een echt schoolvak worden? Cinekid en VPRO lanceerden alvast hun Top 100, ‘de honderd beste jeugdfilms die je als kind gezien moet hebben’. Een andere primeur is de instelling van de Filmleraar van het Jaar. Jeroen Stultiens is de eerste gedecoreerde. We voelen hem zo dadelijk aan de tand. Net als Florine Wiebenga, die als hoofd educatie van Eye goed zicht heeft op wat er broeit en borrelt. Beleid en praktijk.

Leden lezen gewoon door

(Met de betaalknop hieronder word je geen lid, maar koop je steeds losse stukken met een tegoed van onze partner Katalysis. Een echt lidmaatschap van Cultuurpers biedt meer, zoals onbeperkte toegang tot ALLE verhalen (en een nieuwsbrief).)

Spotlight op filmeducatie. De minister van OCW is er voor! Het eerste cadeautje is de op Prinsjesdag hiervoor toegezegde 900.000 euro. “In de komende jaren wil ik dat uitbreiden naar bijna 3 miljoen euro”, aldus minister Van Engelshoven bij de opening van Cinekid.

En toeval of niet, de professionals op deze 32ste editie van Cinekid moeten er ook aan geloven. Terwijl de kinderen genieten van de nieuwste jeugdfilms en van avonturen in het Medialab gaan de professionaldagen van start met het Film Literacy Seminar.

Binnensmokkelen

De discussies uitgetekend (tekening Maarten Kersten-Visual Notes)

Ook op dat seminar is filmeducatie een hoofdonderwerp, dus ik kijk een dagje mee. ‘Sneaking into schools’ heet een van de internationale brainstormsessies ietwat ondeugend. Hoe smokkel je filmeducatie de school binnen en geef je het een vaste plek zonder afhankelijk te zijn van het enthousiasme van een toevallige leerkracht met filmpassie.

Een van de inleiders, Linda Sternö van de Universiteit van Gøteborg, heeft daar in Zweden al veel ervaring mee. Onder meer door leerkrachten te laten zien dat film op veel verschillende manieren kan worden ingezet. Ze waagde ook de vergelijking met het voetbalveld. Iedere plaats in Zweden heeft zo’n plek die voetbal, kinderen, ouders en de school verbindt.

Een kant en klaar stappenplan leverde de sessie niet op, maar er verschenen genoeg suggesties op de flipover. Alle vormen van bewegend beeld inzetten, van cinema tot vlogs; leerlijnen ontwikkelen, samenwerken en inspireren; lobby voor lerarenopleiding; bestudeer het belang van creativiteit; enzovoorts.

Lobby

Terug naar de Nederlandse situatie. Eye Filmmuseum coördineert de activiteiten van het netwerk filmeducatie.nl, waarin een vijftiental organisaties en activiteiten op gebied van filmeducatie zijn verenigd.

Er dienen zich op dit moment nieuwe kansen aan. De minister van OCW Ingrid van Engelshoven geeft filmeducatie een plaats in het beleid en heeft geld uitgetrokken. Heeft Eye daar hard voor moeten lobbyen?, vraag ik Florine Wiebenga.

“Ja zeker wel”, is het antwoord, “maar we hebben dat samen met andere partijen gedaan. Zoals verschillende festivals, het Filmfonds en het onderwijs zelf. De minister luistert graag naar stemmen uit alle hoeken van het veld. Daar zijn we zo’n vier jaar mee bezig geweest, en we waren al niet de eerste.”

Curriculum

Krijgt filmeducatie nu ook een duidelijke plaats in het curriculum van basis- en voortgezet onderwijs?

“Daar werken we hard aan. Op dit moment zijn ontwikkelteams van docenten bezig met een herformulering van het curriculum, om het meer in overstemming met de huidige maatschappij te brengen. We hebben onlangs de teams voor digitale geletterdheid, Nederlands, Kunst en cultuur en het team dat de samenhang bestudeert in Eye uitgenodigd.

Op die bijeenkomst hebben we het belang van beeldtaal duidelijk gemaakt, en hoe dat in het onderwijs een plek kan krijgen. Het waren goede gesprekken. Men is nog zoekende naar een nieuwe vorm. Alles was altijd in aparte vakken opgedeeld, terwijl er veel cross-overs zijn. Film kan bij verschillende vakken een plaats vinden.”

Goed verhaal? Laat het weten met een kleine bijdrage.

Inleiding John Peto-The Nerve Centre

Filmeducatie is meer dan de aloude formule waarbij je met een klas een film gaat zien en daar van te voren of na afloop een filmles aan vastknoopt. Dat was mij tijdens het seminar al duidelijk geworden. Eigenlijk werd daar voornamelijk gesproken over hoe je kinderen zelf, met animatie bijvoorbeeld, aan het werk kan zetten. Of hoe film bij andere vakken allerlei onderwerpen aansprekend kan verbeelden. Film als kunst lijkt het af te leggen tegen film als leermiddel. Herkent Wiebenga dat?

Superpopulair medium

“Ja, de meeste docenten zijn niet in film geschoold. Maar jongeren kijken veel en zijn aan bewegend beeld gewend. Het kan dus een interessante vorm voor verwerkingsopdrachten zijn. Het is ook een superpopulair medium om les te geven over bijvoorbeeld de Tweede Wereldoorlog of het klimaat.”

“Ons gaat het om het hele gebied van film. Van kunstvorm tot maatschappelijk document. Laat ook Hollywoodfilms zien, maar geef er de context bij. Waarom zijn ze zo gemaakt. Vergelijk dat met onafhankelijke filmmakers. Vergeet niet dat film ook gewoon heel leuk is.”

“Filmeducatie is belangrijk omdat we tegenwoordig heel veel communiceren met bewegend beeld. Het is niet alleen entertainment. Het speelt zo’n grote rol dat het vreemd is dat het nog niet is opgepakt.”

Misschien is film wel te vanzelfsprekend.

“Ja dat kan ook. Ik merk dat ik soms zelf weer verrast ben hoe ik door een film wordt meegezogen. De kracht wordt gemakkelijk onderschat.”

Opdracht

Leerkrachten kunnen ook zeggen: ‘Weer een nieuwe opdracht, we zijn al overbelast.’

“Klopt. Dus moeten we zoeken naar een manier om het te integreren in andere vakken. Het ontwikkelingsteam dat zich met samenhang bezighoudt is heel belangrijk. Film hoeft niet een apart schoolvak te zijn.”

“We moeten niet alleen het belang benadrukken, maar ook vragen stellen: ‘Wat mis je, waar heb je behoefte aan?’ Leerkrachten voelen zich wel eens geïntimideerd door die filmdeskundigen. Maar ik merk dat men het belang wel aanvoelt.”

Hindernissen

Een paar weken geleden, op de Filmconferentie van het Nederlands Film Festival, had Wiebenga al geschetst dat er al van alles op het gebied van filmeducatie gebeurt. Denk aan festivals met schoolvoorstellingen en jongerenjury’s, filmtheaters en anderen die workshops, filmkampen en projecten organiseren, distributeurs die lespakketten ontwikkelen en natuurlijk die leerkrachten die hun passie voor film in de klas brengen. Maar toch, was ook de conclusie, heeft de beeldcultuur zich nog niet in het hart van het onderwijs genesteld. Wat staat er in de weg?

“We moeten meer met één stem spreken, er moet meer afstemming tussen de partijen komen. Plus duidelijke leerlijnen, een duidelijk doel. Wat moet je weten, wat moet je leren. Dat plaatje moet helder zijn.”

Nu is het een grabbelton?

“Inderdaad. Ook de lerarenopleidingen moeten erbij betrokken worden.”

Hubs

Nu filmeducatie het tij mee heeft, welke nieuwe stappen zou je graag zien? Waar moet dat extra geld naar toe? De minister noemt de rol van filmtheaters en regionale experts. Ik heb in dit verband ook al de term filmeducatie-hubs zien opduiken.

“Regionale versterking is inderdaad belangrijk. Voor een landelijke organisatie is het soms moeilijk de scholen te bedienen. In elke regio zou een culturele bemiddelaar moeten komen die in een regio het onderwijs en het aanbod op elkaar afstemt. Dat is wat een filmeducatie-hub doet.”

“Samenhang, deskundigheid en doorlopende leerlijnen zijn belangrijk. Met dat extra geld kunnen we dat ontwikkelen en kunnen we zulke hubs op poten zetten. Daarnaast moet het netwerk filmeducatie nog breder worden met meer betrokken partijen.”

Uit de laatste informatie van de minister van OCW blijkt inmiddels al dat het inderdaad die kant op gaat.

Filmleraar van het jaar

Jeroen Stultiens (foto NFF 2018-Ramon Mangold)

Tot zover de filmeducatie vanuit beleidsperspectief. Maar hoe pakt iemand als Jeroen Stultiens, leerkracht op de Montessoribasisschool Roermond, het aan? Op de laatstgehouden Filmconferentie van het Nederlands Film Festival werd bekendgemaakt dat hij is uitverkozen als Filmleraar van het Jaar. Dit schooljaar is hij boegbeeld van filmeducatie in het Nederlandse onderwijs. Gaat hij zijn ervaring uitdragen?

“Ja, op 30 oktober ga ik bijvoorbeeld naar de Pabo in Maastricht om te laten wat je met een greenscreen kan doen. Zelf heb ik er een online voordelig aangeschaft. Als je zelf afbeeldingen tekent, uitprint van de computer of uitknipt uit een magazine kan je daar met behulp van een groen vel papier dat als greenscreen dient heel gemakkelijk animaties mee maken om een onderwerp te behandelen. Kinderen pikken dat snel op.”

Hij heeft drie dagen een eigen groep in de bovenbouw. Twee dagen besteedt hij aan verschillende projecten, zoals ‘Hollywood in de klas‘ en het Unicef Kinderrechten Filmfestival.

Eindfilm

“‘Hollywood in de klas’ een heel praktisch pakket dat kinderen van groep 8 en hun leerkracht laat zien hoe je in plaats van de traditionele eindmusical ook een eindfilm kan maken. Dat kan door middel van een filmcoach of helemaal zelfstandig met het ZEP-pakket, het zelfstandig eindfilmpakket.”

“Het Kinderrechten Festival leert kinderen van basisscholen iets over kinderrechten. Dit laatste project is ook op YouTube, met 58.000 volgers en regelmatig trending. Gemiddeld 3,5 miljoen views per maand, nu 53 miljoen in totaal.”

Stultiens is op dit moment op zijn school nog de enige die filmeducatie doet. Het Montessorionderwijs laat hem wel die vrijheid.

“‘Het is Jeroen z’n ding’, zeggen mijn collega’s. Maar iedereen kan het. Ik denk dat er nog veel angst voor het onbekende is. Ik gebruik geen methode maar volg mijn intuïtie. Met een paar handige tools en eenvoudige instructie probeer ik het zo simpel mogelijk te houden. Zo leer je kinderen een camera gebruiken en nadenken over hoe film werkt.”

Kritisch kijken

“De kinderen vroegen me laatst of ze een interview mochten filmen. Natuurlijk vind ik dat prima, maar ik ben wel met de kinderen in gesprek gegaan over de meerwaarde van film bij een interview. Niet ieder interview wordt namelijk gefilmd. Doordat de kinderen hierover gingen nadenken kreeg het ‘zomaar even leuk filmen’ meteen een extra betekenis. Het opnemen van jezelf leert je onder andere kritisch kijken naar jezelf. Hoe is je vraagstelling, wat is je houding ten opzichte van degene die je interviewt.”

“Een andere groep kinderen wil een kort comedyfilmpje opnemen. Ik heb met de kinderen besproken dat comedy een van de lastigste aspecten van film is. Hoe ga je er nu voor zorgen dat het publiek jouw humor leuk vind. De kinderen moeten zich dus vooraf verdiepen in het concept ‘comedy’ voordat ze mogen filmen. De dialogen vooraf en de evaluatie achteraf zorgen ervoor dat het inzetten van film ook echt een meerwaarde krijgt.”

De Filmleraar van het Jaar-jury merkt op dat Jeroen er onder meer uitspringt door de inzet van de leerlingen bij de ontwikkeling van het lesmateriaal. Hoe werkt dat?

Motiverend

Als voorbeeld noemt hij het Unicef Kinderrechten Filmfestival. “Kinderen kiezen een recht uit dat hen aanspreekt. Ze bedenken hoe je dat duidelijk kan maken en wat een oplossing kan zijn. Als filmcoach laat ik zien hoe je van een verhaal op papier tot een film komt. De verhalen van de kinderen lenen zich perfect voor korte speelfilms over belangrijke thematieken.”

“Film werkt voor kinderen geweldig motiverend. Juist nu, met zoveel media die een groot deel van hun leven in beslag nemen, is het een goed moment om ze mee te nemen, om ze de tools te leren, om ze te leren kijken. Het mag ook gewoon leuk zijn. Zorg voor variatie en creativiteit. Dan ontstaan er mooie dingen.”

“Het is ook heel tof om met de hele klas een film te gaan zien. Filmtheaters hebben vaak mooi aanbod en ook lesmateriaal, maar scholen hebben het druk en daardoor komt het er vaak niet van.”

‘We moeten al zo veel’ is een vaak gehoorde verzuchting van leerkrachten als filmeducatie ter sprake komt.

“Ik zeg dan: ‘Kijk eens wat je nu doet en hoe je dat zo leuk mogelijk kan maken. Hoe zou je film daarbij kunnen gebruiken?’ Als je film inzet pikken kinderen een onderwerp snel op. Denk bijvoorbeeld aan het programma Welkom in de Gouden Eeuw. Als je voortborduurt op het jeugdjournaal heb je in één keer filmeducatie en taalles gedaan. Als je film handig inzet kan je lessen leuker en effectiever maken.”

Zou het goed zijn als filmeducatie expliciet in het curriculum komt?

“Ja, het mag best benoemd worden.”

1000 scholen

En dat extra geld dat is toegezegd, waaraan zou dat besteed kunnen worden?

“Je zou kunnen beginnen met 1000 scholen een camera en lesmateriaal te geven en te zorgen dat er een greenscreen en een filmruimte is. En dan eens kijken wat de resultaten zijn. Filmen kan natuurlijk ook met iPads of mobieltjes.”

“Een netwerk zoals filmeducatie.nl, waar wij ook bij zitten met ‘Hollywood in de klas’ kan meedenken, speerpunten aangeven en kritisch naar het lesmateriaal kijken. Nadenken over wat filmeducatie moet inhouden is ook belangrijk. Op de Pabo hoort het ook thuis.”

Meegeven

“Film moet in het lespakket een vaste plaats krijgen, net als muziek en drama. Scholen kunnen misschien een filmdocent aanstellen, net als nu een muziekdocent. Maar het mooiste is natuurlijk als de leerkracht zelf geïnspireerd raakt en het zelf oppakt. We moeten laten zien dat het niet moeilijk is en dat je klein kan beginnen. Je moet het gewoon doen.”

Wat wil je kinderen meegeven met filmeducatie?

“Ik geloof dat het in deze egocentrische wereld belangrijk is om beter te leren kijken. Als je al jong kritisch leert kijken naar jezelf en naar de wereld kan je een beter persoon worden. Film is er niet alleen voor vermaak, het kan je ook veel leren.”

Deel dit:
[gravityform id="10" title="true" description="true" ajax="true" tabindex="0"]

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.