Verliest productiehuis Dansmakers Amsterdam zijn huisvesting? Samen met andere instellingen in de danssector heeft het er alles aan gedaan om het hele spectrum aan dansvoorzieningen in Amsterdam op elkaar af te stemmen en verder te ontwikkelen. Zo is in 2018 het gezamenlijke plan Danswerf ontwikkeld en als aanvraag voor een tweejarige ontwikkelingssubsidie bij het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK) ingediend. Toch heeft het AFK de aanvraag voor 2019/2020 afgewezen wegens ‘een tekort aan artistieke visie’ en kritiek op de begroting.

,,Beleidsmakers hebben hun mond vol van talentontwikkeling”, zegt Suzy Blok, algemeen en artistiek directeur. ,,Daar werkt Dansmakers Amsterdam keihard aan. Het wordt gezien en gewaardeerd. Makers krijgen prijzen, presenteren lokaal, nationaal en internationaal en bereiken veel publiek. We werken veel samen met partners in de sector en creëren ontwikkelingsmogelijkheden en draagvlak. Het huis is daar essentieel in. Maar nu het dreigt dat we op straat komen te staan, is onduidelijk hoe het verder gaat. Het lijkt een kwestie van formaliteiten. Wie moet de verantwoordelijkheid op zich nemen om het probleem op te lossen?”

Ideeën uitwerken, carrière opbouwen

In 2011 kreeg het productiehuis de beschikking over een oude fabriekshal op het Storkterrein in Amsterdam-Noord. In 2014/2015 werd het pand verbouwd met subsidie van de gemeente Amsterdam en het stadsdeel Noord. Het werd een fraaie voorziening met studio’s, kantoorruimtes, een theater en een foyer. Dansmakers Amsterdam helpt professionele dansers en choreografen hun carrière op te bouwen. Jonge dansmakers komen voor een bepaalde periode naar het gebouw om hun ideeën uit te werken. Ze krijgen er ondersteuning op alle vlakken: (co)productie van hun voorstellingen, hulp bij het zoeken naar een netwerk en publiek en het creëren van draagvlak voor wat ze maken, zowel lokaal als landelijk, internationaal en bij collega-productiehuizen.

Niet meer naar binnen gericht

,,In ons theater kunnen ze hun choreografieën presenteren. Zo helpen we ze een publiek op te bouwen. Wat we ermee bereiken is dat de dans niet meer naar binnen gekeerd is, zoals de sector in de jaren negentig en het begin van dit millennium werd verweten. Dat verwijt leidde later tot de bezuinigingen onder staatssecretaris Zijlstra, waarbij alle productiehuizen hun subsidie kwijtraakten. Gelukkig sprong de gemeente Amsterdam toen bij en kon de functie productiehuis voor de dans worden behouden voor Amsterdam. De nieuwe generatie dansmakers is enorm gedreven om met het publiek te communiceren en met beide benen in de maatschappij te staan.”

Om het contact met het publiek te intensiveren zijn er feedbacksessies na afloop van voorstellingen. Daar zitten, behalve collega-dansmakers, ook gewoon publiek en scholieren bij. Dansers en choreografen horen op die manier hoe hun werk overkomt, wat het voor gedachten en emoties losmaakt bij de toeschouwer. Zo wordt een band opgebouwd met het publiek en groeit het werk van de makers.

Kruisbestuiving

,,Wij stimuleren dat ze zich niet in de studio opsluiten, maar samenwerken en hun werk presenteren. We bevorderen kruisbestuiving door festivals, presentaties en workshops te organiseren. Die festivals hebben een internationale uitstraling, zoals Moving Futures, waarvoor programmeurs uit heel Europa en verder naar Amsterdam reizen om de nieuwe talenten te ontdekken.”

Het bleef niet bij deze productiehuisfunctie. ,,De gemeente gaf ons de opdracht samenwerking in de Amsterdamse danssector te ontwikkelen onder begeleiding van Ted Brandsen van het Nationaal Ballet. Dat was terecht, want het aanbod en de sector waren erg versnipperd. We kregen een innovatiesubsidie van het AFK en startten Danswerf, onder leiding van een externe procesleider, Gabriel Oostvogel. Er kwam een samenwerking tot stand tussen acht partners, die het hele scala van de danssector bestrijken: Dansmakers Amsterdam, het Nationale Ballet, de Akademie voor Theater en Dans (onderdeel van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, AHK), stadsgezelschap ICK, dansgezelschap voor de jeugd Aya, Veem House for Performance en Bau (Platform voor onafhankelijke makers).”

Voor je verder leest...

Blij met dit verhaal? Klik dan op 'like' en maak Facebook rijk.

Of:


Klik op 'lid worden' en maak Cultuurpers sterk.

De afkeuring van de subsidieaanvraag afgelopen december treft niet alleen Dansmakers Amsterdam en de Danswerf-partners. Verschillende instellingen huren werkruimtes in het gebouw en maken gebruik van het theater: DAT!School (Jeugdtheater en film), ISH, Cinedans en Tent Circustheater Producties. Ook zij komen op straat te staan als de huur van het gebouw niet kan worden voortgezet.

Buurtfunctie

Behalve talentontwikkeling heeft Dansmakers een belangrijke buurtfunctie. Het gebouw grenst aan de Amsterdamse Vogelbuurt. Daar wonen veel mensen die het niet breed hebben. Het gebied is sterk in ontwikkeling. In de periode tot 2025 worden er zo’n twintigduizend nieuwe woningen in Noord gebouwd. ,,We kunnen hier een belangrijke cultureel-maatschappelijke functie vervullen. Zo organiseren we bijvoorbeeld workshops en voorstellingen voor en door scholen.”

Urgent

Suzy Blok is in gesprek met de gemeenteraad, de gemeente Amsterdam en het stadsdeel Noord. De tijd dringt, de situatie is urgent. ,,Als we eind maart geen uitzicht hebben op een oplossing, zijn we genoodzaakt de huur van het gebouw op te zeggen. Dan gaat de voorziening verloren voor de talentontwikkeling, de dans en de cultuur. De hoop is gevestigd op continuering van de huursubsidie. Dan kunnen wij verder bouwen aan de samenwerking en de bruisende plek voor de dans, de buurt, de stad en verder. Postief bouwen aan de toekomst en de zo nodige plek voor de dans!”

Innovatie in de dans: geef jonge makers de ruimte en je krijgt het!