Meteen naar de inhoud

Bewezen: theaterbezoekers zoeken intellectuele bevrediging en lezen nauwelijks recensies

Toneelrecensies voorzien vooral in een behoefte bij kunstenaars en journalisten. Lezers van de krant maken er nauwelijks gebruik van. In Londen is dit onderzocht. Slechts 36 procent van de theaterbezoekers zegt recensies te lezen. Veel meer waarde hechten de liefhebbers aan tips van vrienden en familie.

Afgelopen zaterdag was er in het Amsterdamse Debatcententrum De Balie een discussie tussen theatermakers, programmeurs en dagbladjournalisten over het fenomeen ‘sterren’ of ‘ballen’ boven theaterrecensies. Zoals te verwachten was vonden de meeste theatermakers die grove kwalificaties maar niks, terwijl de chef kunst ze hartgrondig verdedigde en het commerciële theater ze dankbaar gebruikte.

Dat commerciële theater merkte ook iets anders op: voor dat DeLaMartheaterpubliek spelen recensies hoe dan ook een ondergeschikte rol. “De meeste toeschouwers van onze voorstellingen komen juist graag af op dingen die recensenten vaak oubollig of burgerlijk vinden”.

Dat de recensenten oppervlakkiger zouden zijn geworden, en dat er minder aandacht voor theater is in de dagbladen, bleek trouwens maar ten dele waar. In een Big data onderzoekje telde recensent Simon van den Berg dat er de afgelopen twee jaar ruim 5000 sterren waren uitgedeeld. En dat veruit de meeste recensenten een voorstelling beoordeelden met 3 van de vijf sterren. 1-ster baggervoorstellingen, of vijfsterrentoppers waren er de afgelopen twee jaar nauwelijks. Dat kan betekenen dat óf de recensenten het hele jaar door middelmatig en redelijk toneel zien, of dat ze geen stelling durven te nemen.

Maar hoe het ook zij: het publiek heeft er dus geen boodschap aan. Dat ervoer ik zelf in een serie interviews voor het vakblad Theatermaker. 12 toeschouwers, te rekenen onder de 30.000 heavy users die meer dan tien keer per jaar naar het theater gaan, verklaarden los van elkaar dat ze eigenlijk nooit recensies lazen. Ze kenden ook geen individuele recensenten, en lieten hun keuze voor voorstellingen bepalen door ervaringen uit het verleden, bekendheid met acteurs en aantrekkelijke verhalen. Bovenal kozen ze steevast voor een gebouw, en niet voor een voorstelling. Schouwburgbezoekers gaan niet naar een margezaal, en omgekeerd.

[Tweet “Schouwburgbezoekers gaan niet naar een margezaal, en omgekeerd.”]

Deze bevindingen vinden nu steun in het Britse onderzoek, dat de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden, en dat de komende jaren verder zal gaan. In diepte-interviews, workshops en enquêtes krijgen de onderzoekers een beeld van toeschouwer van het meer serieuze toneel in de Britse hoofdstad. Het gaat ze allereerst om hoe de toeschouwers het theater ervaren, en wat ze zich van een voorstelling herinneren. Toeschouwers blijken vrijwel unaniem de directe live-ervaring het belangrijkst te vinden. Het ‘immersieve’ karakter, wat ook bij videogames een rol speelt, was vooral dankzij geluid in de herinnering gebleven.

Een paar maanden na de voorstelling blijkt dat vooral de inhoud overblijft: mensen gaven aan nog steeds na te denken over dingen die in de voorstelling waren gezegd, of getoond. Een jaar na het bijwonen bleef vooral de tekst in de herinnering over.

[Tweet “theaters zouden in hun marketing juist meer aandacht moeten geven aan de intellectuele aspecten”]

De onderzoekers doen een uitdagende suggestie, naar aanleiding van hun bevindingen: theaters zouden in hun marketing juist meer aandacht moeten geven aan de intellectuele aspecten van een voorstelling, omdat dat hetgeen is wat toeschouwers het meest blijken te waarderen, op de lange termijn. In datzelfde kader zou het goed zijn om toeschouwers meer nazorg te bieden, door ze later nog eens te benaderen met informatie over wat ze gezien en meegemaakt hebben.

In dat verband bleek onder de 36 procent van de heavy users die wel eens een recensie lazen, dat ze dat vooral achteraf deden.

Dit moet gevolgen hebben voor de manier waarop media ermee omgaan. Op een online medium als Cultuurpers merken we al dat die archieffunctie belangrijk is. De eerste golf van ‘delers’ en ‘bezoekers’ zitten meestal bij de makers en pr-afdelingen. Veel later en constanter is het aandeel van bezoekers dat na afloop rondneust naar informatie. En die zoeken naar duiding en reflectie.

[socialpoll id=”2220148″]

Wijbrand Schaap

Cultuurpers heet het geesteskind dat ik in 2009 op de wereld zette. Voor ik dat deed was ik (sinds 1996) kunstverslaggever voor onder meer Algemeen Dagblad, Utrechts Nieuwsblad, Rotterdams Dagblad en GPD. Daarvoor deed ik van alles. Studeren enzo. Theater maken. Inspraakavonden notuleren. In een bandje spelen. Ik schreef - en schrijf ook voor specialistische bladen als TM, Boekman, Ons Erfdeel en De Vogelvrije Fietser. Ik help je met schrijven als je het heel lief vraagt. Ik ben getrouwd met Suzanne Brink en heb een kat die Edje heet, een pup die Fonzie heet en een hond die genoemd is naar Rufus Wainwright.Bekijk alle berichten van deze auteur